De ambtenaar

Waarom bent u niet verder gegaan in de geneeskunde?

„Het is lastig, het zijn andere onderwijssystemen. Bovendien werd ik niet ingeloot bij geneeskunde. Ik was 23 toen ik hier kwam. Ik dacht: ik moet zorgen dat ik hier een diploma haal. Een studie rechten sprak mij wel aan. Het was daarna niet makkelijk om aan werk te komen, vooral omdat Nederlands een erg moeilijke taal is. Ik heb veel baantjes gehad. Ik dacht, het lukt niet om met mijn hoofd te werken, maar mijn handen functioneren ook. Ik wilde iets bijdragen aan Nederland. Ik ben toen in een fabriek gaan werken.’’

Wat doet u nu?

„Ik volg een leer-werktraject van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Nederland heeft gemerkt dat er onder vluchtelingen veel hogeropgeleiden zitten die niet aan het werk komen. Ik doorloop nu een traject om adviseur bedrijfsvoering bij Rijkswaterstaat te worden. Dat betekent dat ik veel moet leren over projectleiding vanuit de financiële en juridische hoek. En ik moet ook klantgericht zijn, analytisch en tevens kostenbewust. De plek is voor een jaar. Ik hoop dat ik kan blijven, maar door bezuinigingen is dat lastig.”

Wat is het grootste verschil in arbeidscultuur tussen Nederland en Burundi?

„In Burundi zijn veel hogeropgeleiden, maar je hoeft eigenlijk nooit te solliciteren. De overheid heeft altijd plek voor je en bepaalt vervolgens wat je gaat doen. Alleen van mensen die bij internationale bedrijven gingen werken, zoals Philips, hoorde ik wel eens dat ze moesten solliciteren. Verder was het iets wat helemaal nieuw voor me was.’’