Onderzoek naar handel in organen Kosovo-oorlog

De Raad van Europa is een onderzoek begonnen naar de Servische beschuldigingen dat Albanese guerrillastrijders tijdens de Kosovo-oorlog (1998-1999) Servische burgers hebben ontvoerd en vermoord om vervolgens hun organen te verkopen op de zwarte markt. De Raad van Europa heeft het nieuws uit Servische media bevestigd.

Het onderzoek is in handen van de Zwitserse senator Dick Marty, die eerder al namens de Raad een rapport opstelde over de verboden CIA-vluchten op Europees grondgebied. Marty is gisteren zijn onderzoek gestart in Belgrado en reist later deze week nog naar Tirana en Pristina. Hij spreekt er niet alleen met vertegenwoordigers van regering en Justitie maar ook met ngo’s die de rechten verdedigen van vermiste personen.

Tijdens de Kosovo-oorlog vochten Kosovo-Albanezen met de steun van Albanië tegen de Serviërs. Tijdens het conflict vielen ongeveer 5.000 doden, overwegend Kosovo-Albanezen. Belgrado beschouwt Kosovo als de bakermat van de Servische cultuur en verzet zich nog steeds tegen de vorig jaar uitgeroepen onafhankelijkheid van het land, waar 120.000 Serviërs wonen tussen 2 miljoen Kosovo-Albanezen.

De beschuldiging dat Albanezen tijdens het conflict organen van minstens 500 Serviërs – maar ook van enkele Roma en Kosovo-Albanezen – hebben verkocht op de zwarte markt werd in 2002 en 2003 al eens onderzocht door het Joegoslavië-tribunaal. Toen werden er geen bewijzen voor gevonden. De discussie werd opnieuw opgerakeld door voormalig hoofdaanklager Carla del Ponte, die in haar vorig jaar verschenen boek over haar tijd bij het VN-tribunaal opnieuw gewag maakte van de organenhandel.

Niet alleen Servië, maar ook mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch dringt sindsdien aan op een nieuw onderzoek. Aanklagers van het Servische tribunaal voor oorlogsmisdaden werd in oktober nog de toegang tot Albanië geweigerd. Albanië heeft de beschuldiging altijd stellig ontkend. Servië vroeg daarop aan de Raad van Europa, een samenwerkingsverband van 47 Europese landen inzake mensenrechten en democratie, om de zaak alsnog te onderzoeken.

Tien jaar na het einde van de oorlog zijn in Kosovo nog altijd 2.460 Albanezen en 529 Serviërs vermist. (AP, AFP)