'Revolutie Iran is werk van spion'

Het Iraanse bewind zet de omstreden installatie van president Ahmadinejad door.

Tegen de oppositie voert het intussen een monsterproces.

Duidelijker is de afstand tussen de twee politieke kampen in Iran nog niet te zien geweest. Gisteren waren de leiders van de oppositie afwezig tijdens de installatie van president Mahmoud Ahmadinejad door Opperste Leider Ali Khamenei, iets wat hoogst ongebruikelijk is. Het is onduidelijk of ze de bijeenkomst hebben geboycot of dat ze niet waren uitgenodigd.

Juist dit weekeinde is een controversieel proces begonnen tegen circa honderd oppositiefiguren en demonstranten, aanhangers van oppositieleider Mir Hossein Mousavi. Zij worden beschuldigd van het plannen – met ondere andere Nederlandse steun – van een „fluwelen revolutie” tijdens de verkiezingen, met als doel het ten val brengen van Irans conservatieve leiders.

Prominente politici, een voormalige vicepresident, een academicus en een journalist verklaarden in door de televisie uitgezonden getuigenissen dat ze hadden gelogen. Nu verklaarden ze dat de verkiezingen eerlijk verlopen zijn en Ahmadinejad de echte winnaar is. Voor hun arrestatie verklaarden ze het tegenovergestelde.

Het proces is het begin van een zuivering van het Iraanse systeem door aanhangers van Ahmadinejad, zo zeggen analisten. Een decennialange strijd tussen hervormers en conservatieven wordt op dit moment beslecht. De rechtszaak is een poging om de hervormers, die vrijwel allemaal Mousavi steunen, zo te criminaliseren dat hun partijen op basis van een veroordeling illegaal kunnen worden verklaard. Hun leiders, onder wie Mousavi en ex-president Mohammad Khatami, zouden op basis van de uitkomst van dit proces ook gevangen genomen kunnen worden.

„Deze bekentenissen zijn verkregen na middeleeuwse martelingen”, donderde presidentskandidaat Mousavi op zijn website. Sinds hij officieel de verkiezingen op 12 juni verloor, leidt hij een beweging die eist dat de verkiezingen ongeldig worden verklaard.

Een Nederlands budget van 15 miljoen euro voor mediadiversiteit in Iran speelt een prominente rol in de aanklacht tegen de oppositieleden. Volgens de aanklager financierde de Nederlandse staat dissidenten die een zachte revolutie in Iran organiseerden, naar het model van geweldloze omwentelingen in Georgië en de Oekraïne.

In grijze gevangenispyjama’s en met vaak ingevallen gezichten luisterden circa dertig prominente politici, activisten, academici en journalisten naar de urenlange aanklacht van de viceaanklager van Teheran, Abdolreza Mohabbati. Er waren ook ongeveer zeventig opgepakte demonstranten die werden beschuldigd van rellen en lidmaatschap van verboden organisaties.

Mohabbati’s aanklacht draaide om de bekentenissen van een niet nader genoemde „spion van de CIA”. „Deze persoon is voor de verkiezingen teruggekomen naar Iran om de voorbereidingen te treffen voor de fluwelen revolutie”, zei Mohabbati.

De ‘spion’ beschuldigde Mousavi-aanhangers ervan jarenlang een plan te hebben voorbereid om de verkiezingen te gebruiken voor een machtsomwenteling, zo staat in de aanklacht die is verspreid via Fars News, een nieuwsagentschap met sterke banden met Irans Revolutionaire Garde.

De zaken tegen veel organisaties en personen die de afgelopen jaren in Iran zijn beschuldigd van spionage of activiteiten tegen de staat, werden als een groot verbond gepresenteerd door de aanklager.

Hij construeerde zijn zaak rondom beschuldigingen van de spion over Amerikaanse en Nederlandse steun voor Iraanse hervormers en dissidenten. De Nederlandse staat heeft volgens Mohabbati verschillende organisaties binnen en buiten Iran gesteund die een onderdeel waren van het plot om de regering omver te werpen.

Hij noemt de ontwikkelingsorganisatie Hivos die geld zou hebben uitgedeeld aan vrouwenorganisaties. „Dit waren subcomités die meewerkten aan het plan”, vertelde Mohabbati. Verschillende activisten die de afgelopen jaren zijn gearresteerd in verband met het geld, dat in meerderheid in Nederland wordt uitgegeven, werden met naam genoemd.

Er was gisterochtend geen Nederlandse vertegenwoordiger aanwezig bij de inauguratie van Ahmadinejad. Er waren wel afgezanten van de andere 26 lidstaten van de Europese Unie. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen lichtte de afwezigheid gisteren toe in een brief aan de Tweede Kamer.

Nederland is volgens Verhagen van mening dat aanwezigheid bij de inauguratieplechtigheden gisteren „ten onrechte kan worden uitgelegd” als „instemming met de huidige situatie”, die zich kenmerkt door „het hardhandig neerslaan van vreedzame protesten, willekeurige arrestaties en de beknotting van universele rechten”.

Tijdens de rechtszaak vertelde vicepresident Mohammad Ali Abtahi dat buitenlanders hadden geholpen tijdens een project dat twee tot drie jaar had geduurd en als doel had om de macht van de Opperste Leider, ayatollah Khamenei, te verkleinen. „Het plan was om het vertrouwen van het volk in de leider te beschadigen”, zei Abtahi.

Ex-president Khatami sprak van „een schijnproces”. „Laten we hopen dat de echte misdaden niet worden vergeten.” Volgens persbureau IRNA heeft Khatami geprobeerd om uit Iran te vluchten, om de oppositie vanuit het buitenland te leiden. Khatami’s woordvoerders hebben dit ontkend.

Volgens ooggetuigen waren er gisteren opnieuw protesten in de straten van Teheran. „Ik hoorde mensen toeteren en zag dat veiligheidsdiensten schoten met traangas”, aldus een ooggetuige. Er zouden ook opnieuw arrestaties zijn verricht.

Morgen wordt president Ahmadinejad beëdigd door het parlement.