Trouwe huisvrouw die volksopstand tegen Marcos leidde

Corazon Aquino maakte van de Filippijnen een democratische staat, maar liep als president al gauw tegen haar grenzen aan.

Lolke van der Heide

Corazon Aquino Cojuangco, president van de Filippijnen van 1986 tot 1992, is afgelopen nacht in een ziekenhuis in de Filippijnse hoofdstad Manila overleden aan darmkanker. Zij is 76 jaar geworden. Aquino heeft betekenis gekregen door haar rol als aanvoerder van het brede volksprotest dat in 1986 na twintig jaar een einde maakte aan het autoritaire regime van Ferdinand Marcos.

Aquino trad in de voetsporen van haar echtgenoot Benigno ‘Ninoy’ Aquino, de in 1983 vermoorde leider van de oppositie tegen Marcos. Onder ‘Cory’ Aquino werden de Filippijnen een democratische staat. En dat is geen geringe prestatie. Aquino presenteerde zich als de eenvoudige plaatsvervanger van haar man Ninoy, of als diens trouwe huisvrouw. Maar dat stereotiepe beeld, dat goed werkte om haar aanhangers te enthousiasmeren, strookt niet helemaal met de werkelijkheid.

Cory Aquino was een telg uit het geslacht Cojuangco. Een machtige familie van suikerplanters en bankiers. Ze ging naar privéscholen in Manila en volgde universitair onderwijs in de Verenigde Staten. Gedurende dertien jaar beheerde zij het kapitaal van de familieholding, waarin verschillende haciënda’s en een vastgoedportefeuille zaten.

Daarnaast was zij sinds haar huwelijk met Ninoy in 1954 een traditionele Filippijnse echtgenote. Ze zorgde voor het huis en de kinderen. Op politieke bijeenkomsten van haar man serveerde ze thee en deelde koekjes rond. Ondertussen beschikte zij over een omgangrijk netwerk van familiale banden met bestuurlijke en politieke functionarissen.

21 augustus 1983 was de dag die haar leven dramatisch veranderde. Die dag werd haar echtgenoot bij terugkeer na drie jaar ballingschap in de Verenigde Staten op het vliegveld van Manila doodgeschoten, waarschijnlijk op last van Marcos. Cory Aquino zette de strijd tegen de presidentiële dictatuur persoonlijk voort. Met succes, drie jaar later bracht een volksopstand de weduwe aan de macht.

De verdrijving van Marcos en de benoeming van Aquino tot president leidden in februari 1986 tot uitzinnige vreugdetaferelen in de Filippijnen. Ze erfde een land dat geteisterd werd door schulden, werkloosheid, armoede, verziekte politieke verhoudingen en oorlog tegen afscheidingsbewegingen.

In de eerste tijd van haar bewind leek het erop dat Aquino inderdaad korte metten wilde maken met de oude politiek. Onder invloed van linkse adviseurs werden verregaande plannen voor de landbouwhervorming opgezet, maar de president liep al gauw tegen haar grenzen en tegen familiebelangen aan. Haar plannen voor de hervorming voor het grondbezit stuitten op groot verzet uit haar eigen klasse.

Aquino kreeg het verder aan de stok met politieke tegenstanders, en met het leger. Zo was Aquino voorstander van het behoud van de Amerikaanse basis die de Filippijnen veel inkomsten opleverde, maar de Senaat bepaalde anders. En rebelse militairen deden zes vergeefse pogingen tot een staatsgreep. Door de voortdurende onrust kreeg het presidentschap van Aquino na verloop van tijd het karakter van een wedloop met de tijd: haalde ze haar ambtstermijn of niet. De laatste couppoging in december 1989 was de meest bloedige en vormde de ernstigste bedreiging van haar regering. Maar het leek alsof ze gesterkt uit de strijd kwam. De democratie koesterde ze als niets anders.