Een staatsgreep in slow motion

Mamadou Tandja wil aan de macht blijven in Niger. Het volk mag zich daar over uitspreken. Eerst werd de volksvertegenwoordiging ontbonden.

De Nigerijnse president Mamadou Tandja is vastberaden aan de macht te blijven en organiseerde daarom gisteren een „democratisch referendum”. Om de grondwet te wijzigen, zodat hij langer aan de macht kan blijven dan de twee termijnen die de grondwet toestaat. De oppositie noemt de volksraadpleging „een staatsgreep in slow motion” en riep op tot een boycot. De Europese Unie dreigt met sancties maar handelsrelaties maken een al te harde opstelling tegen Tandja onwaarschijnlijk.

Tandja’s tweede ambtstermijn loopt later dit jaar af. Hoewel er oppositie in binnen- en buitenland bestaat tegen verlenging van zijn mandaat, begon hij eind vorig jaar een campagne om te kunnen aanblijven. Toen het parlement zich tegen een grondwetswijziging verzette, stuurde hij de volksvertegenwoordiging naar huis. Toen het Hooggerechtshof hem verbood een referendum te houden, benoemde hij nieuwe rechters. Tijdens de campagnes voor het referendum de afgelopen weken zond de staatsradio alleen pro-Tandja-programma’s uit; een kritisch, privaat radiostation werd gesloten.

De verkiezingscommissie werkte bij het referendum zonder kiesregisters en kritische politici en journalisten zijn de mond gesnoerd. De boycot van de oppositie maakt de kans op een overwinning voor Tandja nog groter. Bij een aanname van de grondwetswijziging mag de 71 jaar oude Tandja drie jaar langer aanblijven en zich daarna opnieuw verkiesbaar stellen.

Tandja won in 1999 de verkiezingen. Zijn bewind bracht politieke stabiliteit, na twee staatsgrepen eerder in de jaren negentig. In 2007 zei hij in een interview: „Ik ben een democraat en ik treed af op de afgesproken datum.” Nu zegt hij zich niet te laten intimideren door binnen- en buitenlandse kritiek op zijn pogingen aan te blijven: „Ik luister alleen naar de wil van het Nigerijnse volk.”

Mohamane Ousmane, een ex-president (1993-1996) en parlementsvoorzitter vóór het parlement werd ontbonden, geeft als verklaring voor het gedrag van Tandja: „Afrikaanse leiders kunnen zich geen normaal leven voorstellen zonder het presidentiële paleis. Ze vragen zich af: ‘Moet ik straks in ballingsschap, ga ik het gevang in? Wat moet ik doen’”?

In het begin van zijn ambtstermijn was Tandja populair omdat hij grote infrastructurele projecten startte. De economie groeide. Hoewel hij aanvankelijk hard optrad tegen een rebellie van de Touareg, sloot hij een vredesverdrag met deze nomaden in de Sahara. De top van het Nigerijnse leger, waarin Tandja eens diende, lijkt hem te steunen.

Niger is ’s werelds derde uraniumproducent en in mei tekende de president een overeenkomst ter waarde van 1,73 miljard dollar met het Franse staatsbedrijf Areva voor de ontwikkeling van de grote Imouraren-uraniummijn in het noorden. Met China, dat zich traditioneel niet kritisch uitlaat over Afrikaanse regeringen, tekende hij een overeenkomst voor de exploitatie van olie ter waarde van vijf miljard dollar. De EU, die wel een harde positie inneemt, geeft jaarlijks 643 miljoen dollar hulp.