Ministad met roze wijken vol onteigende huizen

In een New Yorks museum is een tentoonstelling over de hypotheekcrisis te zien. De onteigende huizen worden op een maquette aangegeven met roze plastic hoedjes uit pizzadozen.

Maquette van New York, waarop hoedjes uit pizzadozen aangeven waar mensen uit hun huis zijn gezet Queens Museum of Art

Aan alles is te zien dat het al weer 45 jaar geleden is dat de Wereldtentoonstelling in het New Yorkse stadsdeel Queens stond. Het symbool van de expositie, de Unisphere, een twaalf verdiepingen hoge stalen wereldbol, wordt door toeristen nauwelijks meer aangedaan. Het bijbehorende betonnen paviljoen is verouderd en vervallen. Een van de hoogtepunten van de Wereldtentoonstelling, een gigantische maquette van de hele stad New York krijgt nu echter een nieuw leven. Het 870 vierkante meter grote model wordt gebruikt om de al drie jaar voortslepende Amerikaanse huizencrisis te illustreren.

Op elk stratenblok waar vorig jaar ten minste drie huiseigenaren op straat werden gezet na hypotheekproblemen – een zogeheten foreclosure – staat nu een roodroze plastic driepotig torentje. Van een afstand, de enige manier om het model op je in te laten werken, zijn daardoor hele wijken nu roodroze gekleurd. Dáár zit de pijn: in één jaar, in één stad, 13.000 families op straat gezet.

„Kijk, daar ligt JFK”, wijst curator Larissa Harris over de reling naar beneden. Ze bedoelt het vliegveld met die naam. Ernaast ligt de arme wijk Cambria Heights, onder een zee van plastic hoedjes. Harris’ conclusie: „Dat zijn feiten, daar op de grond.”

De maquette, officieel het Panorama of the City of New York geheten, is het kroonjuweel van het Queens Museum of Art, een onderschat en door de reistijd vanaf Manhattan zelden door toeristen aangedaan museum. Het ‘Panorama’ vormt ook het centrale stuk van de expositie Red Lines Housing Crisis Learning Center, een expositie over de hypotheekcrisis, het startpunt van de huidige recessie. Het zou de eerste expositie over de huidige recessie zijn.

De Amerikaanse huizenmarkt – waarvan net als in Nederland breed werd aangenomen dat het er altijd maar beter mee zou gaan – is geïmplodeerd. Gemiddeld is de huizenprijs met een derde weggezakt en miljoenen huiseigenaren zijn na hypotheekproblemen op straat gezet. Aan het begin van de malaise, nu drie zomers geleden, werd gedacht dat gedurende de crisis maximaal twee miljoen families uit hun huis gezet zouden worden. Inmiddels is dat cijfers al tot acht miljoen opgehoogd.

De expositie doet bij vlagen ad hoc aan: de hoedjes van plastic zijn niet speciaal gemaakt maar worden bijvoorbeeld normaal gebruikt in pizzadozen; ze worden in het midden van de pizza geplaatst om te voorkomen dat de kaas tegen de deksel van de doos plakt. Kunstenaar Damon Rich kocht er tweeduizend van en gaf ze samen met Harris de roodroze kleur. Een ander voorbeeld van gemakzucht is het exposeren van een exemplaar van het Amerikaanse tijdschrift BusinessWeek van vorig jaar waar het coververhaal over de huizenmarkt gaat, of de boeken over hoe Wall Street werkt. Ze zijn zonder toelichting of kader neergelegd.

Toch heeft Rich – zelf naast kunstenaar ook als stedenbouwkundige werkzaam bij een gemeente buiten New York – pogingen gedaan de complexiteit van de hypotheekmarkt te verbeelden. Zo staat er een houten constructie die de omhooggeschoten hypotheekrentetarieven sinds de Grote Depressie laat zien en heeft Rich foto’s gemaakt van woningen in de getroffen stad Detroit. Deze zijn zo ten opzichte van elkaar in de ruimte geplaatst dat ze overeenkomen met de kaart van Detroit: de woningen aan de rand van de expositieruimte, de blanke buitenwijken, zijn groot en vrijstaand. De huizen van minderheden dichter bij het stadscentrum zijn vervallen, door planten overwoekerd en hebben dichtgetimmerde ramen. Het begrip redlining uit de titel slaat op de praktijk wijken op basis van ras op kaarten te zetten en daarop beslissingen over het wel of niet verstrekken van leningen zoals hypotheken op te baseren.

De expositie was eerder in Boston te zien, in het museum van de gerenommeerde universiteit Massachusetts Institute of Technology. Harris was toen nog daar curator. Nadat ze van baan veranderde en naar Queens kwam, wist ze de museumdirecteur ervan te overtuigen de tentoonstelling opnieuw op te tuigen en uit te breiden met de maquette.

Zelf heeft ze, zo zegt ze zelf, nachtenlang discussies met Rich gevoerd over wat de tentoonstelling nou eigenlijk was. Kunst? Planologie? Ze kwamen er niet uit. „Inmiddels maakt het me ook niet meer uit want het is zelfs meer dan dat: het is een pedagogisch experiment.” ‘Red Lines’ is bedoeld om te informeren. „Om de complexe economische crisis te demystificeren, te simplificeren, humaner te maken.” Harris corrigeert zichzelf meteen: ze bedoelt niet humaner, want humaan kan ze de prooipraktijken van hypotheekbedrijven niet noemen. Menselijker. Persoonlijker.

Zelf komt het museum ook niet schadevrij door de recessie. Dalende bezoekersaantallen en sterk terug lopende giften van rijke weldoeners dwongen het instituut alternatieve inkomstenbronnen te zoeken. Het museum begon Adopt-A-Building en zette de bijna 900.000 huizen, kantoortorens en monumenten van de maquette te koop. Voor 50 dollar (35 euro) kunnen bezoekers zich eigenaar noemen van een appartement. Een vrijstaande woning uit de randwijken gaat voor 250 dollar van de hand en een wolkenkrabber kost 10.000 dollar. Het museum wil niet zeggen hoe goed deze vastgoedmarkt op het moment is. Wel dat er nog geen gedwongen verkopen zijn geweest.

Expositie ‘Red lines housing crisis learning center’: t/m 27 sept in het Queens Museum of Art, New York. Bekijk voor meer informatie: www.queensmuseum.org.