Amerikaanse sloopregeling werkt

Cash for clunkers, geld voor wrakken, laat zien hoe overheidsstimulering van de economie eigenlijk zou moeten werken. Terwijl stimuleringsprogramma’s gewoonlijk traag werken, is e Amerikaanse inruilsubsidie, bedoeld om de auto-omzet te verhogen, al na één week door het budget van 1 miljard dollar heen.

De problemen met overheidsuitgaven om de economie weer aan de praat te krijgen vallen meestal in tweeën uiteen. De gebruikelijke vertraging betekent dikwijls dat de fondsen pas werkelijk worden gespendeerd als het economische herstel al is ingezet, wat inflatie aanwakkert. En van te voren vastgestelde bestedingsdoelen zorgen er vaak voor dat geld wordt verkwist aan zinloze projecten, die belastingbetaler noch economie ten goede komen.

Het Amerikaanse stimuleringspakket ter waarde van 787 miljard dollar, dat vorig jaar werd goedgekeurd, werd geplaagd door beide problemen. Tot nu toe is minder dan 15 procent van het pakket ook daadwerkelijk uitgegeven. En er zijn veel favoriete projecten van wetgevers mee gefinancierd, waarvan de waarde op z’n minst twijfelachtig is. Zo werd 1,8 miljoen dollar toegekend aan een onderzoek naar het beheersen van de stank van varkens.

Gelukkig heeft de sloopregeling deze valkuilen klaarblijkelijk weten te omzeilen, dankzij haar snelheid en het feit dat het geld op relatief rechtstreekse wijze werd aangewend voor het stimuleren van de consumentenvraag. Volgens een schatting van JD Power leidde het programma tot de verkoop van 110.000 nieuwe auto’s.

Bovendien is het een betere manier om de auto-industrie te helpen dan het toedienen van kapitaalinjecties aan bedrijven als General Motors en Chrysler. Hun verliezen namen gigantische proporties aan, omdat de Amerikanen vóór het programma nog slechts minder dan 10 miljoen auto’s op jaarbasis kochten. Dat is minder dan de gebruikelijke vervangingsratio voor auto’s die naar de sloop gaan. Daardoor zag de toekomst voor de autoproducenten er somber uit. Het bieden van prikkels om tot de aanschaf van een nieuwe auto over te gaan stabiliseert de vraag en kan wellicht een nieuwe golf van faillissementen in de auto-industrie en bij de toeleveranciers voorkomen.

Daarnaast zijn er ook nog extra voordelen. Om in aanmerking te komen voor de subsidies van tot 4.500 dollar per stuk, moeten de nieuwe auto’s veel zuiniger zijn en minder vervuiling produceren dan de ingeruilde modellen. Hierdoor wordt de vraag naar benzine gedrukt, waardoor op de langere termijn de brandstofprijs omlaag zou kunnen gaan. En iedereen kan straks schonere lucht inademen en minder broeikasgassen in de atmosfeer zien verdwijnen.

De wetgevers overwegen nu nog eens 2 miljard dollar toe te kennen aan het programma, om het in leven te houden. Als ze er nog steeds van overtuigd zijn dat de economie hulp nodig heeft, is dit een veel betere optie dan het idee om een tweede stimuleringspakket te lanceren, dat onvermijdelijk ook weer met de bekende problemen zal kampen.

Robert Cyran