Al het nodige voor gebed

Het is misschien niet echt lekker voor het milieu, maar hindoes hebben verse bladeren van een mangoboom nodig voor het ritueel ter inwijding van een huis. Die moeten een dag van te voren uit Suriname worden ingevlogen.

De pandit, zoals de hindoepriester wordt genoemd, is gekleed in een glanzend lang hemd en lendendoek en mooie sjaal. Hij is vrij jong, een nieuwe generatie pandits, in Nederland opgegroeid, hier gestudeerd, de priestersopleiding in India gevolgd. Moderne mensen die heel laconiek kunnen zijn. Ze voeren de rituelen volgens de regels uit, maar kunnen die regels tegelijkertijd relativeren. Hij zegt: „Dat sprenkelen van het geheiligde water kan ook met een lepeltje, maar ja, als je dat mangoblaadje eenmaal hebt...”

Hij zit op de grond in een woonkamer, een echte hindoewoonkamer zou ik willen zeggen. Wat dat is, een hindoewoonkamer? Gigantisch plasmascherm van Samsung en daarnaast een glazen kast met godsbeeldjes en daarnaast een andere glazenkast met allemaal attributen van Coca-Cola. Reclameglazen, piepkleine Cola-vrachtwagentjes, lintjes, onderleggers, van alles met het Coca-Cola embleem. Verwarrende combinatie, kort gezegd, maar ik heb zo het gevoel dat dat ontzettend hoort bij hindoes.

De voorbereidingen voor zo’n huisinwijding duren trouwens langer dan de dienst zelf. Eerst tekent de pandit met bloem een ingewikkeld figuur op een donker laken. Dan wordt daar overheen aluminiumfolie gelegd. Dan neme men een eenvoudige kartonnen doos, men legge er een rood kleed over: altaar ingericht.

Zijn we er dan al? Geen sprake van.

Uit zijn aktetas haalt de pandit een vijftal kleine koperen godsbeeldjes – en ook hier weer de laconieke opmerking: „De pers is aanwezig en daarom zeg ik er voor de duidelijkheid bij dat er maar één God is, maar dat er meerdere verschijningsvormen zijn.” Ik vind al die vele goden juist spannend, maar wie ben ik? Hij heeft hiervoor doorgeleerd.

En inderdaad zegt hij een heleboel dingen die ik helemaal niet wist: op het altaartje plaatst hij een kleine koperen kruik met een opvallende ronde buik. Dat is een ‘lota’, zoveel wist ik wel. Maar dat die ronde buik de god Brahma symboliseert, Brahma de schepper van het heelal, dat wist ik niet. In die kruik schikt hij mangobladeren, een vast aantal, want een ritueel is een serieuze kwestie.

Op elk blad wordt een bloem gelegd. Dat symboliseert de god Vishnu, de onderhouder, de god van de liefde die het vaakst in menselijke vorm naar de aarde kwam, onder andere als Rama en Krishna. Daarom zijn bloemen voor hindoes zo belangrijk! Heb ik ook nooit geweten.

En hoe dat oude hindoe-idee over de aardbol verspreid raakte, het verband tussen de bloem en de liefde, waar Nederland een goede business aan overhield, bloemen houden van mensen en dat soort dingen, dat snap ik ook niet.

En tussen die mangobladeren en de bloemen wordt vervolgens een aarden kommetje geplaatst, een ‘dia’, met daarin wat rijst en geklaarde boter en vier kleine lontjes die worden aangestoken: dat symboliseert de god Shiva, de vernietiger, zoals men dat soms zegt, maar omdat de pers aanwezig is legt de jonge priester het toch even uit. Vernietiging associëren we met iets negatiefs, maar het is volgens hindoes een regenererende kracht: al wat bestaat, wordt vernietigd, om weer te kunnen ontstaan.

Ja ja, zo’n oud geloof maakt het ons niet makkelijk.

Zijn we er nu dan eindelijk? Nee hoor.

Er verschijnt een doosje met de tekst ‘Pooja Samaan’, wat betekent: alle spullen die u nodig heeft voor het gebed.

Het is een wonderlijk pakket, er zit van alles in. Fel gekleurde poedertjes, kleine plastic flesjes met daarin water uit de heilige Ganges uit India (heus? ja heus), wierook, kamferblokjes, het gaat eindeloos door, want het luistert nauw, zo’n ritueel. En al die spullen ordent de priester in schalen en bekers, routineus maar met precisie. En nu kan de ceremonie beginnen.

Reacties en suggesties: ramdas@nrc.nl