V-vormig of W, dat is de vraag

De krimp van de Amerikaanse economie blijkt in het tweede kwartaal mee te vallen. Hoe snel komt het herstel?

En weer domineert een strohalm het economisch sentiment. Na meevallende huizenprijzen en een beursrally die nu al bijna onafgebroken drie weken aanhoudt, publiceerde gisteren het Amerikaanse ministerie van Handel een eerste schatting van de economische resultaten van het tweede kwartaal. De economie kromp met 1 procent op jaarbasis. Dat was beter dan verwacht. Maar krimpen doet de Amerikaanse economie nog steeds, voor het vierde kwartaal op rij al.

De meevallende groeicijfers waren voor beleggers op Wall Street in elk geval aanleiding de maand juli positief af te sluiten. De koersen stegen in juli in totaal met 8,6 procent, de grootste maandelijkse stijging in twintig jaar.

Reden voor al te veel optimisme is er echter niet. Zo stelde het handelsministerie de krimp van het eerste kwartaal fors neerwaarts bij, van 5,5 procent naar 6,4 procent. En ook Europa kampt nog met problemen. De ergste krimp lijkt ook hier over, maar een aanhoudende deflatie (prijsdaling) en nog steeds oplopende werkloosheid maken de economieën kwetsbaar. Als de deflatie aanhoudt, zou de Europese Centrale Bank wel eens gedwongen kunnen worden de rente (nu op 1 procent) vroegtijdig te verhogen, met alle verstorende effecten voor het nakende herstel.

Dat sluit aan bij een inmiddels gangbare verwachting omtrent de recessie. In plaats van een korte, hevige, periode van krimp gevolgd door een snel herstel van groei (de zogenoemde V-vormige recessie), koerst de wereldeconomie af op een W-vormige recessie. Een diepe krimp, gevolgd door een korte periode van opleving, om daarna weer fors te krimpen voordat het definitieve herstel inzet.

De grootste zorg is er in de Verenigde Staten over de particuliere consumptie, jarenlang de kurk waar de Amerikaanse economie op dreef. Die nam met 1,2 procent af in het tweede kwartaal, tegenover een lichte stijging in het eerste kwartaal. De angst voor werkloosheid en verlies van inkomen maakt dat Amerikanen nu liever sparen dan consumeren.

Dan is er de gigantische toename (10,9 procent) van de overheidsuitgaven, met name omdat een uitgebreid pakket aan lastenverlichtingen in het tweede kwartaal effectief werd. Tel daar de massieve steun van het stelsel van centrale banken bij (waardoor geld lenen voor banken nagenoeg gratis is) en het is duidelijk: de Amerikaanse economie wordt niet gezonder, ze leunt alleen nog zwaarder op de Staat dan voorheen.

Het risico op een wispelturig verloop van het economisch herstel (de W-vormige recessie) ligt verscholen in de maatregelen die overheden tot nu toe namen om de crisis te bezweren. Als de effecten van de overheidsstimuleringen uit de cijfers weg gaan lopen, zullen bijvoorbeeld de consumentenbestedingen nog sneller gaan afnemen dan nu al het geval is. Dat heeft zijn weerslag op het bedrijfsleven, dat verder in de problemen zal komen en meer banen zal moeten gaan schrappen. De recessie verergert weer en zorgt voor de tweede neergaande poot in de W.

Echte pessimisten, zoals Jeremy Grantham van investeerder GMO, voorspellen zelfs een zogenoemde VL-vormige recessie. Daar treedt het definitieve herstel eigenlijk nauwelijks meer in (de horizontale poot van de L) en sukkelt de economie, bij gebrek aan nieuwe groeimotor, nog jaren op een suboptimaal groeiniveau.