Verliefd op een vaas madeliefjes

Tentoonstelling Een tere stilte en een sterk geluid. T/m 1/11 Marie Tak van Poortvliet Museum, Domburg en Museum De Schotse Huizen in Veere.

* * * *

Door Gijsbert van der Wal

De tentoonstelling Een tere stilte en een sterk geluid, over schilderessen in Domburg en Veere in de eerste decennia van de twintigste eeuw, is doormidden gehakt. De ene helft hangt in Domburg, de andere in Veere. Wie het hele verhaal wil zien, moet tussendoor vijftien kilometer fietsen of autorijden door het Zeeuwse land. Dat kon niet anders, want er moest veel werk worden getoond en de musea zijn allebei maar klein, en het pakt leuk uit, omdat je veel werk nu ziet in de plaats waar het gemaakt of voor het eerst tentoongesteld is.

Domburg was een kunstenaarskolonie in de jaren tien, Veere tussen de twee wereldoorlogen. In Domburg werkten de meeste en de bekendste kunstenaressen, onder wie Charley Toorop, Jacoba van Heemskerck, Suze Robertson en Lizzy Ansingh. Hun werk is in het Marie Tak van Poortvliet Museum gecombineerd met dat van minder bekende tijdgenoten. In Veere ontbreken de bekende namen geheel. Op beide locaties is uiteenlopend werk te zien, van nuffige dameskunst tot verrassende schilderijen. Je kan je wel ergeren aan de truttigheid van een geschilderde teddyberenfamilie en de houterigheid van een vrouwelijk naakt met een bloemenvaas, maar beter is het alle schilderessen op hun beste werk te beoordelen en open te staan voor ontdekkingen.

Een van de verrassingen in Veere is een portret van een vissersvrouw door Bas van der Veer (1887-1941), een schilderes die verder voornamelijk Rie Cramerachtige kinderboekillustraties maakte. Aan het portret is de gretigheid af te lezen waarmee Van der Veer het charismatische, jongensachtige gezicht van de vrouw heeft bestudeerd. Neus en lippen, wangen, wenkbrauwen en blauwe ogen – alles is afgetast in verf. Er zit verliefdheid in dat schilderij. Verlangen.

Dat een soort zondagschilders-naïviteit soms juist de kwaliteit van iemands werk kan uitmaken, blijkt in het werk van Mies Callenfels-Carsen (1893-1982). Zij vertaalde haar gevoeligheid voor licht, kleur en stemming op een kinderlijke manier in stadsgezichten waar je je graag door laat meeslepen. Baksteentjes, dakpannen, vrolijke bloemen in de tuinen, de zon op de luiken van het stadhuis: zo ziet Veere er inderdaad uit.

De interessantste van de schilderessen is Lucie van Dam van Isselt (1871-1949), op beide locaties te zien omdat ze zowel in Domburg als in Veere werkte. In Veere, waar ze meer dan 25 jaar woonde, maakte ze waterverftekeningen van haar uitzicht, met het slanke torentje van het stadhuis, en impressionistische schilderijen van de robuuste Grote Kerk. Ze maakte ook een enkel portret en veel stillevens. Op haar best was ze als ze die stillevens heel eenvoudig hield. In Domburg hangt een doodsimpel schilderijtje van een cactus in een groen en wit uitgeslagen bloempot, in Veere een stilleven met madeliefjes in een zilveren vaasje. Je ziet subtiele veegjes sprankelend witte verf die tegelijk bloemblaadjes zijn, met paarsgrijze schaduwen erin en een beetje rood aan de randjes. Het groenige geel in het hart van de bloemetjes is ook precies raak. Van Dam van Isselt heeft de madeliefjes net zo verliefd bekeken en nagevoeld als Bas van der Veer het meisjesgezicht.