Heksenjacht op speculanten in grondstoffen heeft geen zin

Het mondiale bbp (bruto binnenlands product) laat nog steeds te wensen over, maar de olieprijs is gestegen van 34 naar 72 dollar per vat. De prijzen van koper, suiker en ijzererts zijn ook flink omhoog gegaan. Kan dit een samenzwering zijn van handelaren, speculanten en zakenbanken? De Britse toezichthouder FSA (Financial Services Authority) stelt een onderzoek in, naar het voorbeeld van zijn Amerikaanse tegenhanger.

De meningen lopen sterk uiteen. Aan de ene kant staat het gezond verstand. Grondstoffenfondsen en veel speculanten zijn nu eenmaal uit op het profiteren van prijsschommelingen. Zij hebben de neiging de prijzen verder op en neer te duwen dan wordt gerechtvaardigd door de wet van vraag en aanbod.

Aan de andere kant bevinden zich welbespraakte verdedigers van een winstgevende handel en een hele hoop verwarrende data. Daaruit zou kunnen blijken dat de prijzen wel degelijk door ‘fundamentele gegevens’ worden bepaald, vooral als ook de financiële omstandigheden en de verwachtingen van producenten tot die fundamentele gegevens worden gerekend.

De toezichthouders overwegen diverse hervormingen. Maar de nadruk ligt op een grotere transparantie. Dat kan marktmanipulatie helpen voorkomen, maar het is moeilijk om markten doorzichtiger te maken die groot en liquide zijn.

De heksenjacht op speculanten zal niet veel kunnen betekenen ter verlichting van de prijsschommelingen. Want zolang grondstoffenprijzen veranderen op grond van financiële ontwikkelingen, snel omhoog als leningen makkelijk verkrijgbaar zijn en snel omlaag als de kredietmarkt bevriest, zolang zullen deze markten in de belangstelling van handelaren staan. Als je ze op de ene plek probeert tot de orde te roepen, zullen ze elders proberen hun slag te slaan.

Er zijn twee manieren om de wisselvalligheid van de grondstoffenprijzen te verminderen, en geen van beide behoort tot het instrumentarium van de toezichthouders. De eerste methode is het aanhalen van de monetaire teugels. Als de inflatie laag is, de reële rente redelijk hoog en stabiel en kredieten relatief moeilijk verkrijgbaar zijn, zal de financiële wind niet krachtig genoeg meer waaien om de interesse van speculanten te wekken.

De tweede methode is het afstappen van zogenoemde ‘spot’-prijzen. De meeste grondstoffen komen uit mijnen en bronnen die tientallen jaren in gebruik zijn, en gaan naar klanten die gebaat zijn bij een gestage levering en stabiele prijzen. Maar de afgelopen decennia worden de prijzen steeds vaker bepaald op ‘spot’-markten, die zich vooral laten leiden door financiële overwegingen. Als er een manier kan worden gevonden om die trend te keren, zal er minder behoefte zijn om de heksenjacht op speculanten voort te zetten.

Edward Hadas