Geen smeergeld, maar 'faire vergoeding'

Chili heeft twee voormalige legerofficieren aangeklaagd wegens het incasseren van smeergeld bij de koop van Nederlandse tanks in 1998. Leverancier was Joep van den Nieuwenhuyzen.

De voormalige Chileense dictator Augusto Pinochet stierf in 2006 voordat hij kon worden berecht voor de mensenrechtenschendingen tijdens zijn bewind tussen 1973 en 1990. De dood van de dictator weerhield justitie in dat land er echter niet van om onderzoek te blijven doen naar zijn verborgen fortuin. Sindsdien is Pinochet ontmaskerd als corrupte wapenhandelaar.

Op buitenlandse rekeningen is 30 miljoen dollar ontdekt. Een deel daarvan vergaarde Pinochet door bij wapenaankopen van het leger smeergeld te eisen. Pinochet vertrok in 1990 als president, maar bleef tot 1998 bevelhebber van het leger. Dat kocht niets zonder zijn instemming.

Daarvan profiteerde niet alleen Pinochet. Een netwerk van militairen en adviseurs profiteerde mee, zo ontdekte justitie in Chili. Zo ook, wordt vermoed, bij de levering van 202 tweedehandse Nederlandse Leopardtanks in 1998.

Het inmiddels failliete defensieconcern RDM van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen had de afgedankte tanks voor 18,5 miljoen dollar gekocht van de Koninklijke Landmacht. RDM verkocht ze voor 77 miljoen dollar door aan Chili. Het was een lucratieve deal, ook al moest RDM ‘commissies’ betalen. Dat waren steekpenningen, volgens justitie. In totaal betaalde RDM 9 miljoen dollar aan Pinochet en zijn netwerk, verklaarden oud-medewerkers van het failliete RDM Technology in 2006 in deze krant.

Een groot deel van het ‘smeergeld’ – 7,5 miljoen dollar – zou door RDM Technology via een Chileense tussenpersoon betaald zijn aan hoge legerofficieren.

Sinds deze week zitten er twee in de gevangenis in afwachting van hun berechting: brigadegeneraal Luis Iracabal Lobos, ex-directeur van Famae, het materieelbedrijf van het Chileense leger, en Gustavo Latorre, secretaris van Pinochet. Zij zouden ieder 300.000 dollar hebben ontvangen.

Naast de 7,5 miljoen dollar betaalde de Antilliaanse holding van Joep van den Nieuwenhuyzen nog eens 1,6 miljoen dollar aan de adviseur van Pinochet.

In het Chileense onderzoek naar de tankdeal is vorig jaar voormalig RDM-eigenaar Joep van den Nieuwenhuyzen in Den Haag gehoord. Van den Nieuwenhuyzen heeft toegegeven betaald te hebben, maar volgens hem was het geen smeergeld. De 1,6 miljoen dollar was „een faire vergoeding” voor iemand die de contracten voor RDM geregeld had, zei hij tegen deze krant. En de 7,5 miljoen dollar die RDM Technology aan een tussenpersoon betaalde, was volgens Van den Nieuwenhuyzen „een vergoeding voor een agent in Chili”. Van den Nieuwenhuyzen zag er geen omkoping in, verklaarde hij. „Het stond netjes in de boekhouding.”

Van den Nieuwenhuyzen is in het Chileense onderzoek als getuige gehoord, niet als verdachte. Vanuit de Tweede Kamer is deze week gevraagd om ook in Nederland justitie onderzoek te laten doen. De vraag is of dat zin heeft. Als de smeergeldbetalingen al bewezen kunnen worden, is een veroordeling van Van den Nieuwenhuyzen onwaarschijnlijk. Het omkopen van buitenlandse functionarissen is volgens de Nederlandse wet pas sinds 2001 strafbaar.

Overigens is Van den Nieuwenhuyzen in 2007 door de Nederlandse justitie al opgepakt in een andere zaak. Hij wordt verdacht van faillissementsfraude. In januari dit jaar kwam hij voorlopig op vrije voeten, na betaling van een borgsom van 10 miljoen euro.

Eerdere artikelen over de tankdeal: nrc.nl/binnenland