De ambitieuze vmbo'er wordt gefrustreerd

Steeds meer jongeren willen na het vmbo doorleren op de havo. En daarna naar het hbo.

Tijd om al die onnodige obstakels voor deze route eens uit de weg te ruimen.

De eindexamens zijn gemaakt, de diploma’s zijn uitgereikt en alle geslaagde kandidaten bezinnen zich nu op de volgende stap. Iemand met een vmbo-tl (theoretische leerweg)-diploma op zak heeft opties te over: je kunt reizen, werken, of uit honderden mbo-opleidingen kiezen. En je kunt natuurlijk naar de havo. Wie echter met de huidige regels wil doorstromen naar de havo, loopt vaak tegen een absurde hoeveelheid obstakels aan. Het is een typisch voorbeeld van hoe jongeren worden gefrustreerd door het systeem.

Wie wil doorstromen moet aan een hele waslijst eisen voldoen. Je moet op veertienjarige leeftijd het juiste vakkenpakket hebben gekozen, je moet voor bepaalde vakken minimaal een zeven staan, je moet een brave leerling zijn, je school moet positief zijn over je competenties. Enzovoorts, enzovoorts. Deze lijst met overbodige eisen is zonde, omdat hierdoor leerlingen die willen excelleren juist worden ontmoedigd. De leerlingen die al op het vmbo hebben besloten dat ze een hbo-opleiding willen gaan doen, moeten hierdoor vaak een lange omweg volgen, via het het mbo. Dit is nadelig voor zowel de leerling als de maatschappij; een leerling is er vaak twee jaar extra aan kwijt en de belastingbetaler moet die extra jaren betalen. Om over verspilling van talent nog maar te zwijgen.

Er bestaat een misverstand dat deze obstakels er zijn om de kwaliteit van ons onderwijs (de havo-opleiding) te waarborgen. Niets is minder waar. De aanvullende eisen zijn het gevolg van de politiek van de ‘koninklijke route’. De term, die eind jaren negentig uit de koker van beleidsmakers is gekomen, symboliseert het overheidsbeleid van destijds: stapelen werd ontmoedigd. De ‘koninklijke route’ refereert aan de simpele eenbaansweg van het vmbo naar het mbo, of van de havo naar het hbo. Dat was zoals het hoorde, en niet anders.

De motieven voor dit beleid waren voornamelijk financieel. Een leerling die na het vmbo enkel een mbo-opleiding volgt, is immers goedkoper dan een leerling die na het vmbo via de havo aan een hbo-opleiding begint. Dit was helemaal in de lijn met de onderwijsbezuinigingen van de jaren negentig.

Dit beleid lijkt inmiddels door de praktijk ingehaald te zijn. Want waar het ontmoedigingsbeleid de eerste tien jaar aansloeg, wint het stapelen weer aan terrein. Steeds meer leerlingen lijken nu weer de weg via de havo te verkiezen boven de weg via het mbo. Zo leert nu een op de vijf leerlingen die van het vmbo-tl komen door op de havo, bleek in mei uit onderzoek van het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO). Misschien nog interessanter is dat onder allochtonen zelfs 25 procent kiest voor deze weg. Nu er een brede vraag is naar stapelen, is het essentieel voor het functioneren van het Nederlands onderwijs dat deze weg ook weer goed toegankelijk wordt. Dit houdt in dat scholen vandaag nog hun overmaat aan eisen overboord moeten gooien. De overheid zou hier dwingend op moeten toezien en stapelen voor scholen financieel aantrekkelijk moeten maken. Want het systeem is er nog altijd voor de leerling en niet andersom.

Emiel Willms is voorzitter van het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren)

Lees het volledige onderzoek van het ECBO over de doorstroom van het vmbo naar de havo via nrcnext.nl/links