Dromerig in het vuur staren

Rennen! Snel! Het zijn maar een paar avonden! En ze vallen NU. De vis-rooster-avonden, bedoel ik.
O dat is zo heerlijk.  Alles eraan: ten eerste dat je buiten bent, ten tweede dat je een beetje kunt rommelen met een vuurtje, ten derde (tevens ten eerste) dat gegrilde vis zo ongelooflijk lekker is, ten vierde dat je daarna nog een beetje extra vuur kunt stoken om bij te zitten en dromerig in de vlammen te staren. Want om een of andere reden is dat wat iedereen gaat doen als er een vuurtje is: dromerig in de vlammen staren. Zou ook nog wel eens uitgezocht willen zien waarom dat zo is. Het wordt donker, er is een vuur, en iedereen houdt zijn mond en staart in het vuur. Is er geen vuur dan kijkt iedereen naar elkaar en begint te kletsen. Beschouwen we een vuur als gespreksvervangend?

Echt heel speciaal diepe en andere dingen denk je eigenlijk niet, in de vlammen starend. Hooguit dat het in de hel zo gloeiend moet zijn als daar onder dat houtblok,  waar een intens oranje gloed alles verzengt. Voorstellingen van de jongste dag die je vaak op fresco’s ziet, hebben maar zelden zo’n écht vuur, meer vuurtjes waarin de zondaars als knakworstjes in een blikje staan te blakeren.
Zo droom je weg - gezellige gedachten - en de avond valt en je bent tevreden en gelukkig.
Er gaat niets boven een makreeltje op het vuur, hoewel een dorade ook erg lekker is, maar zie maar eens een verantwoorde dorade te krijgen. Makreel is een gezonde vis, in alle opzichten, gezond van zichzelf, want in prima staat, en gezond voor ons, want lekker vet en vol omega drie vetzuren. En vet is bovendien gunstig bij roosteren.

Een kleine barbecue is goed genoeg voor een paar makreeltjes. Je hebt speciale visroosters, klemmen die visvormig zijn, maar ook prima zijn schaaltjes van dik aluminiumfolie met gaatjes erin. Daar leg je de vis op, die door de gaatjes heen geroosterd wordt en op die manier niet uit elkaar kan vallen om in het vuur een jongste dag-voorstelling te geven.
Ik maak weleens peterselieolie bij geroosterde vis (knoflook en peterselie fijnstampen in een vijzel met grof zout, olijfolie erbij, eventueel drie druppels citroensap). Dat is lekker, maar eigenlijk is die vis goed genoeg van zichzelf.

Je kunt het jezelf gemakkelijk maken en gekookte sperziebonen of bieten nemen en die dan met de peterselieolie begieten.
Een aardappelsalade is ook geslaagd bij zoiets, zeker als je met makreel, rooster en al ergens buiten zou gaan zitten, aan zee bijvoorbeeld, of aan een meertje.

Geroosterde makreel met aardappelsalade (voor 4 personen)

  • 2 dikke of 3 wat kleinere makrelen
  • 2 of 3 takjes rozemarijn
  • grof zout
  • olie
  • 1 pond opperdoezen
  • 1 pond ongedopte tuinbonen
  • 3 lente-uitjes
  • peterselie of lavas
  • citroen

Meng olie, citroensap, peper en zout en lente-ui, doe er de nog warme blokjes gekookte opperdoezen en de gekookte tuinbonen bij en meng. Peterselie of, nog lekkerder,  lavas erover.  Ruim van tevoren maken, dan trekken de smaken in, en niet in de ijskast zetten, daar wordt aardappel altijd een beetje zielig van.

Doe een takje rozemarijn in  de makrelenbuik, snijd de vis in op de dikste gedeeltes, zodat-ie gelijkmatig gaar wordt, en duw grof zout in de sneden. Bestrijk met olie. Een minuut of tien roosteren aan beide kanten boven de houtskool als die zo lang heeft gebrand dat daar een wit laagje op zit.