General Electric te optimistisch over omvang slechte kredieten

Moet General Electric (GE) meer geld reserveren voor niet-inbare leningen bij zijn financieringsdivisie? GE zegt van niet – het concern beweert zelfs dat zijn voorzieningen voor deze stroppen hoger zijn dan die van de grootste Amerikaanse banken. Maar beleggers zijn niet helemaal overtuigd. En een blik op een klein deel van de 650 miljard dollar aan bezittingen van GE Capital maakt duidelijk waarom ze terecht een sceptische houding aannemen.

De voorziening van het concern voor mogelijke verliezen op 38 miljard dollar aan risicovolle leningen bedraagt ongeveer 1,2 procent van de boekwaarde. GE schat dat deze verliezen volgend jaar waarschijnlijk zullen oplopen naar zo’n 1,9 procent – of iets lager. Maar deze voorspelling, die zou betekenen dat GE slechts zo’n 266 miljoen dollar extra opzij hoeft te zetten, lijkt te optimistisch.

De gemiddelde risicovolle lening wordt momenteel verhandeld op ongeveer 81 cent per dollar, aldus S&P Leveraged Commentary and Data. Wanneer van deze marktwaarde wordt uitgegaan, moet de schuldenportefeuille van GE op min of meer datzelfde niveau worden verhandeld.

Hoewel de korting van 19 cent per dollar die de markt nu toepast op de gemiddelde risicovolle lening deels het gevolg kan zijn van gebrek aan liquiditeit in de markt, is een veel groter deel van die korting een manier waarop de markt aangeeft dat het percentage van 1,9 procent dat GE hanteert voor zijn portefeuille probleemleningen waarschijnlijk ruimschoots zal worden overtreffen.

Het is mogelijk dat de portefeuille van GE misschien van veel hogere kwaliteit is dan de bredere markt. Als de beweringen van GE over zijn superieure manier van kredietbeheer juist zijn, heeft het bedrijf minder oninbare leningen. Het bedrijf beweert ook zich langduriger en krachtiger in te spannen om de volledige waarde van uitstaande kredieten terug te vorderen – ook al staan concurrenten als Goldman Sachs en JPMorgan er evenmin om bekend dat zij hun debiteuren makkelijk laten gaan.

Laten we dus eens aannemen dat de risicovolle leningen van GE slechts half zoveel van hun waarde hebben verloren als het gemiddelde. Dat zou nog steeds duiden op mogelijke verliezen van zo’n 3,6 miljard dollar – ofwel acht maal de huidige reservering.

Dat lijkt misschien niet z’n probleem. Na aftrek van de reeds getroffen voorzieningen zou het neerkomen op slechts 5 procent van het totale aandeelhouderskapitaal van de financieringsdivisie. Maar als beleggers soortgelijke rekenmodellen toepassen op de 600 miljard dollar aan overige bezittingen in de boeken van GE, zouden de verliezen zich toch beginnen op te stapelen.

GE kan de pessimisten en de markt natuurlijk het nakijken geven door de crisis in de kredietcyclus met gemak te doorstaan en de meeste debiteuren te laten betalen. Maar nu één klein maar niet onbelangrijk puzzelstukje er al twijfelachtig uitziet, zijn de zorgen van de aandeelhouders voorlopig begrijpelijk.