Franse tuinders kunnen geen hele maand omzet inleveren

De Franse minister van Landbouw Bruno Le Maire zit klem tussen Europa en boze Franse tuinders. De telers ontvingen onterecht subsidie en moeten nu 500 miljoen euro terugbetalen.

Een zomerse tuindersopstand in Frankrijk is voorlopig vermeden. Tuinder Angélique Delahaye, voorzitter van de PLF, de afdeling groentetelers van de Franse boerenbond FNSEA, heeft er weer „alle vertrouwen” dat minister van Landbouw Bruno Le Maire niet opeens bij haar voor de deur zal staan met een rekening van 500 miljoen euro.

Dat bedrag zou terugbetaald moeten worden omdat de Franse overheid tussen 1992 en 2002 concurrentieverstorende steun had verleend aan tuinders. „We moeten een procedure beginnen om dat geld terug te vragen van de producenten”, zei de minister maandag.

En nu, een paar dagen later, zijn de minister en de sector in plaats daarvan alweer in gesprek over een nieuw hulpplan voor groenten- en fruittelers. Verrassend? „Het gaat slecht met ons meneer. Heel slecht”, zegt Angélique Delahaye door de telefoon vanuit de Loirestreek.

Dat het slecht gaat met de Franse tuinders, is al de achtergrond van menig steunplan geweest – ook van de steun vanaf 1992 die de Europese Commissie als illegaal aanmerkt.

Al jaren doen concurrenten uit andere Europese landen het beter dan de Franse telers van groenten en fruit. Daaronder zijn Nederlandse glastuinders die energie produceren („dat is pas concurrentieverstoring”, zegt Delahaye). En vooral Spaanse concurrenten, waar handarbeid niet met twaalf euro per uur wordt beloond, maar met zes euro. Franse tuinders zijn al weken bezig boze emmers tomaten op de Frans-Spaanse grens te lozen. Ze waren ook al in gesprek met minister Le Maire over een zoveelste reddingsregeling voor de sector. „De conjuncturele crises beginnen structureel te worden”, zegt Delahaye.

En toen kwam de minister, in juni aangetreden als opvolger van de naar het Europees Parlement vertrokken Michel Barnier maandag opeens met een verrassingsoekaze. Hij achtte het onvermijdelijk dat Franse regering een procedure moest beginnen om bij de telers een bedrag van ongeveer 338 miljoen euro te innen, vermeerderd met 200 miljoen rente.

Een volledige verrassing was het niet. De financiële hulp was al in januari door de Europese Commissie definitief als illegaal aangemerkt. Dit weekeinde verliep de termijn waarin de Franse regering een lijst verschuldigd was aan de Europese Commissie met telers die van de hulp geprofiteerd hadden.

Le Maire maakte maandag ook meteen duidelijk dat hij nog onderhandelde over de hoogte van het bedrag. Maar hij zei erbij dat hij „niet van plan” was „tegen de Europese wetgeving in te gaan”. Hij wilde daarentegen oude rekeningen opruimen „om de structurele problemen van de sector aan te pakken.”

Dat was genoeg voor grote opwinding. Een bedrag van 500 miljoen is een gemiddelde maandomzet van de hele tuinderssector, brachten bonden naar voren: tal van bedrijven zouden zo’n procedure niet overleven. Bovendien heeft Frankrijk meer sectoren die zich zorgen maken om hun economische overlevingskansen zonder in de verleden toegekende staatsteun. Juist vorige week vertelde Le Maire aan de al jaren kwakkelende Franse vissersvloot dat zij waarschijnlijk 65 miljoen euro aan ongeoorloofde hulp moet terugbetalen.

FNSEA-voorzitter Jean-Michel Lemétayer dreigde met zomerse acties, tuinders verklaarden dat bij hen niets te halen was. „De minister is nieuw, men wil zich ervan verzekeren dat hij de beloftes van zijn voorganger nakomt”, sust Delahaye. Ze zegt dat ze daar zelf al van overtuigd was: „Ik heb het hem vorige week persoonlijk gevraagd in een overleg. Toen was er geen sprake van het moeten terugbetalen van dat bedrag.”

De ‘beloftes’ van zijn voorganger die Le Maire wordt verwacht na te komen, zijn die van Michel Barnier, de aanvoerder van regeringspartij UMP in het Europees Parlement. Hij startte als minister van Landbouw een procedure bij het Europees gerechtshof om de illegaliteit van de tuinderssteun te betwisten. Daarnaast trachtte hij tijd te winnen bij de Commissie.

Le Maire doet dat nu ook. Na overleg met de Europese Commissie kreeg hij gisteren uitstel tot eind september om de lijst ontvangers op te stellen. Delahaye weet al dat dit niets zal opleveren. De hulp is verstrekt aan tussenorganisaties, onder meer om campagnes te voeren. Sommige bestaan niet meer. Bovendien is de steun niet te herleiden tot producenten. „Je ziet er niets van terug in de boekhouding” zegt Delahaye. Of het concurrentiesteun was, is hoe dan ook „een kwestie tussen de Franse staat en Brussel”, zegt ze. „Daar gaan wij niet voor opdraaien”