Trainen, stoepranden of stratego: hij wil de beste zijn

Als protestants kind voetbalde Martin Jol (53) heimelijk op zondag. Gisteren boekte hij als trainer van Ajax zijn eerste succes met een 2-0 overwinning op Groningen.

Knuffelen, knijpen en kneden, dat doet Martin Jol in de Amsterdam Arena tijdens de ochtendtraining van Ajax. Hij aait spelers over de bol, grijpt anderen hardhandig bij de arm, legt het spel stil voor een tactische uiteenzetting en geeft ondertussen een knipoog naar vrienden en bekenden langs de lijn. De onafscheidelijke honkbalpet op het stoere mannenhoofd, de kin en de borst vooruit. Precies zoals zijn drie jaar oudere broer Cock Jol hem zag opgroeien.

„Dat trotse heeft er altijd ingezeten. Martin ging als kind al voorop in de strijd. Hij wilde in alles het beste zijn: stratego, stoepranden, spoorzoekertje, maakte niet uit wat. Daarom denk ik dat hij prima past bij Ajax”, zegt Cock Jol in zijn werkkamer van jeugdcomplex De Toekomst. Net als bij hun vorige club Hamburger Sport-Verein assisteert hij Martin achter de schermen. Op de vraag of Ajax diens droomclub is, zoals wel wordt geschreven, zegt persoonlijk assistent en projectmanager Cock Jol: „Martin uit zich niet in dromen, daar is hij te nuchter voor.”

Over de mislukte vrijage met Feyenoord – toenmalig voorzitter Jorien van den Herik vond hem in 2003 „te dikkerig” – kunnen de broers alleen maar lachen. Martin na de gewraakte uitspraak. „Ik wist niet dat ‘dikkerig’ in de Van Dale staat.” En: „Alsof Van den Herik zelf zo’n adonis is.”

Veel oud-teamgenoten zagen in de speler Martin Jol al een toekomstige trainer. Zo ontfermde hij zich over jeugdige spelers. De drie jaar jongere Romeo Zondervan speelde bij FC Den Haag, FC Twente en West Bromwich Albion samen met Jol. Ze verbleven in 1982 een klein half jaar in hetzelfde hotel. Zondervan, nu spelersmakelaar, vertelt dat als hij werd getackeld, Jol de ‘dader’ terugpakte.

Ook was Jol begaan met de ontwikkeling van zijn jongere ploeggenoot. En dat uitte zich volgens Zondervan niet altijd in vriendelijke tips. „Na een 5-0 nederlaag tegen Nottingham Forest heeft hij me eens een week niet aangekeken, hij vond dat ik niet goed had gespeeld.” Als twintiger werd Zondervan wel eens moe van de tips en aanwijzingen, later besefte hij dat Jol hem probeerde beter te maken.

Ron Cramer, speler onder Jol in het succesteam van de amateurclub Scheveningen, voorspelde in 1996 in deze krant dat zijn toenmalige trainer bij Ajax, Feyenoord of een buitenlandse topclub terecht zou komen. Cramer nu: „Hij begrijpt dat elke speler een aparte aanpak nodig heeft. Sommigen een aai over de bol, anderen een schop onder hun kont.”

Cramer vertelt over de toen jonge Sjaak Polak, die door de oudere spelers regelmatig op de hak werd genomen. „Dan zei Martin tegen Sjakie: ‘laat je niet gek maken door die ouderen hoor’.” Een recent voorbeeld, zeggen diverse bekenden van Jol, is dat hij Luis Suárez aanvoerder van Ajax heeft gemaakt. Door de Uruguyaan, die niet bekend staat als een leiderstype, belangrijk te maken, gaat hij zich belangrijk voelen. En dat moet zich dan weer uitbetalen in veel doelpunten.

Ook de Limburgse textielbaron Nol Hendriks, decennialang suikeroom van Roda JC, roemt de gaven van Martin Jol. „Tactisch de beste trainer die ik heb meegemaakt. Het was niet moeilijk te voorspellen dat hij een hele grote zou worden”, zegt Hendriks die hem in 1998 desondanks ontsloeg – nog geen jaar nadat Roda met Jol de KNVB-beker had gewonnen. „Zijn leven was toen schijnbaar niet in balans.”

Martin Jol, geboren en getogen in Scheveningen, kon moeilijk wennen aan de Limburgse mentaliteit, hoewel hij het met Hendriks aanvankelijk goed kon vinden. „Ik zag hem bij onze kennismaking bidden voor het eten en wist: die man deugt”, vertelde hij in Kerkrade.

