Bij Nneka is Drum Rhythm terug

Pop Raw Rhythm Festival. Gehoord 31/7 en 1/8, Westergasterrein, Amsterdam. ***

Het begin vrijdagavond was een beetje aarzelend, alsof niet iedereen nog geloofde dat het Drum Rhythm festival, dat tussen 1991 en 2001 tien succesvolle edities beleefde, echt terug was in Amsterdam. Raw Rhythm heet het nu – tabaksmerk Drum mocht niet meer sponsoren, en het festival vond een opvolger in kledingmerk G-Star Raw. Maar Raw raakte niet uitverkocht, en de grote namen, die de voorloper vroeger wel wist te strikken, ontbraken.

Ondanks een interessant programma met soul, r&b, hiphop en veel dance, leidde het hier en daar tot ongezellig lege zalen op het Westergasfabrieksterrein. Zoals bij de stevige, kortademige soul van Stephanie McKay, één van de sensaties op het North Sea Jazz Festival. Aan haar inzet ligt dat niet: de zangeres bazuint zichzelf buiten adem, en haar tamelijk traditioneel klinkende soul is verleidelijk. Maar de zangeres, die haar tweede plaat in eigen beheer produceerde, bracht op Raw een beperkte bezetting mee, en leed bovendien onder technische problemen, die vrijdag meer artiesten in de zaal Westerunie parten speelden. Het maakte dat haar show niet echt van de grond kwam.

Voor de comeback van triphop-duo Lamb was de Gashouder te groot. Hun ooit revolutionaire combinatie van dub en drum ‘n bass en de breekbare, etherische zang van Lou Rhodes was nostalgisch en nog altijd sfeervol, maar doet ook wat gedateerd aan. Hetzelfde gold eigenlijk voor de sterke, maar conventionele soul van Alice Russell, die een dansfeestje maakte van de nu wel volle Westerunie, voor de enthousiast onthaalde drum ‘n bass-legende Roni Size en voor dubstep-icoon Dizzee Rascal, die het publiek in de halfvolle Gashouder weer eens bewees een enthousiasmerende showman maar matig rapper te zijn. Dat doen Nederrappers als de taalvirtuoze Jiggy Djé, en de energieke nieuwkomers Zwart Licht stukken beter. Om nog maar te zwijgen van de Fakkelbrigade, die als opvolger van Opgezwolle vakkundig de verwachtingen waarmaakte.

De Deense Lucy Love zorgde vrijdag voor een verrassing. Ze rapt fel en puntig over uitgebeende beats en gaf, geflankeerd door gemaskerde dansers, een experimentele, wat afstandelijke show.

Maar het onbetwiste hoogtepunt van het nieuwe festival was het veelzijdige, Duits-Nigeriaanse talent Nneka, die met afstand het beste optreden van de vrijdag verzorgde. Breekbaar stoer is ze, in haar T-shirtje en wijde spijkerbroek; ze bezwijkt bijkans onder haar gitaar. Maar dan. Nneka’s muziek is een meeslepende mix van blues, reggae, Afropop en plots pompende beats, van de Franse producer Farhot. Ze heeft iets te vertellen, over onrecht, racisme en imperialisme, en ze heeft een Stem. Klaaglijk kan die zijn, als ze ellende in Afrika bezingt, krachtig wanneer ze zich verzet. Ze kan rauw schmieren en jankend uithalen, ingetogen peinzen en uitgelaten swingen; haar nummers wiegen en geselen tegelijk.

De zaterdag kende weinig uitschieters, met uitzondering van de sympathieke Britse rap van Speech Lebelle en de spierballensoul van Leela James. Maar het sterke concert van Nneka, en het daar snel samendrommende, geestdriftige gehoor, deden alweer denken aan Drum Rhythm op zijn best.