Zee en strand zijn echt een verademing

Deze zomer overnacht nrc.next wekelijks in een plaats die je op weg naar je vakantie alleen maar passeert.

De tussenstop wordt eindstation. Vandaag: Calais.

Wat weet ik van Calais? Dat de veerboot naar Engeland er vertrekt en dat er zich illegale migranten verzamelen die aan de andere kant van het Kanaal een beter bestaan verwachten. En verder? Niets.

De resultaten van een zoektocht op internet zijn best hoopvol. Toch nog zo’n 80.000 inwoners en een rijke historie als strategisch gelegen handelsstad. Volgens de Engelstalige Wikipedia is het centrum na de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog flink opgeknapt, wat van Calais een „vrij plezierige, alhoewel typisch Noord-Franse” stad maakt.

12.40 uur

Het afgelopen uur ging de reis van het ene grauwe Noord-Franse dorp naar het volgende. Overal ongeveer hetzelfde beeld. Kleine arbeidershuizen dicht op elkaar, een wat vervallen fabrieksgebouw en een kaal station. Ik begin te begrijpen wat er met ‘typisch Noord-Frans’ wordt bedoeld. Aan de linkerzijde van het spoor, vlak voor het station van Calais, zie ik een groepje van ongeveer tien Afrikanen kamperen onder blauw plastic zeil.

12.50 uur

Vanaf het station loop ik langs het stadhuis – mooi, in Vlaamse Renaissance-stijl – in de richting van het centrum. Althans, dat denk ik. Op de Boulevard Jacquard is een markt. Vrouwen duwen kinderwagens voort, de buggy is hier nog onbekend. Ze worden geflankeerd door mannen in trainingspak met tatoeages in hun nek. Het mooie theater op de Place Albert Ier heeft de bommenregen in de Tweede Wereldoorlog kennelijk overleefd. Het gebouw steekt schril af bij de omliggende straten waar het pleisterwerk van gebouwen afbladdert en de rolluiken veelal naar beneden zijn. Ik ben er ondertussen achter dat dit niet het centrum is, maar ik heb wel behoefte aan een hotel om me even op te frissen.

14.00 uur

Met een kaart in de hand en een fris gemoed loop ik vanuit het hotel aan de Rue de Maubeuge richting het stadshart. Wederom gaat de tocht door lange straten, met aan weerszijden arbeidershuizen en blokken sociale woningbouw. Bij de Rue du Quai de la Loire wandel ik plots tussen een groep van zo’n zestig vermoedelijk Afghaanse vluchtelingen door, allemaal mannen. De meesten dragen afgetrapte sportschoenen. Sommigen wassen hun gezicht met water uit plastic flessen.

Ik loop verder over een brug naar het centrum. De enkele vluchtelingen die daar rondlopen, vallen niet meer op tussen het publiek van vooral Franse vakantiegangers. Langs de Rue Royale mengen Engelse toeristen zich met Fransen op de terrassen, waar verse mosselen worden gegeten.

14.45 uur

Via de Avenue Raymond Poincaré loop ik verder richting de kust. Daar blijkt Calais over een breed zandstrand te beschikken. De ondertussen volop schijnende zon, de zee en het strand zijn een verademing in vergelijking met Calais buiten het centrum. Bij Bistro de la Plage bestel ik een ‘sandwich Scandinave’. Dit is de enige plek op de boulevard waar je buiten kunt zitten met uitzicht op het strand. Op een plastic stoel met rechte leuning, dat wel. Strandpaviljoens zijn er niet. De sandwich blijkt een stokbrood van bijna een halve meter. Vanwege de taaie plakken zalm, dikke klodders mayonaise en waterige schijven tomaat laat ik hem na ongeveer 25 centimeter maar voor wat hij is. Gelukkig smaakt het bier wel goed.

20.00 uur

Na enkele uren van de zon te hebben genoten in een duinpan eet ik mosselen op het terras van restaurant La Tour, met uitzicht op een historische uitkijktoren. De mosselen zijn prima. De frietjes slap, de boontjes eveneens en smakeloos bovendien, maar daar letten we maar even niet op.

Terwijl ik vervolgens de toeristische uitleg op een bord bij de uitkijktoren lees, komt er een meisje naast me staan. Ze rookt een sigaret en wacht kennelijk op iemand. Ik vraag haar waar er vanavond wat te beleven valt. Zij vertelt dat ze het ook niet weet, omdat ze tegenwoordig in Bordeaux woont en hier voor het eerst sinds jaren weer eens een oude bekende opzoekt. Ze heeft wel gehoord dat er vanavond een feest is bij het strand.

21.30 uur

Daar spreek ik de Finse Marge Montin aan, die met man en dochter over de boulevard flaneert. Ze zijn zo’n beetje de enige niet-Fransen die er te vinden zijn. Wat brengt buitenlandse toeristen naar Calais? Het antwoord van Montin geldt waarschijnlijk voor de meeste niet-Fransen in de havenstad. Ze zijn op doorreis, naar Normandië, en maken hier een tussenstop.

22.00 uur

Het wordt steeds drukker op het strand. Al de hele avond steken jongens vuurpijlen af. Overal zitten groepjes Fransen bij elkaar met flessen wijn erbij. Er wordt veel gelachen en gegild, kinderen rennen achter elkaar aan, geliefden liggen in elkaars armen.

22.45 uur

Vanuit het centrum zijn nog zo’n tien- tot twintigduizend mensen naar de boulevard gekomen. Daar verzamelen ze zich voor het grote vuurwerk dat zo wordt ontstoken.

23.45 uur

Op mijn hotelkamer zet ik nog even de tv aan en zie wederom vuurwerk, nu rondom de Eiffeltoren. Ah, nu begrijp ik het. Het was vandaag de 14de juli, oftewel dé nationale feestdag van Frankrijk.

10.00 uur

„De stad is historisch, maar er zijn weinig historische gebouwen meer over. Die zijn allemaal vernietigd tijdens de oorlog. Dat is een probleem voor ons”, zegt Christelle Odul, directeur van het plaatselijke VVV-kantoor. „Als de zon schijnt, is het beter.”

Vandaag schijnt de zon niet. Het regent soms en het waait zo hard dat achtereenvolgens de parasol, het menubord en een reclamebord op het ernaast gelegen terras tegen de grond aan kletteren. Waar moet ik heen? Niet naar het museum voor beeldende kunst, zegt Odul. Dat verloor zijn collectie bij een bombardement in 1940. Wat ervoor in de plaats kwam, is kennelijk niet zo de moeite waard. Ze adviseert het kantmuseum.

10.30 uur

Dat is gevestigd in een gloednieuw architectonisch hoogstandje langs de Quai du Commerce. Binnen wordt het productieproces getoond, evenals kanten kledingstukken en de geschiedenis van kant in Calais en omgeving. Het fraaie gebouw is iets te pompeus voor wat er binnen te zien is. Zoveel valt er niet te vertellen over kant. De bezoekers laten het ook afweten op deze woensdagochtend.

12.00 uur

Het kleine oorlogsmuseum is best de moeite waard, vooral vanwege de locatie. Het is gevestigd in een gang van het voormalige Duitse hoofdkwartier in Calais; een enorme bunker, verstopt in het Parc St. Pierre.

Toch kun je in Calais maar beter hopen dat de zon schijnt. Dan kun je lekker in een duinpan gaan liggen.