Jol is opgegroeid in een protestants gezin ‘op’ Scheveningen. Zijn moeder was een vissersdochter uit Urk die eerst huisvrouw was en later pedicure werd. Zijn vader, een Scheveningse visserszoon, werkte bij de PTT. Beide ouders zijn intussen overleden. Cock Jol over de religieuze opvoeding: „Niet vloeken, wel bidden en danken.” Net als Martin stemt hij altijd op een christelijke partij. Volgens Cock zijn alle Jollen sociaal en hebben ze oog voor de medemens. „Martin doet aan liefdadigheid. Hij heeft bijvoorbeeld een dure medische behandeling van een Nederlands meisje in Amerika meebetaald.”

Jols jeugd stond – net als de rest van zijn leven – in het teken van de bal, vertelt jeugdvriend Martin Toet. Iedere dag voetbalden ze samen op straat. De twee speelden een jaar samen bij het Scheveningse JAC. Een zaterdagclub uiteraard, Toet en Jol zijn opgevoed met het idee dat je niet op zondag mag voetballen. Dat werd een probleem toen bleek dat de jongens aanleg hadden, en op zondag selectieduels moesten spelen. „Onze opa’s en oma’s mochten dat niet weten”, zegt Toet. Ook de moeder van Jol was daar volgens Toet allerminst gelukkig mee. Ze was later wel blij met Martins keuze voor Bayern – in de Duitse competitie werd destijds alleen op zaterdag gespeeld.

Op 15-jarige leeftijd maakten Toet en Jol samen de overstap naar FC Den Haag. Vrijwel al hun tijd werd gevuld met voetbal en in mindere mate school. Broer Cock: „Martin is de studiebol van de familie. Op de lagere school had hij voor elk vak een u’tje: uitmuntend. Dat hij havo deed en geen atheneum had te maken met zijn voetbalverslaving. Ik heb hem thuis namelijk nooit huiswerk zien doen.”

Uitgaan was er ook nauwelijks bij, hoewel de jonge tiener Martin volgens Cock goed in de markt lag bij de meisjes. „Het was een knap ventje, met van die mooie pijpenkrullen. Een echte Don Juan.” Volgens Toet waren ze bezig hun droom te verwezenlijken: ooit voor Ajax of Feyenoord spelen. „Als je nu terugkijkt was het misschien een beetje eenzijdig. Ik ben blij dat ik wat anders ben gaan doen.” Toet ging rechten studeren. „Martin is altijd 100 procent gelukkig geweest met alleen maar voetbal.”

John Blok, vanaf dit seizoen trainer van Scheveningen, maakte ook deel uit van Jols eerste elftal dat de algehele amateurtitel veroverde. „We gingen na afloop vaak met z’n allen wat eten en drinken. Aan het eind van de avond zat Martin dan met bierviltjes en glazen te schuiven hoe we die middag hadden moeten spelen.”

Rick Hoogendorp, sinds dit seizoen oud-profvoetballer, speelde bij RKC vijf jaar onder Jol. Jaren eerder haalde die de toen 17-jarige spits bij het eerste elftal van de ADO-amateurs. Volgens Hoogendorp heeft Jol een scherp oog voor talenten en spelers die elders zijn mislukt. „Jol weet ze op de juiste positie neer te zetten en een hecht team te creëren.” Hij staat alom bekend om zijn tactisch inzicht en zijn trainingsmethoden, vindt onder meer Hoogendorp. „Vaak gingen we apart trainen op traptechniek. Dan zei hij tegen me: ‘Ricky, doe dat nou zo’. Deed ie het even voor en schoot ie ’m strak in de kruising. Of hij legde een trainingspartij stil en zei: ‘dáár ligt de ruimte’. Dan gaf hij de bal met zijn buitenkant precies op maat.”

De familie Jol doet in onroerend goed. Alle zes kinderen bezitten meerdere huizen, de meeste in Scheveningen. Martin is volgens vrienden en familie geestelijk en financieel onafhankelijk, mede dankzij de opvoeding van zijn moeder, de spil van het gezin. Haar advies was: koop een huis, dat is een stenen spaarpot. Cock Jol bezit met een van zijn zusjes zeven damesmodezaken in Scheveningen. Martin Jol, vijfde uit het gezin van zes, heeft woningen in Scheveningen, Londen, Hamburg en binnenkort misschien ook in Amstelveen waar zijn jongste dochter op een internationale school gaat. Tot die tijd woont hij in zijn geboorteplaats met zicht op de haven én de Noordzee. Helemaal top, volgens Jol die niet zonder Scheveningen én de vuurtoren zegt te kunnen. Zo reed hij vanuit München in het seizoen 1978-1979 tussen zaterdagavond en maandagochtend vaak heen en weer naar Scheveningen. De jonge prof had heimwee en zou München al na een seizoen de rug toekeren en inruilen voor FC Twente. De keuze voor Bayern was opmerkelijk, Ajax bood 50.000 gulden in plaats van de 55.000 gulden bij Bayern.

