'Polsstokverspringen wordt grote sport'

Sinds afgelopen weekeinde zijn de Hollanders de beste op alle disciplines van het polsstokverspringen.

De Hollanders (Utrecht en Zuid-Holland) heersen sinds zaterdag voor het eerst in de geschiedenis in alle vier de categorieën van het polsstokverspringen. Alleen het record bij de junioren (jongens) ontbrak. Bij het Hollands kampioenschap in Linschoten verbeterde de 16-jarige Wilco van Amerongen uit Benschop met een sprong van 18 meter en 86 centimeter het oude record. Dit was in handen van de noorderlingen (Groningen en Friesland), de andere regio in Nederland waar de sport wordt beoefend. Pieter Hielema, voorzitter van de Polsstokbond Holland, geeft uitleg.

Hoe komt het dat de Hollanders de beste zijn?

Pieter Hielema: „Beide regio’s zijn gelijkwaardig. Maar het is voor het eerst dat wij alle records in handen hebben.”

Waarom geniet het polsstokverspringen weinig bekendheid?

„Dat komt doordat er geen nationale competitie is. In de regionale media is er veel aandacht voor, maar landelijk amper. In de regio worden veel polsstokverspringers ook tot sportman of sportvrouw van het jaar gekozen. Er zijn nu zo’n 600 leden. Ik denk wel dat het een grote sport kan worden. Het is spectaculair om te zien en het leent zich voor de televisie. Ook hoort het bij onze cultuur en het spreekt veel mensen aan. Het ledenaantal groeit hard, tussen de tien en vijftien procent per jaar.”

Waarom wordt deze sport alleen in Nederland beoefend?

„Dat is niet helemaal waar. In Japan doen ze het ook, maar op een veel lager niveau. Daarnaast proberen ze het – heel voorzichtig – in Engeland, Duitsland en België. De sport vraagt veel investeringen in accommodatie. Helaas is het geen olympische sport. Wel doen we mee bij de Wereldspelen.”