Gretigheid Veldhuis werkt verlammend

Marleen Veldhuis moest een week wachten op een individuele medaille bij de WK langebaan. Haar brons op de 50 vrij is een tastbare herinnering aan een verder teleurstellend toernooi.

Bijna waren de WK zwemmen voor Nederland een blauwdruk geworden van het olympische zwemtoernooi van Peking, een jaar geleden. Toen volgden na een flitsende start, met een gouden medaille op de 4x100 meter vrije slag, louter podiumloze dagen. ‘Roma 2009’ kende tot aan het slotnummer exact hetzelfde verloop, totdat kopvrouw Marleen Veldhuis gisteravond nog een bronzen medaille uit de hoed toverde, op de 50 vrij, al moest ze die delen met de Australische tiener Cate Campbell.

Tot tien meter voor het einde had Veldhuis (23,99) het veld nog aangevoerd, totdat ze werd opgeslokt door de ontketende Duitse Britta Steffen, die ook nog eens het wereldrecord van haar Nederlandse concurrent verpulverde (23,73). Vorig jaar had Steffen al een olympische dubbel behaald, met goud op de twee kortste vrijeslagnummers.

Desondanks was Veldhuis blij met haar ‘zege’, want het individuele brons levert haar in elk geval een tastbare herinnering op aan de WK langebaan. Ze moest er een hele week op wachten.

Dat ze met opluchting reageerde had alles te maken met de dag ervoor, waarop ze in de finale van de 50 vlinder, in de woorden van haar coach Jacco Verhaeren, „een kans voor open doel” miste op haar eerste individuele gouden medaille tijdens een groot langebaantoernooi.

Veldhuis moest het in die finale opnemen tegen haar rivale Therese Alshammar, de wereldkampioen van Melbourne (2007). De Zweedse viel tegen en eindigde als vierde, maar ook Veldhuis zwom een zwakke race en werd slechts vijfde. En dus bleef ze andermaal verstoken van een individuele gouden medaille op een groot langebaanevenement.

Zelf zei Veldhuis dat ze het had „verprutst” omdat ze te gretig was geweest en te gehaast zwom. Ze werd uiteindelijk vijfde, nadat ze in de halve finale nog een wereldrecord had gezwommen. „Ik wilde zo graag een medaille winnen. En als je zo graag wilt, dan maak je het alleen maar moeilijk”, wist Veldhuis.

Ze had het al eerder meegemaakt op WK’s langebaan, en tijdens de Olympische Spelen. Vier jaar geleden, in Montreal, haalde ze al eens zilver op de 50 vrij, twee jaar later in Melbourne volgden brons en zilver op de 50 en 100 vrij. In Peking faalde Veldhuis vorig jaar twee keer in haar finales. Zelf denkt ze te weten waar het aan ligt dat ze op grote toernooien de sprong naar goud niet kan maken. „Dat ik zo graag wil is mijn sterke punt, maar ook mijn handicap omdat ik tijdens de race wel eens mijn verstand verlies.”

Die fout maakte ze gisteravond niet in het Stadio del Nuoto. In een zeer sterk bezette 50 vrij-finale haalde ze in elk geval het podium. „Wat ik zaterdag verkeerd deed, ging nu heel goed. Je moet in een finale de rust bewaren. Ik ben heel blij dat ik het goed heb gedaan.”

In het tijdperk van de snelle pakken valt moeilijk te beoordelen waar de Nederlandse zwemmers precies staan in het na-olympische jaar. Dat er veel persoonlijke en Nederlandse records werden gezwommen beoordeelde hoofdcoach Jacco Verhaeren positief, maar in een toernooi waarin 44 wereldrecords sneuvelen met behulp van het materiaal is de waarde van persoonlijke records beperkt. Maar het is het enige dat een coach houvast biedt, naast medailles.

En die oogst was schraal, maar Verhaeren vond dat zijn zwemploeg „een heel goed toernooi” zwom in Rome. Bij de vrouwen presteerde vooral de pas achttienjarige Ranomi Kromowidjojo boven verwachting, al had de Groningse in de finale van de 100 meter vrije slag op meer gerekend dan een zesde plaats.

Ook Moniek Nijhuis, die vorig jaar nog stopte met topzwemmen nadat ze zich niet had weten te plaatsten voor de Spelen in Peking, is helemaal terug. Bij haar club De Dolfijn vond ze het plezier weer terug. Dat liet Nijhuis in Rome zien op de 50 meter schoolslag – een nummer zonder olympische status. Ze haalde met een razendsnelle tijd de finale, maar het podium bleek net te hoog gegrepen voor haar. „Het was mijn eerste WK-finale. Ik heb ervan genoten”, zei Nijhuis na afloop. „Het is jammer dat ik net geen medaille heb gehaald, maar ik ben tevreden over mijn WK.”

Bij de mannen zwommen Nick Driebergen en Sebastiaan Verschuren verschillende records en Verschuren verraste met een finaleplaats op de 200 vrij, waarin hij ondergesneeuwd raakte in het geweld tussen Michael Phelps en winnaar Paul Biedermann.

Ook het wisselslagteam, met Kromowidjojo, Femke Heemskerk en de zusjes Lia en Inge Dekker haalde verrassend de finale van de 4x100 meter en eindigde als vijfde. „Vergeleken met een jaar geleden staan we er echt een stuk beter voor”, vond Verhaeren. „We zien een jonge garde die aan de deur klopt, ook al spelen ze nog geen rol van betekenis als het gaat om medailles.”

Totdat de ‘jonkies’ zich wel gaan roeren in finales zal de ploeg zich voor de kansen op eremetaal blijven wenden tot de kopvrouw, de 30-jarige Veldhuis. Zij zal de komende jaren moeten leren de laatste stap te maken, het winnen van grote finales.

Voor een groot deel is dat een mentale kwestie, weet ook Veldhuis zelf. Zij schakelde na de Spelen in Peking sportpsycholoog Rico Schuijers in, die in het verleden onder meer de olympische kampioensteams van de hockeysters en de waterpolosters bijstond.

Verhaeren is ervan overtuigd dat Veldhuis het zwemmen van finales nog kan leren. Hij noemt als voorbeeld oud-zwemmer Marcel Wouda, die aanvankelijk moeite had met het zwemmen van finales, maar in 1998 wereldkampioen werd. Verhaeren: „Door voldoende races te zwemmen, kun je leren een raceplan uit te voeren. Je kunt World Cups zwemmen, de EK kortebaan, maar dat is geen finale van een groot toernooi. Wat Marleen moet leren is dat zij zich tijdens de finale niet focust op winnen of verliezen. Ze moet zich focussen op het proces, op het zwemmen van een goede race.”

Bekijk de ‘bronzen’ race van Veldhuis op de WK in Rome via nrc.nl/sport