Bestijg de bühne en veroorzaak kortsluiting

Hoe word je gelukkig in drie weken? Vandaag: lach en laat lachen.

Redacteur Hanina Ajarai geeft een optreden als stand-up comedian.

Bestijg de bühne en veroorzaak kortsluiting. Illustratie Merlijn Draisma Draisma, Merlijn

„Onwijs stoer.” „Je bent een held.” „Dat zou ik niet durven.” Een greep uit de reacties die je krijgt als je aankondigt dat je gaat stand-uppen. Moppen tappen voor een publiek dat maar één ding wil: zich rot lachen om jou. Is het niet om je grappen dan om jou als mislukte stand-up comedian.

Het geeft niet, ik durf het aan.

Met Tom Sligting, één van de huiscomedians van het Comedy Café in Amsterdam, maak ik een deal. Hij gaat mij in een middag klaarstomen voor een act, en als ik het publiek regel, kan ik meteen daarna optreden op het podium van het Comedy Café.

Sligting is één van de eerste Nederlanders die serieus aan de slag gingen als stand-upper en heeft ruim vijftien jaar ervaring. Nu toert hij door het land met zijn eerste avondvullende cabaretprogramma Sligting Verlichting.

‘Zijn’ podium, daar mag ik dus straks staan. Maar eerst, begint hij, enkele broodnodige lessen. Les 1: stand-uppen is niet acteren, de verhalen moeten uit jezelf komen. „Ga dus geen moeilijke jeugd verzinnen als je die niet hebt gehad”, zegt Sligting. „Dat heeft het publiek gelijk door.”

Les 2: Bij stand-up comedy gaat het erom te spelen met het verwachtingspatroon van het publiek. Als zij denken dat je linksaf gaat, moet je rechtsaf gaan. Dat veroorzaakt kortsluiting, vrolijke stress noemt Sligting dat, waardoor mensen gaan lachen.

Les 3: Je moet je eigen materiaal ook leuk vinden.

Les 4: Je opkomst alleen al is heel belangrijk. De eerste dertig seconden bepalen of de act gaat lukken of niet.

Ik slik hoorbaar. „Maak je niet druk”, probeert hij met zijn Amsterdamse accent. „Heb je al nagedacht over materiaal?” Hij bevraagt mij over mijn jeugd, familie en werk. Ik probeer de leuke anekdotes uit mijn leven te reproduceren, maar wat op feestjes en bij vrienden als grap werkt, vervult me nu opeens met grote schaamte. Wat is er eigenlijk grappig aan dat ene verhaal over een vriendin die de woorden bibliotheek en bioscoop nu nog steeds door elkaar haalt, omdat we het ene als dekmantel voor het andere gebruikten in onze middelbareschooltijd? Ik had strenge ouders en dat was onze oplossing. Toch eigenlijk helemaal niets!

Dit was geen goed idee.

Nee, legt Sligting uit, het oorspronkelijke verhaal gebruik je alleen als bron, het hoeft niet op zich te staan. „Verzin er iets leuks bij, en overdrijf het allemaal een beetje. Dat mag.” Na een half uurtje brainstormen en nog eens een half uur ‘finetunen’ heb ik vijf minuten aan materiaal. Een geweldige prestatie, vind ik.

Nee, zegt Sligting weer, je kunt leuke grappen hebben verzonnen, maar hoe je het brengt is minstens zo belangrijk. Dus gaan we werken aan mijn ‘podiumperformance’. De eerste keer gaat er zoveel fout: ik pak de microfoon niet goed vast, ik werk het verhaal af zonder gevoel voor timing, ik vergeet mijn punchlines en er zitten veel te veel aarzelingen in de act. Ik voel nattigheid onder mijn oksels. Welja, net vandaag heb ik een bloesje aan waar de vlekken duidelijk op te zien zijn. En dan heeft Sligting de spotlight nog niet eens aangezet.

Hij vraagt of ik thee wil. Even pauze.

Voor een goede flow in mijn act mag ik van mijn comedymeester een blaadje op het podium meenemen met steekwoorden. Voor profs not done natuurlijk, maar bij mij helpt het. De tweede keer gaat beter en de derde keer denk ik: laat maar komen!

Het publiek, bestaande uit zes man, is op tijd. Ik word op professionele wijze aangekondigd en loop heel naturel het podium op, kijk rond en steek van wal. Het helpt dat ik door het licht de blikken van het publiek niet zo goed zie. Ik verwelkom de gasten en probeer op terloopse wijze de microfoon in handen te nemen en de stang weg te zetten. Zoals Tom heeft voorgedaan. En zoals je alle Amerikaanse comedians ziet doen als ze aan hun act beginnen. Het lukt mij ook. Dan de eerste grap. Bleek niet grappig, maar, troost ik mezelf later, Sligting had die verzonnen. Niet ik. Op dat moment heb ik geen tijd om van slag te zijn. Ik werk me een weg door mijn tweede, derde en vierde punchline.

Ik hoor mijn vrienden en collega’s lachen. Het kan niet uit leedvermaak zijn, want mijn ‘show’ loopt opeens gesmeerd. Timing, dat bij het proefdraaien nog mijn zwakke plek was, heb ik nu helemaal door.

Ik werk naar het hoogtepunt toe en vertel over mijn baan. Hoe ik heb gemerkt dat vrijwel alle deuren opengaan voor een journalist. Dat het eigenlijk heel makkelijk is om bij mensen binnen te komen als je maar zegt dat je voor de krant werkt. En dat mijn vier Marokkaanse broers die tactiek nu ook succesvol gebruiken.

En dan heb ik het gedaan. Met rode wangen van opwinding neem ik het applaus in ontvangst. Oké, het was weliswaar een veilig publiek, maar ze moesten toch echt lachen! En mijn comedycoach is trots op mij.

Met trillende handen van de adrenaline drink ik mijn glas appelsap leeg op het terras van het café. We praten nog wat na. Wordt Sligting er eigenlijk gelukkiger van, mensen laten lachen? „Ik ben vooral blij dat ik mijn eigen ding kan doen, dat mensen daarom moeten lachen, maakt mij dan nog gelukkiger.” En ik? Ik ben gelukkig omdat ik het overleefd heb, deze eerste keer. Maar je moet volgens mij een prof zijn wil je ook echt genieten van het stand-uppen. Wat ik wel ben, is een anekdote rijker.