Jol was als speler van Bayern nauw betrokken bij de afscheidswedstrijd van Johan Cruijff in 1978. Bayern verpestte het feestje door Ajax in het Olympisch Stadion met 8-0 te verslaan. Volgens Jol hadden de Amsterdamse spelers zich vooraf arrogant gedragen en waren de Duitse spelers tot de tanden toe bewapend, nadat ze in de binnenstad al agressief waren bejegend. Het anti-Duitse sentiment vierde hoogtij in Nederland. Cock Jol over die memorabele voetbalavond: „Martin had zwaar de pest in. Cruijff was zijn idool. Hij gaf hem de ruimte. Die Duitsers dachten er anders over.”

In huize Jol had alleen pa moeite met de vele Duitse badgasten in Scheveningen. Toch verhuurde het gezin Jol elke zomer de onderste verdieping van hun huis aan een gezin uit Duisburg. Cock Jol, zelf oud-leraar Duits: „Pa had de oorlog meegemaakt en was ongelooflijk anti. Ma zag het breder. Wij hebben nog steeds contact met die mensen.” De liefde voor Duitsland werd nog inniger in Hamburg, waar Martin en Cock vorig seizoen samenwoonden tijdens hun verblijf bij HSV. Cock over het schijnbaar plotselinge vertrek. „Martin zag sportief te weinig perspectief bij HSV, anders had hij wel bijgetekend. We hadden het in Hamburg geweldig naar ons zin. Maar toen kwam Ajax en was de zaak snel afgerond.”

Hoewel Jol erg serieus met zijn vak bezig is, valt er met hem ook te lachen. Geroemd worden zijn droge en rake opmerkingen. Maar altijd geldt: eerst presteren, dan pas plezier. Ook heeft hij zo nu en dan ludieke acties. Hoogendorp herinnert zich een training met RKC, waarbij Jol een regenton langs het veld zag staan. De trainer pakte de ton op en zette hem onder de doellat. Hoogendorp: „Hij zei: ‘wie de bal via de lat in de ton schiet krijgt 1.000 gulden’. En wat blijkt? De man met de slechtste traptechniek, Ron Heesakkers, schoot ’m erin. Een dag later gaf ie wel meteen die 1.000 gulden aan Ron.”

Lang voordat Martin Jol bij buitenlandse topclubs als Tottenham Hotspur en HSV terechtkwam, was hij trainer van de amateurs van ADO. Broer Cock runde in die tijd een kledingwinkel in de Scheveningse Keizerstraat. Daar zaten de gebroeders Jol regelmatig voor de deur koffie te drinken. Tot de vaste bezoekers behoorden John Blok en Ron Cramer. „We hebben drie jaar moeten zeuren of ie naar Scheveningen wilde komen”, zegt Blok.

Nog altijd is de band met zijn Scheveningse vrienden warm. Cramer en Blok bezochten vorig jaar een wedstrijd van HSV. Cramer: „Dan zorgt hij er voor dat we in het stadion bij alle sponsors binnen komen en na afloop nodigt hij ons thuis uit. Zes mensen binnenloodsen is best lastig. Dat hoeft hij niet te doen, maar hij doet het wel. Martin verloochent zijn afkomst niet.” Martin Toet weet dat Jol bezoek erg op prijs stelt. „Dan voelt Martin zich lekker, het streelt hem.”

Ook geniet Jol ervan als hij bij ‘zijn’ ADO door veel mensen wordt herkend, zoals vorige maand bij het oefenduel tegen Valencia. Een kleine groep ADO-supporters neemt het hem niet in dank af dat hij bij Ajax, de grote vijand, aan de slag is gegaan. Voor de rest gunt iedereen met een groen-geel voetbalhart Martin Jol het beste en hoopt men dat hij ooit terugkeert bij ADO, of dat nu als trainer of als technisch directeur is. Jeugdvriend Martin Toet is er van overtuigd dat het ooit zover komt. „Martin heeft zoiets van: ik ben begonnen bij Den Haag, en ik eindig bij Den Haag.”

Verslag FC Groningen-Ajax: pagina 11