Religieus 'vertrouwen'

God is niet dood, maar terminaal: hoewel een nipte meerderheid van 52 procent zich nog steeds tot een kerkelijke gezindte rekent, is het aantal volwassen Nederlanders dat minstens één keer per maand naar de kerk gaat gedaald tot 18 procent, zo berekende het CBS. Een historisch dieptepunt. Zelfs onder moslims, die vaak worden gezien als kerkvast, neemt de geloofsbelijdenis met rasse schreden af: ging tien jaar geleden nog 47 procent maandelijks naar de moskee, nu is dat 35 procent. Tel daarbij op dat ruim 200.000 van de 850.000 moslims (in totaal 5 procent van de bevolking) jonger is dan twaalf jaar en het woord islamisering krijgt potsierlijke trekjes: tweederde belijdt niet en een kwart is enkel ‘moslim’ bij monde van hun ouders.

Nu zou iedereen met een beetje gezond verstand deze ontkerkelijking toejuichen, ware het niet dat religie nog altijd ten onrechte wordt geassocieerd met sociale cohesie. Zo concludeerde Het Parool uit de CBS-cijfers dat kerkbezoekers „socialere mensen” zijn: ze tonen meer politieke betrokkenheid en doen vaker vrijwilligerswerk. Trouw stelde zelfs dat gelovigen „meer vertrouwen hebben in hun medemens”. Wie de precieze cijfers erop naslaat, vraagt zich echter af uit welke rooskleurige hemel die conclusies gevallen zijn.

Kerkgangers hebben, blijkt uit het rapport, namelijk aanzienlijk meer vertrouwen in controlerende instituties, zoals de politie, het leger en de NAVO – en aanzienlijk minder fiducie in onafhankelijke organen zoals de pers, het bedrijfsleven en de rechterlijke macht. Als daar iets uit te destilleren valt, is het wel een verkapt wantrouwen in de medemens: vertrouwen is goed, controle is beter.

Om die houding voor te doen als ‘sociale cohesie’ is dus ronduit misleidend: gelovigen hebben meer vertrouwen in elkaar, maar niet in De Ander. Dat blijkt ook uit hun politieke opvattingen: kerkgangers zijn, grosso modo, sterker gekant tegen Europese eenwording en de komst van immigranten dan ongelovigen – en hechten significant meer belang aan militaire missies en culturele assimilatie van buitenlanders. Vroeger, toen de kerkganger zélf werd buitengesloten, heette dat nog intolerant. Nu noemt men dat ‘verdediging van westerse waarden’.

Seculiere waarden welteverstaan.

Rob Wijnberg