Van planken in de auto duwen word je blij

Hoe word je gelukkig in drie weken? Vandaag: wees aardig voor anderen.

Redacteur Annemarie Kas biedt gratis hulp aan bij de uitgang van Ikea.

Een blonde, gebruinde vrouw duwt snel haar twee dochters en een winkelwagen vol spullen richting roltrap. Ze stuntelt met een groot, wit pakket. Nee hoor, het lukt zo wel, je hoeft niet te helpen. Het is elf uur ’s ochtends. Ik sta bij de uitgang van woonwarenhuis Ikea om vandaag wie dan ook te helpen met sjouwen, inpakken of op de kinderen te passen. De hele dag, omdat ik daar gelukkig van ga worden.

Vooralsnog voert niet geluk, maar een stevig ongemakkelijk gevoel de boventoon. „Hij is zelf sterk genoeg, hoor”, knikt moeder nummer twee naar haar puberzoon. Ze kijkt me achterdochtig aan en versnelt haar pas richting de lift naar het onderste parkeerdek.

Ik ben voor de negatieve reacties gewaarschuwd. Sommige mensen moeten niets van dit soort acties hebben, vertelde Daniël Gravemaker. Hij is medeoprichter van Positief Offensief, een organisatie die ’s nachts lekke banden plakt of je komt bekogelen met complimentjes.

Gravemaker en zijn offensief gingen een keer ’s ochtends vroeg fietsers een brug op duwen. Eén man riep: flikker op, klootzak! „Ik vond dat wel grappig, juist omdat iedereen verder zo vrolijk werd van ons”, vertelt Gravemaker. Veel mensen vinden complimentjes ongemakkelijk en zijn te trots om hulp te accepteren, denkt hij. „Ze willen laten zien dat ze zelfredzaam zijn.”

Die aanname onderstrepen twee kalende mannen, al een dagje ouder. Ze staan forse pakketten in te laden. De langste planken passen zo te zien uiteindelijk wel, maar nu nog net niet in de stationcar. Zal ik even helpen aanduwen? „Nou ja, we zijn net klaar zoals je ziet.” Net klaar? Er staan nog twee karren boordevol houten plankjes en rekjes naast de auto. Ik houd mijn mond maar. Ze schelden me niet uit, dus eigenlijk gaat alles best voorspoedig.

Dan komen er twee flinke karren met dozen, kussens en matrassen naar buiten rollen. Als die geen hulp kunnen gebruiken? Ja hoor, graag, knikken de donkere krullebol en een blonde dame. Opgetogen stap ik met ze in de lift. Gaan jullie verhuizen? Nee, de spullen zijn voor het tuinhuisje. En een nieuw stapelbed voor de jongens. Ze heten Alex en Brigitta en kijken me onderzoekend aan. Wat doe jij hier, doe je dit voor de lol? Leuk! We laden met zijn drieën het busje in. Als de zware planken zijn gedaan, geeft Brigitta me de kussens aan: gooi die maar lekker naar binnen, daar word je gelukkig van. Ik pak ze aan, maar durf niet te hard met andermans spullen te smijten.

Het wordt nu druk bij de uitgang. Ik sjouw de schommelstoel en het nieuwe matras van Joeri en Chantal. Met Sandra en haar twee dochters laden we de nieuwe keuken in – ja, ze gaan hem zelf in elkaar zetten. Vandaag nog. Met Linda en haar vader hevelen we een hele nieuwe inboedel voor Linda over in de aanhangwagen. „Alleen de bank staat al thuis, verder is alles nieuw”, zegt ze glunderend. Haar vader grapt: kun je niet met ons mee naar Almere? „We kunnen wel wat sjouwhulp gebruiken.” Bij het weggaan bied ik nog eens aan mee te gaan – ik wil van alles doen vandaag – maar ze schudden hun hoofden. Een wildvreemde meenemen gaat te ver.

Ik loop steeds sneller, van auto terug naar de uitgang naar een nieuwe auto. Weinig mensen aanvaarden hulp zonder te vragen naar het waarom. Werk je hier echt niet? Bij wat voor actie hoor jij? Heb je hier tijd voor? Vind je dit nou echt leuk?!

Een dame met Uggs, blote benen en een blauw jurkje spant de kroon. Ze moet een bouwpakket van een kast in een Mercedes A140 zien te krijgen. Mercedes klinkt groot, maar haar auto heeft het formaat van een Smart. Nadat we de passagiersstoel plat hebben geklapt en de dozen drie keer opnieuw aangestampt, wil de achterklep eindelijk dicht. Dan pakt ze haar portemonnee uit haar tas. „Kom op, drink een drankje vanavond van mij.” Ik maak me snel uit de voeten. Dat karretje zet ik wel even terug, mevrouw.

Ik merk dat het wel fijn is, als mensen vragen waarom ik ze help. Het biedt de kans om uit te leggen dat het zomaar is, heus zomaar, om hen blij te maken zodat ik daar ook weer gelukkig van word. Dat ik hier niet werk, zoals een oudere, grijzende heer aanneemt: „Mevrouw, ik wil mijn boedelbak inleveren, maar er staat een auto in de weg. Kunt u die weghalen?” Ik wil dat de mensen weten dat ik het gratis doe, zodat het een bedankje en een glimlach oplevert. Egoïstisch? Eerder twee vliegen in één klap. Ik blij, zij blij.

Twintig Billy-bouwpakketten, vier grote verhuiswagens, vijf tuinstoelen, tientallen kartonnen dozen met inhoud en een schaafwond later denk ik niet meer aan de minstens honderd vragende blikken die me zijn toegeworpen.

Wel denk ik terug aan Paulien – we liepen met een pannenset, keukengerei en slakommen voor haar dochter naar de auto. Ze zag er aardig uit. Bij de auto vertelde ze dat ze ernstig ziek is en probeert zoveel mogelijk in het hier en nu te leven. Niet meer bezig zijn met het verleden, of te veel denken aan later. Dat is wel moeilijk, zei ze vrolijk. Haar lieve bedankje voelde extra bijzonder.