Uien en lavendel

In het café deden ze er niet moeilijk over. „Alberto Contador wint vanavond.” De spreker goot een glas bier in zijn keel om de stelling te bekrachtigen. „Alessandro Ballan”, zei een ander. „Als de wereldkampioen wint is het net iets minder opzichtig.” Ook deze bewering werd afgeblust met bier. „Laurens ten Dam lijkt me logischer om de illusie van een wedstrijd op te houden”, wist een derde. Een paar uur later bleek het drietal aan de bar in elk geval het podium van het profcriterium van Heerlen juist te hebben voorspeld. Contador won vóór Ballan en Ten Dam.

De drie heren – het waren net geklede en strak gecoiffeerde heren – hingen in de slotfase van de koers uitzinnig over de dranghekken alsof ze hun overwegingen waren vergeten.

De na-Tourcriteriums, met sport hebben ze weinig te maken. Met kermis des te meer. Maar wie goed oplet kan er ook puur esthetische genoegens aan beleven.

Ga in een bocht staan, bestudeer hoe het amorfe peloton zich tot ritssluiting schikt. Voorwiel tegen achterwiel, nauwelijks twee centimeter ertussen. Voor de fijnproevers: ervaar hoe het subtiele dokkeren van de bandjes op de ondergrond via de voetzolen resoneert tegen het middenrif. En heel even verdrijft de wind, door het peloton teweeggebracht, de geur van met hamburgers mee gegrilde uien. Een peloton ruikt naar lavendel.

Na de Tour de France worden in Nederland zestien criteriums georganiseerd. In de jaren tachtig waren het er 35. Hard werken was het om dagelijks een logisch podium te produceren.

In mijn hoofd kan ik de stratencircuits zo weer narijden. Boxmeer, Stiphout, de Acht van Chaam, Wateringen, de Flits van Echt, de Nacht van Linne, het Wonder van Obbicht, Kortenhoef met de gevreesde bocht voor de finish.

Na twee weken afremmen en optrekken trad het verschijnsel op dat werd aangeduid met ‘criteriumbenen’. Dit zijn benen die ongeschikt waren geworden voor het echte wielerwerk.

Een voorval uit het Wonder van Obbicht schiet me te binnen. Tussen het publiek stond een man die kennelijk ontevreden was over mijn prestaties. „Winnen, lul!”, klonk het bij elke passsage. Ik moest hem het zwijgen opleggen door een volle bidon naar het hoofd te smijten. Elke dag een nieuw avontuur.

Ik vraag me overigens nu pas af waarom het criterium dat al lang ter ziele is, het Wonder werd genoemd. Zou het met de katholieke beleving te maken hebben?

Google wijst me de weg. Het wonder bestond eruit dat een klein Limburgs dorpje zo’n groot evenement wist te organiseren. In 1971 werd de eerste wielerdag afgesloten met een optreden van Corrie en de Rekels. Financieel bleek het een doorslaand succes.

Toch nog een religieus tintje. Tijdens een van de Wonderen werd uit een kapel het beeld van de Heilige Barbara ontvreemd.