Schumi

Alweer een comeback. Zou de sport aan het Derde Rijk zijn begonnen? Er komt geen einde meer aan carrières. Testosteron ligt gewoon in de rekken bij Albert Heijn.

Een comeback op de fiets: alla. Iedere sportschoolgek kan zich recht houden op dat armzalige vehikel, en het doodsgevaar is te overzien. Maar na drie jaar afwezigheid terug in de Formule 1? Op je veertigste een bocht nemen aan 300 per uur? Je moet al Huub Stapel zijn om het na te spelen.

Michael kan het racen niet laten. Hij zegt nu wel dat hij even inspringt voor zijn vriend Felipe Massa, en uit respect voor zijn oude renstal Ferrari, maar Schumi als noodverband? Dat gelooft geen mens. Hij zelf ook niet. De kunst van het afscheid nemen heeft meer ascese nodig. Vóór de Grand Prix van Valencia, over drie weken, moet hij nog acht kilo kwijt. Begin er maar aan als levensgenieter. Zonder een container vetverbranders lukt het niet. En dat voor twee races?

Wat bezielt de meest gelauwerde pensionado? Gebrek aan geld kan het niet zijn. Ieder normaal mens wordt duizelig van zijn rijk gevulde palmares. Voor de liefde van Il Popolo della Rossa, de hallucinerende aanhang van de Ferraristal hoeft het ook niet – die liefde was al eeuwig.

Michael Schumacher: 7 wereldtitels, 72 overwinningen voor Ferrari, 91 zeges in 249 GP’s, 154 podiumplaatsen, 68 polepositions, 1.374 grandprix-punten. En voor dit alles een kleine 700 miljoen euro op de bank. Ook een luxe die kan tellen: nog altijd heelhuids. Wat heeft hij dan nog te zoeken op een vreemd circuit in Valencia, in een bolide van een hem onbekende generatie, ook nog met een door de jaren heen toch wat uitgesleten oog-handcoördinatie. Een tijd geleden nog bezeerde hij zijn nek als motorracer. Nou, die nek krijgt er straks van langs door de G-beulen.

Gekkenwerk.

Of is het het gif van passie? Schumacher is geobsedeerd door snelheid. De F1 was voor hem altijd al groter dan het leven. Bijna treurig is het verhaal over zijn zieke moeder. De morgen van de kwalificatieraces kreeg Schumi te horen dat zijn moeder ernstig ziek was. Hij posteerde zijn Ferrari nog gauw in poleposition, sprong vervolgens het vliegtuig in, nam afscheid van mama, en won daags nadien glansrijk de Grand Prix. Ik zie het voetballers nog niet zo gauw doen. Als zij uit het trainingskamp worden geroepen voor de bevalling van vrouwlief, hoor je ze een half jaar niet meer.

In een comeback wordt altijd iets van armoe gedemonstreerd. Een oude man op het podium van de Tour de France: waar waren dan de jonge klasbakken? Kim Clijsters die straks de hele tennishiërarchie overhoop mept: je zal maar Maria Sjarapova zijn. Dat Ferrari Der Alte terug moet halen omdat het geen waardige plaatsvervanger voor Felipe Massa heeft, is van een ten hemel schreiende personele schraalheid. Een prestigieuze renstal onwaardig.

Voor sommigen zal Michael Schumacher na zijn heroïsch offer een nog grotere held zijn dan hij al was. Zoals Lance Armstrong vriend en vijand afblufte door ineens weer op het podium in Parijs te staan. Oude knarren die niet willen buigen voor het voortschrijden der jaren: het heeft ook iets vertederends. Iets onthullends zelfs: ervaring gaat boven jeunesse.

Schumi heeft nooit gereden op charisma. Daar had hij het hoofd niet voor. Te soeverein ook, te perfectionistisch, te veel streken, te veel brute macht. Maar het zou best kunnen dat hij dat charismatische deficit alsnog weet aan te vullen. Zo is het met Armstrong ook gegaan.

Aan de terugkeer van Schumacher zit een mercantiele kant. Ferrari, dat een bleek seizoen kent, krijgt een opstoot in publiciteit. Het F1-circus van Bernie Ecclestone kan een scheut populariteit best gebruiken. Al was het maar om de interne familievetes te doen vergeten. En het businessclubje rond de Duitse F1-coureur krijgt er nog een paar speklagen bij.

Voor de Grote Prijs van België in Francorchamps is Schumachers comeback een godsgeschenk. Het zag ernaar uit dat de tribunes niet gevuld zouden raken. Meteen na het bericht dat de Duitse coureur in Francorchamps zou rijden, ontstond een rush op tickets.

Michael Schumacher was mij altijd te koud en te berekenend als icoon. Maar de dag dat Mika Hakkinen en vooral Nigel Mansell hun comeback aankondigen, krijgt mijn oude hart vleugels. Met een hemelsbrede lach ga ik mee de bocht in.