Blijf op school, dan verlicht je de druk op de arbeidsmarkt

In de laatste twintig jaar van de vorige eeuw waren er te veel hogeropgeleiden.

Maar wie nu even wacht met werken om verder te studeren, loopt dat risico niet.

Hartstikke leuk hoor, zo’n diploma. Je hebt er hard voor gewerkt, je ouders zijn trots, je bul prijkt aan de muur en je hebt tot in de nachtelijke uurtjes gevierd dat je niet meer terug hoeft naar school of de collegebanken.

Maar dan? We zitten toch in een crisis? Er is toch helemaal geen werk?

Daar zit wat in. Er verschijnen nog wel nieuwe vacatures, maar minder dan voorheen. En zeker niet genoeg voor alle schoolverlaters en afgestudeerden bij elkaar.

Als je al ergens een contract krijgt, is dat vrijwel altijd een jaarcontract. Het is maar de vraag of dat wordt verlengd in deze onzekere tijd. Je weet in elk geval zeker dat je er als eerste uitvliegt als je werkgever moet reorganiseren. Maar je bent wél aan het werk.

Of je nu net van school komt, je studie hebt afgerond of voor het eerst bent gecontracteerd, in alle gevallen kun je beter terug naar school. Dat zegt Christoph Meng van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Hij onderzocht de gevolgen van de crisis op schoolverlaters.

Een voor de hand liggende reden: je moet toch iets doen met je tijd. Terug naar school gaan, is beter dan nutteloos thuis zitten. En je leidt jezelf ook nog beter op.

Een andere reden: het effect op je toekomstige salaris.

Als je de arbeidsmarkt betreedt tijdens een crisis, zegt Meng, heeft dat op de lange termijn een ongunstig effect op je salaris. Je accepteert sneller een baan die onder je niveau ligt of een baan die minder goed betaalt dan onder normale omstandigheden. Dit kan de rest van je leven gevolgen hebben voor elke volgende baan die je aanneemt: je nieuwe salaris wordt vaak gerelateerd aan het oude. Daarmee kun je dus beter wachten.

Door verder te studeren, verlicht je de druk op de arbeidsmarkt.

Dat is een reden die vooral de maatschappij ten goede komt – en niet zozeer jezelf. Degenen die wel solliciteren, hebben meer kans doordat jij je voorlopig aan de arbeidsmarkt onttrekt. Je kunt dit argument natuurlijk ook aanwenden om juist wél te solliciteren: ‘al die anderen’ studeren immers door. Maar wat doe je als die anderen net als jij redeneren?

Ook ten tijde van je eerste jaarcontract kun je maar beter doorleren.

De kans op vervolgwerk is laag, dus ook de kans op een vervolgsalaris. Tijdens een hoogconjunctuur verlies je veel loon als je studeert in plaats van werkt. Dat is nu niet het geval. Bovendien, zegt Meng van het ROA, valt je toekomstige salaris vaak hoger uit als je jezelf beter opleidt.

Terug naar school dus. En daar moet je dan wel een beetje je best doen.

Je moet niet tevreden zijn met zesjes, maar hoge punten halen.

Bedenk maar eens wat een werkgever doet als hij of zij honderden sollicitatiebrieven met bijbehorende cv’s ontvangt op een schaarse vacature. Hoe maak je dan onderscheid? Onder meer door naar (afstudeer)cijfers te kijken. Je moet toch wat. En dan leg jij het af als je altijd tevreden bent geweest met een zesje.

Werkgevers zien graag dat je wat extra’s deed naast je studie.

Een voor de hand liggende optie is het opdoen van bestuurservaring, bijvoorbeeld bij een studentenvereniging. Al jaren blijkt dat oud-bestuurders van verenigingen populair zijn bij bedrijven. Om een vereniging te besturen, moet je immers beschikken over sociale en leidinggevende kwaliteiten. Dat staat altijd mooi op je cv.

Ten slotte kun je je onderscheiden met relevante werkervaring.

Toegegeven, dat is lastig. Want hoe doe je die ervaring op als je door de crisis juist zo weinig kans maakt op de arbeidsmarkt?

