Moeizame strijd van het cricket in Nederland

Cricket, sinds 1850 in Nederland beoefend, was hier ooit de populairste sport.

De vijfduizend beoefenaars beschouwen cricket als veel meer dan zomaar een hobby.

In de klapstoeltjes langs de ‘boundary’, de omheining van het cricketveld, zitten vooral oudere liefhebbers van de cricketsport. Sommigen hebben een trui om hun schouders geslagen. Daarachter staan tafels en stoelen waar mensen genieten van een drankje en de zon. Aan de rand van het gras staat een groen geverfde houten schuur die als uitgifte fungeert. Af en toe wordt er beschaafd geklapt of geroepen na een discutabele bal. Nieuw Hanenburg in Den Haag, zondagmiddag bij de cricketwedstrijd tussen Quick en de bezoekers van HBS, dat op een steenworp afstand speelt.

Niet veel meer dan honderd toeschouwers zijn afgekomen op de derby tussen de twee ruim honderd jaar oude verenigingen met een rijke historie op zowel cricket- als voetbalgebied. Het is rustiger dan normaal bij een wedstrijd tussen de twee clubs, zeggen vaste volgers. Het beroerde weer ’s ochtends en het vakantieseizoen zouden de oorzaken zijn. „Iedereen die nog op vakantie kan, zit op Quick en HBS”, grapt Taco Risselada, speler van HBS.

Daarmee is het eerste vooroordeel, dat cricket een elitesport zou zijn, zijdelings genoemd. Andere voorbeelden: de sport zou saai en ingewikkeld zijn. De meeste cricketers halen daar hun schouders over op. Jacob-Jan Esmeijer (37), speler van de derde Haagse club in de hoofdklasse HCC: „Soms begint er weer iemand over sandwiches eten en thee drinken. Dat zijn blijkbaar de dingen die mensen willen onthouden.”

Natuurlijk, cricket is een sport van tradities. Toch is de sfeer langs het veld losser dan voorheen, constateert Hans Schiferli, wiens zoon Edgar bij Quick speelt. „Je mocht vroeger niet praten tijdens de wedstrijd en er moest langzaam geklapt worden.” Cricket is en blijft een bijzondere sport, zegt Marc Asselbergs, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Cricket Bond (KNCB). „Ik heb wel eens horen zeggen dat cricket het nieuwe golf is, dat vind ik wel een mooie.”

Maar waar golf in Nederland een enorme vlucht heeft genomen, daar telt cricket in Nederland al jaren zo’n vijfduizend beoefenaars en een kleine, maar trouwe schare vaste volgers. De cricketbond zou graag willen groeien, maar beseft dat de sport niet in de Nederlandse cultuur is ingebakken, zoals bijvoorbeeld voetbal.

Al was cricket ooit wel de populairste sport van het land, vertelt Harry Oltheten, die vier boeken over cricket schreef. De sport werd volgens hem rond 1850 in Nederland geïntroduceerd. Cricket genoot enorme populariteit tot voetbal kwam overwaaien uit Groot-Brittannië. Oltheten: „Dat is natuurlijk een veel eenvoudiger spel, en bovendien vergt het minder onderhoud.” Ongeveer vanaf de Tweede Wereldoorlog voert het cricket in Nederland een „moeizame strijd”, zegt Oltheten.

De cricketbond vestigt de hoop op ‘expats’, vooral uit voormalige Britse Gemenebestlanden. Asselbergs: „We hebben laatst een Indiadag georganiseerd in Amsterdam. Die mensen hebben namelijk geen idee dat hier gecricket wordt.” In landen als India en Pakistan is cricket meer dan een sport alleen. „Daar is het een soort religie”, zegt Oltheten.

Niet eenvoudig is het tegenwoordig om de autochtone jeugd enthousiast te krijgen voor cricket. De duur van de wedstrijden en de periode van het seizoen – in de zomermaanden – blijken obstakels. Veel wordt verwacht van de snel oprukkende verkorte spelvariant ‘Twenty20’, waarbij elk team slechts twintig ‘overs’ (een serie van zes ballen) speelt. Door het beperkte aantal ballen per team wordt er veel meer risico genomen. En een duel bij het Twenty20-cricket duurt gemiddeld zo’n drie uur, ongeveer de helft van een reguliere wedstrijd. Volgens sommigen is Twenty20 zelfs dé toekomst voor de sport.

