Historische panden verkommeren in Rusland

IJdele ambities of ordinair winstbejag. Historische panden hebben zwaar te lijden onder de opknap- en vernietigingswoede.

Het Bolsjojtheater gaat schuil achter een stoffen façade waarop Griekse zuilen zijn geschilderd. Alleen het dak met zijn timpaan is nog zichtbaar. De rest van de uit 1856 daterende cultuurtempel wordt sinds 2005 drastisch verbouwd. Of, zoals op het bord van aannemer SOeI-project te lezen staat, ‘gereconstrueerd en gerestaureerd’.

Het nieuwe Bolsjoj had in 2007 klaar moeten zijn, maar toen werd het 2008 en inmiddels is 2011 het verwachte jaar van oplevering. „Dat redden we nooit”, zegt een bouwvakker, die achter het hek van de bouwput de brandende zon probeert te ontvluchten.

De grootste hinderpaal voor de wedergeboorte van het theater is de restauratie van de akoestiek. Als gevolg van de economische crisis wordt hierop drastisch bezuinigd. Muzikaal leider en chef-dirigent Aleksandr Vedernikov van het Bolsjoj nam daarom onlangs ontslag. Die akoestiek kreeg zijn eerste opdoffer in de jaren dertig, toen op last van Stalin de metro onder het gebouw werd aangelegd. Door die operatie verzakten de fundamenten van het theater, met dramatische gevolgen voor de akoestiek.

„Ingenieurs hebben Stalin er nog voor gewaarschuwd dat de bodem in het centrum van Moskou te slecht was om een metro aan te leggen”, zegt Moskoukenner Irina Bezroechina. „Maar zij stonden voor de keus: bouwen of geëxecuteerd worden. Nu moet het theater de rekening voor Stalins ambities betalen.”

Zeventig jaar later blijkt de schade aan het theater veel groter dan in de jaren dertig werd voorspeld. En daardoor vragen veel Moskovieten zich af of het nieuwe Bolsjoj ooit nog echt opengaat of dat het geheel in elkaar ploft. „Op de plaats van het Bolsjoj Theater gaan ze volgens mij iets heel lelijks en nieuws neerzetten”, zegt adjunct-hoofdredacteur Maria Fadejeva van het Russische achitectuurtijdschrift Art Future. „Dat is vooral te danken aan de gewoonte om bij de restauratie van een historisch gebouw geen gespecialiseerde restaurator in te schakelen, die weet hoe het gebouw er oorspronkelijk uitzag. Ze gaan er van uit dat de mensen toch niet doorhebben dat het een kopie is.”

Nog geen honderd meter van het Bolsjoj vandaan staat een ander gehavend monument in de steigers, het historische kinderwarenhuis Detski Mir (Wereld van het Kind). Het krijgt niet alleen een opknapbeurt, maar ook een ondergrondse bioscoop en markt. En dan is er tegenover het Bolsjoj ook nog het in de jaren dertig op last van Stalin neergezette Hotel Moskou, dat in 2004 tot op de laatste steen is afgebroken om binnenkort in replicagedaante te heropenen. Twee maanden geleden moesten de nieuwe fundamenten vlak voor hun voltooiing worden vervangen, nadat ze waren gescheurd.

Ook onder deze kolos is de bodem ernstig verzwakt door Stalins metroaanleg, maar ook nog eens door de bouw, op bevel van de huidige Moskouse burgemeester Loezjkov, van een enorm ondergronds winkelcentrum op het nabijgelegen Manegeplein.

Eind juli verscheen een alarmerend rapport waarin de Moskouse Vereniging voor Architectuurbescherming (MAPS), concludeerde dat Moskouse historische gebouwen en architectuurschatten zwaar te lijden hebben onder de vernietigings- en opknapwoede van projectontwikkelaars en kortzichtige gemeenteambtenaren. Volgens de opsteller van het rapport, Edmund Harris, zijn sinds begin 2008 opnieuw talloze historische gebouwen vernield of drastisch van uiterlijk veranderd. Volgens het rapport worden door de enorme corruptie in Rusland de wetten op de monumentenzorg zelden toegepast. Er is geen enkele bescherming tegen het winstbejag van slopers.

„En op de plaats van die historische gebouwen komt er zoveel lelijks te staan”, zegt Fadejeva, die is opgeleid als architect. „Zo hebben ze achter de Nieuwe Arbat een eivormig woonhuis neergezet waar geen enkel idee achter zit en waar niemand wil wonen. In Moskou hebben ze gewoon geen gevoel voor geschiedenis.”

Fadejeva denkt dat die vernietigingsdrang te herleiden is tot de revoluties die Rusland de afgelopen eeuw heeft gekend. Daardoor is volgens haar een besef ontstaan dat je de geschiedenis van een gebouw heel makkelijk kunt ‘aanpassen’. „Als er bij ons een oud gebouw mankementen begint te vertonen, breken ze het meestal gewoon af en zetten er een kopie van neer. Het komt zelden bij iemand op dat je dat oude gebouw ook kunt restaureren, waarmee je zijn geschiedenis redt en het verleden van zo’n gebouw begrijpt.”

De directeur van het Moskouse Architectuur Instituut, Dmitri Sjvidkovski, heeft volgens Fadejev onlangs gezegd dat Moskou verloren is, maar Sint-Petersburg gered. Een gevaarlijke uitspraak, zegt Fadejeva. „Zoiets moet je niet zeggen, want het moedigt alleen maar aan tot nog meer vernietiging.”