Binnen klinkt de eed, angst heerst in rest Iran

President Ahmadinejad sprak mooie woorden bij zijn inauguratie. Maar de oppositie houdt het hart vast. „Ik sluit zelfs executies niet uit.”

Thomas Erdbrink

Terwijl president Mahmoud Ahmadinejad in het Iraanse parlement de presidentiële eed aflegt, verhinderen op straat duizenden veiligheidsagenten dat er demonstraties tegen zijn inauguratie plaatsvinden.

Vanachter een spreekgestoelte, weelderig versierd met gele bloemen, zwoer Ahmadinejad vanochtend op de Koran dat hij de vrijheid van individuen zal beschermen en benadrukte dat niemand sociale vrijheden kan beknotten. Zijn politieke tegenstanders vrezen intussen voor hun toekomst en waarschuwen voor een grote zuivering.

„Iedereen is een eersteklas burger, er bestaat geen discriminatie en wie op welke kandidaat heeft gestemd is niet belangrijk”, zegt Ahmadinejad binnen.

Op straat staan veiligheidsagenten met hun knuppels in de palm van hun hand te slaan, terwijl voorbijgangers – wellicht potentiële demonstranten – verschrikt doorlopen. „Wat zijn ze allemaal lelijk”, fluistert een vrouw in zwarte chador tegen haar dochter over de soms piepjonge veiligheidstroepen. „Doorlopen”, beveelt een zo te zien vijftienjarige jongen met een vlasbaard en een zwart uniform.

Voor politici en stedelijke elites is een onzekere tijd aangebroken. Ahmadinejads plechtige woorden komen een paar dagen nadat hij in Mashad had aangekondigd dat er met zijn tweede ambtstermijn een ‘nieuw tijdperk’ in Iran zou aanbreken.

„Ik weet dat ze boos zijn”, zei Ahmadinejad bij die gelegenheid over zijn tegenstanders, zonder ze te specificeren. „Laat de inauguratieceremonies plaatsvinden en de regering aan het werk gaan, vervolgens zullen we ze bij hun kraag grijpen en hun hoofden tegen het plafond slaan”, zei de president volgens de krant Ettemaad-e Melli, het partijblad van zijn tegenstander Mehdi Karoubi. Onduidelijk bleef of Ahmadinejad het over de demonstranten had, of over zijn buitenlandse vijanden.

„Ik sluit zelfs executies van mensen met een afwijkende mening niet uit”, zegt Rasoul Montajabnia, vicevoorzitter van de partij van Karoubi.

„We moeten nu afwachten of de bedwelming van de macht, die ertoe heeft geleid dat ze alle redelijkheid hebben verloren, is uitgewerkt. Wie weet keren ze terug naar respect voor de wet.”

Morgen is de tweede zitting van de rechtszaak tegen circa 30 hervormingsgezinde politici en 70 relschoppers. Afgelopen zaterdag bouwde de openbare aanklager in een urenlang betoog een gedetailleerde zaak op waarin tientallen incidenten aaneen werden geregen tot een poging van hervormers, journalisten en academici om in Iran een fluwelen revolutie te organiseren.

In dat scenario zouden de aanhangers van Mousavi van plan zijn geweest om Irans leiders ten val te brengen volgens het model van de omwentelingen in Servië, Georgië en Oekraïne.

Verschillende hardliners vinden dat Mousavi en de hervormingsgezinde ex-president Mohammad Khatami de volgenden zijn die in de beklaagdenbank moeten verschijnen.

De uitslag van dit monsterproces, waarin straffen van vijf jaar tot de doodstraf kunnen worden geëist, vormt volgens velen de basis voor de aanstaande zuivering. Als de politici schuldig worden verklaart, dan zullen niet alleen hun partijen worden opgeheven, maar ook diverse kranten die aan hen zijn gelieerd.

„Alles zal anders worden in Iran. Deze regering heeft geen legitimiteit, geen achterban en is niet populair”, zegt Montajabnia. „Ze zullen van alles proberen om toch legitiem over te komen.”

Niet alleen politici vrezen voor de toekomst. Ook in Iran’s bloeiende filmindustrie is men bang dat bepaalde personen voortaan zullen worden geweerd. „Ik weet niet of ik nog kan werken in de toekomst”, zegt Leili Rashidi, een bekende actrice die campagne voerde voor Mousavi.

„Ze kunnen me niet stoppen omdat ik een kandidaat heb gesteund die goedgekeurd was door de Raad van de Hoeders van de Grondwet”, zegt ze. „Maar het ziet ernaar uit dat dit toch tegen mensen gebruikt gaat worden en dat verschillende acteurs niet meer mogen werken.”

Vandaag werd weer een voormalige assistent van Mousavi gearresteerd. De krant Ettemaad schreef afgelopen maandag dat er nog maar 17 prominente dissidenten niet in staat van beschuldiging zijn gesteld.

„Ik weet niet waar mijn man is. De nummerherkenning zegt dat hij ergens in Oost-Teheran zit. Maar daar is geen gevangenis”, zegt Mahdieh Mohammadi, de vrouw van Ahmad Zeidabadi, een bekende journalist.

Veel jongeren in Teheran zeggen dat emigratie naar het buitenland de enige oplossing is. „Ik heb me ingeschreven op universiteiten in de Verenigde Staten en in Canada”, zegt Merhdad, die niet met zijn achternaam in de krant wil.

Gisteravond weerklonk in Teheran rond tien uur opnieuw de roep van de oppositie, een luid donderend ‘Allah is groot’, dat iedere avond vanaf de daken en balkons wordt geroepen. Mehrdad (24) en zijn vrienden zitten loom op de bank. Over één ding zijn ze het eens: dit is de ergste zomer van hun leven.

„Drie weken geleden stak ik mijn hoofd buiten de deur tijdens een demonstratie. Vervolgens sloeg een lid van de baseeji (vrijwilligerstroepen) op mijn hand met een machete. Mijn vingers lagen er bijna af”, zegt hij en wijst op zijn hand waar op iedere vinger dikke littekens zitten. „Dit is geen normaal land meer.”

Videobeelden beëdiging Ahmadinejad op nrc.nl/iran