Sympathieke jongens

Waar: Otterlose Bos, Mosselse Zand Rondwandeling ‘Veluwe woestijnen’ uit: Wandelen met On Track-Veluwe

Afstand: 12 km

De zoele wind maakt soms een duikvlucht, daarom wapperen de vlinders laag bij de grond achter elkaar aan. Denk ik, ik weet het niet zeker. Vlinders zijn raadels, in tegenstelling tot de mestkevers. Dat zijn sympathieke jongens in zwarte pakken die glimmen in de zon. Ze brengen de boel aan kant, daarom wroeten ze overal op de Veluwe in het zand, in paarden- c.q. zwijnenstront en tussen de afgewerkte dennennaalden. Af en toe heft er één zijn kleine gehelmde kop en wuift met de voorste twee van zijn gevorkte pootjes.

Ik wil niet achter blijven. Ik raap een in plastic gewikkelde aanwijzing voor een vervlogen speurtocht op en stop ’m in mijn zak. En nog één, met de punaise er nog aan. En een shagverpakking. Dan een hele tijd niks, er zijn grenzen. Zachtjes, want van ver, klinkt openluchtzwembadgejoel. Ik tref aan een tak een afgedankte campina-vlag. Volgens man moet ik die laten hangen.

„Waarom?”

„Het is een object.”

„Object amme hoela. Nylon vergaat pas na 40 jaar.” Ik stop ’m in mans rugzak.

Het zomert zoals dat alleen op de Veluwe gebeurt. Zon, zandpad, mos, blad en naald verzorgen samen een eau de parfum. Op de intieme zandvlaktes blikkert het mulle zand in de hitte. Ze doorkruisen lukt alleen als je loom voortsjokt. Alleenstaande dennen schmieren met een geknakte tak, die spleen en vergeefsheid suggereert. Het is een pose die prachtig-mooi drama oproept, en dat wordt benadrukt door het wilde gele gras dat om de stammen schuimt. De heideplanten houden krampachtig hun fatsoen.

Tussen de bomen biggelen zonnevlekken neer, het mooist in het slanke-eikenbos van Otterlo. In de spinnewebben zijn regenboogjes meegeweven en de vogelkers strekt zijn spitse blad om het warme licht terug te weerkaatsen. De vogels houden hun geluiden klein.

Op de eiken volgt de deftige morsigheid van een jeneverbesbos, met gespleten stammen en takken vol ordeloze prikkelnaaldjes. Oud hout wordt grijs, net als oud mens.

Overal hebben de wilde zwijnen cirkels grond losgewoeld, meestal onder lage takken. Op het Mosselse Zand ligt een mensgemaakte cirkel, van dennentakken, met een doorsnede van een meter of 20. Mensen doen hier dus als zwijnen. Mooi zo.

De bossen groeien op zandruggen, de vlaktes liggen ertussen. De paden gaan erover. Of ze glijden onderlangs. En een keer kruipen ze ertussendoor, via een kleine vallei waar het afgevallen blad voor stofgoud heeft gezorgd.

Joyce Roodnat

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s op www.nrc.nl/wandel