Wanneer het over de snelle cricketvariant gaat, dan gaat het over de sensationele zege van het Nederlands team op Engeland tijdens het wereldkampioenschap Twenty20, nu bijna twee maanden geleden. De volgende dag repte de Engelse pers over niet minder dan een schande voor het Engelse cricket. Het was onbestaanbaar dat Nederland, dat voor het overgrote deel bestaat uit amateurcricketers, had gewonnen van de gelouterde Engelse profs.

Zo’n 1.200 Nederlanders waren getuige van de historische zege op het Wembley van het cricket: ‘Lord’s cricket ground’. Ook Hans Schiferli, die zijn zoon Edgar de beslissende run zag slaan, was erbij. „Op drie grote schermen in het stadion zag ik de kop van die gozer, zoiets moois heb ik nog nooit meegemaakt.”

Ook voor Edgar (33) zelf was het een speciaal moment. In 2003 zou hij naar Engeland verhuizen om profcricketer te worden. Maar twee weken voor zijn vertrek scheurde hij zijn voorste kruisbanden af bij een training van het eerste voetbalelftal van Quick. Hoewel hij later nog wel aanbiedingen kreeg om naar Engeland te gaan, besloot Schiferli in Nederland te blijven. En daarom speelt hij zijn hele cricketleven in een competitie die – volgens cricketers zelf – vergelijkbaar is met het hoogste amateurniveau in Engeland. Schiferli kijkt altijd erg uit naar de derby’s. Vorig seizoen stonden in de finale van de play-offs twee Haagse clubs, HCC en Quick, tegenover elkaar. HCC pakte de landstitel.

Maar over een langere periode bezien wordt de hoofdklasse vooral gedomineerd door Excelsior ’20 (Schiedam), VRA (Amstelveen) en VOC (Rotterdam). Het topcricket in Nederland beperkt zich tegenwoordig tot de Randstad – alle clubs uit de hoogste cricketcompetitie komen er vandaan. Verenigingen als Koninklijke UD uit Deventer, de oudste nog bestaande cricketclub van Nederland, hebben tegenwoordig moeite om het hoofd boven water te houden.

Tussen de Haagse clubs is er volgens betrokkenen sprake van „gezonde rivaliteit”. Natuurlijk, in het veld gaat het er af en toe scherp aan toe, maar over het algemeen zijn de banden onderling goed. Het is een sfeer van ‘ons kent ons’. „Vanaf je zesde tot je 35ste speel je tegen elkaar, het is logisch dat je je tegenstanders leert kennen”, zegt HBS’er Risselada.

Gisteren verloor Risselada’s ploeg voor de zoveelste keer deze competitie, met 85 runs verschil. Quick staat nu tweede en maakt goede kans op de play-offs om het landskampioenschap, waarvoor de eerste vier teams in de eindrangschikking zich plaatsen. Voor HBS wordt handhaving nog een zware klus. Volgend jaar krimpt de hoofdklasse van tien naar acht ploegen, met als doel de gemiddelde kwaliteit te verhogen. Daardoor degraderen de eerste twee ploegen direct en speelt de nummer zeven van de ranglijst promotiedegradatiewedstrijden. HBS staat met nog vier wedstrijden te gaan voorlaatste.

De inkrimping van de hoofdklasse past in de professionalisering van de cricketsport. Thijs Risselada, vader van Taco en fysiotherapeut van het Nederlandse team, zegt dat de cricketers van nu een veel betere conditie hebben dan in zijn tijd. En voor het kwalificatietoernooi voor het WK, afgelopen voorjaar in Zuid-Afrika, hebben de spelers volgens Risselada senior zes maanden een intensief trainingsschema gevolgd.

Risselada wil ermee zeggen dat cricket allang niet meer zomaar een hobby is, zeker niet voor de spelers van het Nederlandse team. Jeroen Smits (37), aanvoerder van de Nederlandse ploeg en al zijn hele leven lid van HCC, twijfelt nog of hij een seizoen door wil gaan. „Het vraagt fysiek heel erg veel van je. Cricket is tegenwoordig echt geen oudemannensport meer.”