Crisis pensioenfondsen zorgt voor extra krimp

De pensioencrisis zorgt de komende jaren voor extra teruggang van de Nederlandse economie. Dat komt doordat bedrijven vele miljarden euro’s aan hun pensioenfondsen moeten bijbetalen. De Nederlandsche Bank (DNB) becijfert de extra krimp tot en met eind 2013 op 0,75 procent van het bruto binnenlands product.

Dit blijkt uit nieuwe cijfers die de centrale bank gisteren heeft gepubliceerd. De extra krimp is een eerste indicatie van de gevolgen van de herstelmaatregelen die pensioenfondsen de komende vijf jaar moeten nemen. DNB kent als enige de inhoud van al deze maatregelen door het toezicht dat zij houdt op de pensioenwereld.

De werkgevers in het bedrijfsleven en bij de overheid moeten dit jaar 5,5 à 6 miljard euro extra betalen voor de pensioenen van hun werknemers, zo blijkt uit gegevens en jaarverslagen van pensioenfondsen.

De extra kosten betekenen dat de pensioenlasten van werkgevers dit jaar met meer dan eenderde stijgen ten opzichte van de laatst bekende cijfers, terwijl de winstgevendheid van ondernemingen terugvalt. De afgelopen maanden moest meer dan de helft van alle pensioenfondsen maatregelen nemen om de financiële positie te verbeteren.

Onder hen zijn alle grote fondsen die voor complete bedrijfstakken werken, zoals ABP (ambtenaren en leraren), Zorg en Welzijn en Metalelektro, en het Bouwnijverheidspensioenfonds. Zij zijn in problemen gekomen door de beurspaniek van vorig jaar en de rentedaling die de pensioenen duurder maakt.

Meer dan 90 procent van de werknemers zit bij een pensioenfonds. De regel is dat de werkgevers ongeveer tweederde van de pensioenpremies betalen en de werknemers de rest.

De prijs voor werkgevers loopt nu rap op als gevolg van premieverhogingen om de buffers van pensioenfondsen weer te vullen. Bij Unilever Nederland gaat de premie bijvoorbeeld van 2,5 naar 44,5 miljoen euro.