Het nut van taboes

Je denkt er niet zo vaak over na, maar het is wel zo: dat sommige dieren veel oneetbaarder zijn dan andere. De insecten natuurlijk, daar denken we tegenwoordig wel over aangezien we heel goed weten dat sprinkhanen in overvloed aanwezig zijn, en gefrituurd in veel landen als een lekkere, knapperige snack worden beschouwd.

Maar ik wil het niet over insecten hebben. In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een stuk over ‘bushmeat’: de Afrikaanse gewoonte om alles wat beweegt te schieten en op te eten. Op de foto zag je tussen onduidelijke brokken vlees twee apenhoofden liggen, en vier apenhanden. Gorilla’s.
Je voelt dat je aan een taboe raakt als je daar naar kijkt: zulke al bijna menselijke hoofden, zulke bijna menselijke handen, dat mag geen etenswaar zijn.

Je voelt ook meteen het nut van taboes. Sommige dingen kunnen beter niet verder beredeneerd worden, laat staan opgeheven of opgeruimd.
Het is ook moeilijk voor te stellen dat de Afrikanen die om de op de grond uitgestalde vleeswaren lopen, niets van zulke gevoelens bij zichzelf bespeuren. Zoals andervolks taboes voor ons volstrekt onnavoelbaar zijn.

Los van dit verschrikkelijke eten van mensapen, worden er meer dieren gegeten die wij niet zo snel zouden nuttigen. Slangen en katachtige roofdieren bijvoorbeeld. Dat ze olifanten en antilopen eten, dat snap je wel, dat zijn grazers, planteneters. Net als neushoorns of nijlpaarden. Maar roofdieren, die eten wij niet. Behalve als het vissen zijn, dan wel.
Geheimzinnig is dat. Dat je je eigen huisdieren niet eet is nogal logisch, maar een wilde hond of kat, of een vos. Is het gevaarlijker voor de gezondheid om vlees te eten van een dier dat zelf vlees eet? In Azië eten ze wel honden.

In sommige Afrikaanse gebieden wordt meer vlees gegeten dan in het westen, zei het artikel, de bevolking is voor eiwitten geheel aangewezen op wilde dieren. Dus dan is een aapje heel welkom.
Het WNF bestrijdt de stroperij onder meer door te zorgen dat de mensen zelf kippen en koeien gaan houden. Logisch. Ze moeten niet verkommeren, en de wilde dieren niet uitroeien. En dus worden er speciale dieren aangewezen, zoals wij dat ook hebben, die tam zijn gemaakt en zonder problemen gegeten kunnen worden.

Na zo’n foto van apenhanden en -hoofden heb je toch even echt geen trek in vlees.
Worteltjes gaan we lekkerder maken dan ze vaak zijn. Wie wil kan er een visje bij eten - dat voelt veel minder erg.

Worteltjes met citroenboter

  • 1 pond wortelen (bospeen)
  • 3 lente-uitjes
  • klontje boter
  • citroenpeper
  • ½ tl suiker
  • kneepje citroen
  • peterselie of citroenverbena

Schrap de wortelen en snijd ze in stukjes. Hak de lente-uitjes, stoof ze in royaal boter, doe er de wortelen bij met een klein beetje water (ze moeten net niet onder staan), peper en zout, suiker. Laat een half uurtje stoven met het deksel op de pan. Doe er wat citroenpeper bij en knijp ook een keer in een halve citroen boven de pan. Het vocht moet verdampen zodat de worteltjes alleen maar in een boterig citroenlaagje zitten.

Peterselie erover is lekker, maar wie een keer ergens een plantje citroenverbena op de kop heeft getikt, en dat nu vertroetelt, knipt wat citroenverbena af en hakt dat fijn over deze worteltjes. Die het prima doen in combinatie met lekker romige aardappelpuree, van kruimige aardappelen. En de melk even koken voor je puree maakt - smaakt veel beter.