Damian denkt alleen aan vliegen

Vliegen is het mooiste wat er is, vindt Damian (18). Maar zijn ogen zijn te slecht om gevechtspiloot te worden. Dan maar de burgerluchtvaart in.

Damian wil piloot worden, net als zijn vader. Foto Stéphane Alonso De Poolse Damian Lewek (18) wil piloot worden, net als zijn vader. Serie waar het eigen leven begint. Alonso, Stéphane

Hij heeft het al vaak gedragen, het uniform van zijn vader, met pet en al, naar het jaarlijkse kostuumbal op school. „Het zit elk jaar minder ruim”, zegt Damian Lewek (18). „Maar ik voel me er hoe dan ook geweldig in.”

Damians vader is piloot voor de Poolse luchtvaartmaatschappij LOT. En zoonlief wil het liefst zo snel mogelijk in zijn voetsporen treden. Als het even kan op een lijnvlucht naar Spanje. „De Costa Brava is prachtig”, zegt Damian, terwijl hij zijn beugel bloot lacht. „Zo’n kust hebben we hier niet.”

Vliegen kan Damian al, in een zweefvliegtuig. Hij is hard aan het sparen voor het echte werk. Deze zomer wil hij een cursus volgen in een eenmotorig vliegtuig en daarna begint zijn nieuwe leven, op de pilotenopleiding van de technische hogeschool van Rzeszów, in het zuidoosten van Polen.

In Rzeszów, een slaperig provinciestadje omringd door prachtige bergen, wacht Damian een gespreid bedje. Zijn hele familie komt ervandaan en zijn vader studeerde er ook. „Ik ga, heel comfortabel, bij mijn grootmoeder wonen”, zegt de jonge student in de dop. Het eerste jaar is het zwaarst, want daarna valt al de beslissing of Damian uit het juiste hout is gesneden voor het pilotenbestaan.

Voor feestjes of vriendinnen heeft hij dan ook helemaal geen tijd. „Ik denk alleen aan vliegen.” Na zijn eindexamen heeft Damian meteen een zomerbaantje gezocht, bij een bedrijf dat tuinmeubelen verkoopt. Geen droombaan, maar de tiener is er dik tevreden mee, het bedrijf ligt naast Okecie, de luchthaven van Warschau. „Ik zie de hele dag toestellen laag over me heen scheren.”

Vooral de Piaggio Avanti, een Italiaans model waarmee in Polen orgaantransport wordt verricht, kan hem erg bekoren. „Het is anders dan alle andere vliegtuigen”, zegt Damian. „Met twee motoren die ingenieus achterop de staart zijn gemonteerd.”

Vroeger mocht hij vaak mee met zijn vader, tijdens internationale vluchten, in de cockpit. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 kan dat niet meer, de nieuwe veiligheidsregels staan het niet toe.

Damian, een tengere, bleke jongen met een brilletje, is een fanatieke sporter. In de perfect gemillimeterde tuin van zijn ouderlijk huis in Nowa Wies (Nieuw Dorp), een chiquere buitenwijk van Warschau, staat een volleybalnet. Binnen, midden in zijn slaapkamer, bungelt een boksbal. Boven zijn bed, naast een poster van Star Wars III, hangt een karatediploma. „En ik doe ook nog aan hardlopen en klimmen.”

Maar niets is mooier dan vliegen. Damian somt op waarom: de adrenaline, de snelheid, de acrobatiek („de wereld op zijn kop zien”) en, natuurlijk, de romantiek. De jonge Pool kan Top Gun spellen, maar zijn favoriete film is Les chevaliers du ciel (De hemelridders), een Franse productie uit 2005 over twee vechtpiloten die een gestolen Mirage 2000 moeten opsporen en daarbij heel wat vliegtuigen de grond in werken.

Gevechtspiloot zal hij nooit kunnen worden. Zijn ogen zijn te slecht. Maar voor de burgerluchtvaart valt hij nog binnen de norm. „Hopelijk blijft dat zo. Als ik toch geen piloot kan worden, ga ik vliegtuigen bouwen.”

Zijn held is Jurgis Kairys, een 57-jarige stuntvlieger uit buurland Litouwen, die in 2000 ondersteboven onder een zeven meter hoge voetgangersbrug vloog in Kaunas, de tweede stad van Litouwen. „Hij is niet alleen een briljante piloot, maar ook erg bescheiden”, zegt Damian. „Stuntpiloten doen vaak uit de hoogte, maar Kairys gaat na zijn stunts altijd even praten met het publiek, zonder kapsones.”

Damian kan zich zijn allereerste vlucht in een zweefvliegtuig nog goed herinneren, onder begeleiding van een instructeur. Hij was toen twaalf. „Toen de instructeur een spiraal voordeed, moest ik even slikken. Maar ik wist het toen wel zeker: dit wil ik ook. En nee, mijn vader heeft me nooit gepusht. Het is mijn eigen keuze.”

Zijn eerste solovlucht deed hij op zijn zestiende. „Dat was een raar gevoel. Ik keek achter me en de stoel van de instructeur was leeg. Er was niemand om eventuele fouten te corrigeren.”

Eén keer was Damian overmoedig. Ondanks matige luchtomstandigheden dwaalde hij ver af van het vliegveld. „Ik wist op het nippertje terug te keren, maar maakte een irreguliere landing, zonder het gebruikelijke rondje boven de landingsbaan. Dat was stom en onverantwoordelijk, maar ook leerzaam. Zulke risico’s neem ik niet meer.”

De grote vliegtuigongelukken van de laatste tijd – een Airbus stortte neer in de Atlantische Oceaan, een andere in de Indische – ontmoedigen hem niet. „Vliegen is ontzettend veilig. Autorijden, dat is pas eng. Ik kan het weten, ik woon in Polen, ons wegennet is een dodenakker. Elke maand vallen hier meer verkeersdoden dan bij één groot vliegtuigongeluk.”

Eerdere delen via aanklikbare kaart op nrc.nl/eigenleven