'Opeens is moord geen taboe meer'

Voor zijn film ‘Schemer’ liet Hanro Smitsman zich inspireren door de moord op scholiere Maja Braderic: „Ik weet niet of de ene moordenaar wel zo erg verschilt van de andere.’’

De set is eigenlijk te klein voor pottenkijkers. Daarom staat iedereen om de monitor van de videoassist in de keuken van een statige Bussumse villa. Het is propvol. En het stinkt. Op de aanrecht en in de magnetron staan een stuk of vier plastic bakjes met half opgewarmde witlofpuree te wachten. Gelukkig zullen we dat straks in de film niet kunnen ruiken. Al doet regisseur Hanro Smitsman (Breda, 1967) er alles aan om de scène die vandaag gedraaid wordt de verstikkend-mistroostige geur en kleur van witlof mee te geven.

Het is halverwege de draaiperiode van zijn eerste echte bioscoopfilm Schemer, losjes gebaseerd op de moord op de Nijmeegse scholiere Maja Bradaric in 2003. Smitsman: „Scenarioschrijver Anjet Daanje en ik hebben het verhaal van Maja als uitgangspunt genomen en daarna gedeconstrueerd. Schemer gaat over een groep jongeren die besluit een van hun beste vrienden te vermoorden, over uit de hand gelopen groepsdruk en het zondebokmechanisme. Dat is geen exceptionele geschiedenis. Laatst is er weer een jongen in een container in St. Michielsgestel gevonden. Het concept van zo’n gebeurtenis vind ik belangrijker en interessanter dan de anekdote die wij kennen. Zelfs als de redenen voor zinloos geweld niet te begrijpen zijn, heb je als kunstenaar het recht om naar het verhaal erachter te zoeken.”

Op het schema staat vandaag een sleutelscène: voor Caesar (gespeeld door rijzende ster Matthijs van de Sande Bakhuyzen) aanvoerder van het vriendengroepje, is de maat vol. De zorg en de schaamte om zijn invalide moeder worden hem te veel. Hapje voor hapje voert hij haar het witlofprutje. Maar zij spuugt het in zijn gezicht. „Haar kan hij niet vermoorden’’, zegt Smitsman later bij de lunch (met op het menu gebakken aardappels, rauwkostsalade en taart toe), dus doodt hij degene die het meeste op haar lijkt.”

Regisseur Hanro Smitsman is vooral bekend van twee telefilms: de door de moord op Kerwin Duinmeijer geïnspireerde film Skin (2008, ook in de bioscoop uitgebracht) en de dit voorjaar uitgezonden film De Punt, over de Molukse treinkaping in 1977, die de best bekeken telefilm ooit was. Engagement zit hem ingebakken: „Ik denk dat elke filmmaker uiteindelijk politiek is.” Geweld is zijn thema: „Alles wat ik doe heeft ermee te maken. Maar waar ik precies naar zoek? Soms weet ik het niet. Het mechanisme interesseert me; waarom mensen zo makkelijk kunnen ontsporen. De machtsverhoudingen die ervoor zorgen dat de een de ander kan manipuleren. Het isolement. Ik weet niet of de ene moordenaar uiteindelijk erg verschilt van de andere.’’

In Schemer vertelt Smitsman dat universele verhaal vanuit de verschillende perspectieven van de jonge hoofdpersonen. „Ze hebben allemaal hun redenen. Maar zijn die legitiem? Ik weet het niet. De redenen stapelen zich op. En opeens is er een sfeer waarin ze denken dat moord geoorloofd is. Het gaat om die glijdende schaal. Caesar is getraumatiseerd door de verhouding met zijn moeder. Zijn vriendin Roos is onzeker en een meeloper. Zijn beste vriend Mick (gespeeld door Robert de Hoog die eerder een Gouden Kalf won voor zijn hoofdrol van skinhead in Skin) is volkomen onverschillig, zelfs apathisch.’’

Belangrijk in al Smitsmans films is de rol die de ouders spelen, of beter gezegd níet spelen in de levens van zijn jonge hoofdpersonen: „Verwaarlozing, eenzaamheid, het gevoel van in de steek gelaten zijn, en hoe dat een uitweg zoekt in geweld, dat zijn wel vaak dingen die ik aan elkaar koppel. Het zijn zaken waardoor jongeren nogal makkelijk van zichzelf vervreemd raken en er een sfeer ontstaat waarin moord geen taboe meer is. In de microkosmos van een film wordt dat allemaal veel heftiger. Dat moet ook. Ik wil een atmosfeer creëren waarin de toeschouwer zichzelf ook als een voyeur betrapt gaat voelen en ervaart dat hij zelf ook een dader is.”

Schemer wordt voorjaar 2010 in de bioscoop verwacht.