Leuk, die erkenning van de bezoekers

In september wordt de Museumprijs toegekend aan een museum voor vaderlandse geschiedenis. Vijf musea doen mee, het publiek kiest. „Voor ons is het geld echt belangrijk.”

Meer bezoekers zijn er nog niet gekomen, maar het hunebedcentrum in Borger kon wel de computers voor bezoekers moderniseren en er liggen ook al plannen voor een nieuwe tentoonstelling over de ijstijd. Het museum won vorig jaar de Museumprijs in de categorie ‘archeologische musea’. „Het is leuk dat je erkenning krijgt van de bezoekers. Maar het bezoekersaantal is gelijk gebleven, dat ligt nog altijd rond de 100.000 per jaar”, zegt adjunct-directeur Harry Wolters.

Ieder jaar gaat de prijs naar een andere museumcategorie, gekozen aan de hand van actuele ontwikkelingen. Dit jaar is gekozen voor vaderlandse geschiedenis. „De canon voor het onderwijs, het Nationaal Historisch Museum, televisieseries en boeken – vaderlandse geschiedenis leeft”, zegt Myra Groenink van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Er stelden zich 26 musea kandidaat, de jury selecteerde er vijf: het Tropenmuseum, het Spoorwegmuseum, het Openluchtmuseum, Beeld en Geluid en het Dolhuys. „We waren het grotendeels snel eens”, vertelt jurylid Ineke Middag.

Vier maanden lang bezocht de vierkoppige jury alle musea die zich hadden aangemeld, twee keer zoveel als vorig jaar. De musea die het beste (een periode uit) de Nederlandse geschiedenis toegankelijk maken voor een breed publiek, drongen door tot de finale.

Middag: „Van het Rijksmuseum tot het Aspergemuseum, de kandidaten waren zeer uiteenlopend in thematiek en omvang.” Daarom heeft de jury bij de selectie ook gekeken naar de verhouding tussen het budget van het museum en dat wat het de bezoeker biedt. Hoewel de geselecteerden allemaal ‘rijke’ musea zijn, lopen de bezoekersaantallen uiteen. Van 30 duizend (Dolhuys) tot 450 duizend (Openluchtmuseum) per jaar.

Dankzij de samenwerking met de BankGiro Loterij kan de Prins Bernhard Cultuurfonds Museumprijs, nu kortweg Museumprijs geheten, sinds twee jaar jaarlijks worden uitgereikt en kon het prijzengeld worden verdubbeld tot 100.000 euro. Het publiek heeft sindsdien de laatste stem.

Voor de jury, drie (voormalig) museumdirecteuren en een historicus, was belangrijk dat de collectie met zorg wordt beheerd. „We hebben musea gezien waar de collectie te weinig aandacht krijgt of waar het verhaal bij de collectie ontbreekt”, zegt jurylid Peter Schoon, directeur van het Dordrechts Museum en het Museum Simon van Gijn. Alleen vaste collecties of presentaties met een looptijd van minstens twee jaar, werden beoordeeld. „Wordt er een duidelijk verhaal verteld voor een onwetend publiek van volwassene en kind? Biedt het museum educatie én vermaak? Dat waren belangrijke vragen”, aldus Middag.

Hoewel de vijf musea allemaal aangeven dat het vooral om de waardering van het publiek gaat, hebben sommige musea het prijzengeld ook hard nodig. Babette van de Weg, hoofd communicatie van het Dolhuys: „Wij zijn afhankelijk van inkomsten van ggz-instellingen en sponsoring, maar dat gaat door de crisis niet zo goed.” Het museum wil een wisseltentoonstelling getiteld De bovenkamer opzetten, voor jongeren van 14 tot 18 jaar. Beeld en Geluid zou met het prijzengeld graag meer evenementen in het Atrium organiseren, bijvoorbeeld met BN’ers en radio-uitzendingen. „Met mensen van vlees en bloed, zodat de bezoeker kan zien hoe het in het echt gaat”, zegt communicatiemedewerker Kees Jan van Dijk. In het Spoorwegmuseum zou het prijzengeld worden besteed aan een grote modelspoorbaan. Directeur Van Vlijmen: „Bezoekers zeggen vaak dat ze dat leuk zouden vinden.” Openluchtmuseum en Tropenmuseum willen met het geld hun presentaties verlevendigen.

De musea willen vrienden en bezoekers met mailings aanzetten op hen te stemmen. Welk museum maakt volgens de jury kans? Middag: „Het Openluchtmuseum heeft de meeste bezoekers, maar Beeld en Geluid werkt veel met de media. Het Dolhuys is veel in de media geweest doordat ze al andere prijzen hebben gewonnen.”

Stemmen kan via www.museumprijs.nl