Gelukkig zijn er stages, zegt ‘senior onderzoeker arbeidsmarkt’ Irmgard Borghouts van de Universiteit van Tilburg. Veel werkgevers, zegt zij, zouden dezer dagen bijzonder blij moeten zijn met stagiairs.

Ga maar na: bedrijven hebben moeten schrappen in hun personeelsbestand om de kosten te drukken, maar hebben niet per se minder werk te verrichten. Bovendien kosten stagiairs bijna niets. Het is een ideale kans om ervaring op te doen in je favoriete sector. En om te kijken of het wat voor je is, natuurlijk.

Borghouts roept bedrijven en potentiële stagiairs op om elkaar te leren kennen: Ontmoet elkaar! Maar hoe moet dat dan, als je nog geen werkervaring hebt? Een netwerk hoeft niet te ontstaan uit contacten via een eerdere baan, zegt Borghouts. Ook in je eigen omgeving kun je melden dat je op zoek bent naar bepaalde werkervaring. Wie weet kom je zo ergens binnen.

Ook helpt de overheid sinds kort een handje. Borghouts wijst op de deeltijd-WW, de regeling waarmee noodlijdende bedrijven hun personeel niet direct hoeven te ontslaan, maar in deeltijd kunnen behouden. In de vernieuwde deeltijd-WW, van juli 2009, is een ‘meester-gezelregeling’ opgenomen. Dit houdt in dat de parttime werknemers scholing kunnen geven aan stagiairs en werknemers die korter dan een jaar in dienst zijn. Volgens Borghouts kunnen bedrijven hierdoor meer stagiairs aannemen.

Overigens zijn er volgens het onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt ook bedrijven, vooral in de technische sector, die noodgedwongen minder stagiairs aannemen. Dit heeft vooral gevolgen voor mbo’ers die vier dagen in de week willen werken en één dag naar school gaan. Meng van het ROA vreest dat dit tegelijkertijd een negatief effect heeft op het aantal leerlingen dat vroegtijdig uitvalt van school. Deze mbo’ers moeten immers noodgedwongen een opleiding volgen waarbij ze vier dagen in de week naar school moeten en slechts één dag kunnen werken. Dat willen ze vaak niet.

Als veel mensen het advies opvolgen om langer naar school of universiteit te gaan, raakt de bevolking als geheel hogeropgeleid. Heeft de samenleving in de toekomst wel voldoende banen voor zo veel hoogopgeleiden?

In de jaren tachtig en negentig was het overaanbod van hogeropgeleiden een reëel probleem. Dat zit nu anders, zegt Meng – en het verschil zit in de demografie. Destijds waren er relatief veel mensen in de leeftijd om de arbeidsmarkt te betreden. Nu zijn er juist veel mensen die met pensioen gaan. Het is, zegt Meng, dat het nu even crisis is. Structureel is het juist geen slechte periode voor schoolverlaters.

Ook Irmgard Borghouts van de Universiteit van Tilburg is niet bang dat er te veel hoogopgeleiden op de arbeidsmarkt zullen komen. Zij hebben volgens haar het voordeel dat ze goed kunnen switchen naar een andere sector, mocht dat nodig zijn. Zo raken ze niet snel werkloos.

Natuurlijk is het ook belangrijk wát je precies gaat doen als je weer gaat studeren. Het heeft waarschijnlijk weinig zin om nu te kiezen voor een ‘luxestudie’ als vrijetijdswetenschappen. Maar ook de techniek en de bouw zijn dubieus. Waren het niet de technische bedrijven die als eerste mensen moesten ontslaan?

Altijd nuttig zijn opleidingen in de medische wereld (geneeskunde, verpleegkunde) en het onderwijs (de lerarenopleiding). In die sectoren bestaat er een vrij permanent tekort aan arbeidskrachten. Nadeel is dat het zeker twaalf jaar duurt voordat je jezelf thoraxchirurg mag noemen. Dat lost op korte termijn geen enkel tekort op.

Het advies is duidelijk. Maar, lacht Meng, natuurlijk moet niet iedereen doorstuderen. Dan blijven er geen arbeidskrachten meer over. Er is ook altijd wat.