Werkgevers draaien op voor herstel van pensioenfondsen

Terwijl de bedrijfswinsten toch al onder druk stonden, komen ook de stijgende pensioenlasten vooral bij de werkgevers terecht. De pensioencrisis versterkt zo de krimp van de economie.

Nederland is trots op zijn pensioenstelsel, maar trots heeft zijn prijs.

Meer dan de helft van alle ruim 600 pensioenfondsen moest zich eind maart melden bij de toezichthoudende Nederlandsche Bank. Vorig jaar vaagde de beurspaniek meer dan 100 miljard euro aan pensioenbeleggingen weg. Dat is een recordverlies. Tegelijkertijd maakte een rentedaling de pensioenen opeens aanmerkelijk duurder. En begin dit jaar volgde een nieuwe koersval, net voordat alle ruim 340 pensioenfondsen met een financieel tekort zich bij de centrale bank moesten melden.

De tekorten op de peildatum voor het pensioentoezicht van 31 december 2008 variëren van ruim 28 miljard euro voor pensioengigant ABP (ruim een miljoen ambtenaren en leraren) tot 571.000 euro bij het Pensioenfonds Raad van Bestuur Heijmans, de verlieslijdende bouwonderneming.

Pensioenfondsen moeten minimaal 1,05 euro vermogen hebben tegenover elke euro toegezegd pensioen. Dan is hun dekkingsgraad 105 procent. Wie daaronder komt, moet een spoorboekje maken met de weg naar herstel. Meer dan 340 pensioenfondsen hebben zo’n herstelplan gemaakt.

De plannen hebben twee hoofdlijnen: bevriezing van de huidige en toekomstige pensioenen én hogere pensioenpremies. Ouderen merken het direct dat hun pensioenuitkering gelijk blijft, maar veel werknemers merken nauwelijks dan hun pensioentoezegging dit jaar niet wordt verhoogd. Pensioenbrieven worden slecht gelezen.

Hogere premies? Talloze werknemers zien dit jaar hun koopkracht nog stijgen, een ongewone trend in crisistijd.

Maar voor werkgevers is het prijskaartje van de pensioencrisis een directe aantasting van winsten en kasstromen. Werkgevers zijn formeel niet de baas in de pensioenwereld, ook al betalen zij, zo is de vuistregel, tweederde van de premies. De rest betalen de werknemers. Pensioenfondsen zijn juridisch afgescheiden van de ondernemingen.

Werkgevers nemen de helft van de bestuurszetels in de pensioenfondsen voor hun rekening, de andere helft is voor werknemers en soms ook gepensioneerden.

Maar als het om geld betalen gaat, draagt de werkgever het fonds. En dat doet pijn nu de economische crisis het bedrijfsleven confronteert met een ongekende krimp en de overheid kampt met rap oplopende tekorten.

De eerste conflicten en impasses worden duidelijk. Het pensioenfonds van Super de Boer had eind 2008 een dekkingsgraad van 86 procent. Het herstelplan van het fonds zorgde voor een conflict met de werkgever. Het pensioenfonds van Oce had eind 2008 een dekkingsgraad van 79 procent, dat van Nutreco 83 procent. Zij praten nog met De Nederlandsche Bank over een acceptabel herstelplan.

In de vorige pensioencrisis, die in 2001 begon met het inzakken van de aandelenmarkt, moesten werkgevers en werknemers onder druk van De Nederlandsche Bank in hoog tempo meer pensioenpremies betalen. Tussen 2000 en 2003 verdubbelden de totale pensioenpremies tot 20 miljard euro.

Nu volgt een nieuwe ronde verhogingen. Werkgevers in bedrijfstakken als overheid en onderwijs, in de bouw, in de metaal, in de horeca, in de grafische sector en in de media moeten hogere premies gaan betalen. In de sector zorg en welzijn blijft de eerder verhoogde premie gehandhaafd. Ook een scala aan grote bedrijven en organisaties met een eigen pensioenfonds, zoals ABN Amro, Ahold, ANWB, De Nederlandsche Bank, DSM, Hoogovens, ING, KPN, Shell, TNO, TNT, Unilever en Vopak moet meer betalen.

Voor sommige ondernemingenzijn de premieverhogingen spectaculair. Zij hadden op basis van geruststellende cijfers in 2007 juist voor het jaar 2008 een premieverlaging gekregen. Nu moeten zij in één keer de volledige kostendekkende premie op tafel leggen, soms zelfs meer dan dat. Het Nederlandse pensioenfonds van Unilever betaalde in 2008 bijvoorbeeld 2,5 miljoen euro. Dit jaar is het 44 miljoen euro.

Bij Shell gaat de premie die de werkgever moet betalen van 47 miljoen euro in 2008 naar zo’n 220 miljoen euro dit jaar. Per 1 juli is de premie nog eens verhoogd met 75 miljoen euro.

Shell gaat ook aan kop van de ranglijst van ondernemingen die de extra storting in hun pensioenfonds hebben gedaan. Deze stortingen komen bovenop de extra premies die werkgevers betalen. Bij Shell gaat het om een storting van 2 miljard euro ineens plus aanvullingen de komende kwartalen als de financiële positie van het fonds dat nodig maakt.

Bij het Shell Pensioenfonds, traditioneel een grote aandelenbelegger, is de verhouding tussen beleggingen en pensioenen vorig jaar door verliezen op de beurs met 100 procentpunt gedaald naar 80 procent. De extra storting brengt de verhouding weer op de minimaal vereiste 105 procent.

Nummer twee op de lijst van extra stortingen is ING (ruim 1 miljard euro). Shell en ING zijn twee van de grote ondernemingen die eerder afspraken hebben gemaakt met hun pensioenfonds dat zij zonodig als redder in nood zullen optreden. Ook ondernemingen als KPN, TNT en Unilever, die hun Nederlandse dochters reorganiseren, hebben vergelijkbare afspraken voor extra bijdrages. Maar dan moeten ze ondanks de crisis wel genoeg winst maken om die afspraken ook na te kunnen komen.