'Jihadisten' uit Kenia overgedragen

De vier terreurverdachten die vorige week Kenia zijn uitgezet en sinds donderdag in België vastzitten, worden morgen overgedragen aan de Nationale Recherche in Nederland.

Dat heeft het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie (OM) bekendgemaakt. De vier 21-jarige mannen, drie Nederlanders en een Marokkaan met een Nederlandse verblijfsvergunning, hebben ingestemd met hun overlevering en daarom hoeft die niet te worden getoetst door een rechter in België, zegt een woordvoerder van het OM. Het OM verdenkt het viertal van deelname aan een terroristische organisatie. Bij aankomst in Nederland zal de Nationale Recherche de mannen verhoren. Ze worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam.

De Keniaanse autoriteiten pakten de vier mannen vorige week maandag op bij de grens met Somalië. Ze zouden onderweg zijn geweest naar een jihadistisch trainingskamp in Somalië. Ze werden op het vliegtuig naar Brussel gezet en daar door de Belgische autoriteiten op verzoek van Nederland aangehouden. Waarom ze niet direct naar Nederland zijn gevlogen, weet een woordvoerder van het OM niet. „Dat hebben de autoriteiten in Kenia geregeld.”

De woordvoerder zegt dat de vier „al in het vizier waren” van de gemeente Den Haag en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Na hun aanhouding heeft het OM daarover een ambtsbericht gekregen van de AIVD. „Ze waren al bekend om hun jihadistische overtuigingen.” Voor zover bekend heeft de aanhouding in Kenia niet op initiatief van Nederland plaatsgevonden.

Vooruitlopend op de overlevering deed de politie vorige week huiszoeking op twee woonadressen van de mannen. Daarbij is een grote hoeveelheid documenten in beslag genomen.

Eén van de mannen die nu in Kenia is aangehouden, Driss D., werd in 2005 Azerbajdzjan uitgezet omdat visa van enkele medereizigers waren verlopen. De ouders van een van de jongens vreesden toen dat zij zich hadden willen aansluiten bij de jihad. Bij terugkomst in Nederland zijn ze niet vervolgd.

Tot 2005 bezocht D. regelmatig de als radicaal te boek staande As Soennah moskee in Den Haag. Maar sinds zijn aanhouding in Azerbajdzjan kwam hij er niet meer. Zijn familie had de indruk dat hij zich minder met het geloof was gaan bezighouden.