Romeins Venetië te zien door droge zomer

Luchtfoto in de kleuren infrarood, rood en groen toont plattegrond van oude stad. Science Science

Met behulp van luchtfotografie hebben vier Italiaanse geografen van de universiteit van Padua voor het eerst een duidelijk beeld gegeven van nog in de grond aanwezige resten en sporen van de Romeinse stad Altinum, een van de voorlopers van Venetië (Science, 31 juli).

Dankzij de droge zomer van 2007 konden de geografen het reliëf, de kleur- en vochtverschillen in de grond met (nabij-infrarood) luchtfotografie vastleggen. Een computermodel hielp om de stad en haar omgeving, nu in gebruik als landbouwgrond, in kaart te brengen. Hierdoor zijn eventueel gerichte opgravingen mogelijk.

De resten van Altinum liggen aan de lagune naast het vliegveld Marco Polo, ruim tien kilometer ten noordoosten van Venetië. De beelden laten een ommuurde stad zien met vaste onderdelen van een Romeinse stad zoals een amfitheater, een netwerk van straten, huizen en openbare gebouwen (basilica). Opvallend zijn de havenwerken, een netwerk van kleine grachten en een groot kanaal dwars door het centrum van de stad dat de rivier de Zero en de lagune met elkaar verbindt. Verder wordt de muur rond de stad onderbroken door twee poorten of bruggen.

Hier en daar zijn vroeger opgravingen gedaan, maar de kennis van Altinum is vooral gebaseerd op antieke geschreven bronnen. De stad is in de zesde eeuw voor Christus gesticht door de Veneti, een lokale Italische groep.

De stad sloot zich later op eigen initiatief bij Rome aan. Altinum stond met een oppervlakte van ongeveer een vierkante kilometer bekend om zijn wolproductie en kende een bloeitijd die liep van de eerste eeuw voor Christus tot en met de tweede eeuw na Christus.

De Griekse geograaf en historicus Strabo (64 voor Christus - 19 na Christus) beschreef Altinum en de andere steden in het moerassige gebied in de lagune als eilanden in het water. De Via Annia verbond Altinum met Padua en Aquileia, vergelijkbare steden in Gallia Cisalpina (Noord-Italië).

In de eerste eeuw na Christus werd Altinum het eindpunt van de Via Claudia Augusta, die in het zuiden van Germania begon. Met de invallen van vreemde volkeren in Noord-Italië trad politiek en economisch verval in. Attila de Hun verwoestte de stad in de vijfde eeuw. Veel bewoners waren toen al weggetrokken naar eilanden verder in de lagune. Na de invallen van de Longobarden in de zesde eeuw is de stad helemaal verlaten. Stenen met Romeinse inscripties in Venetiaanse kerken laten zien dat afstammelingen van de verdreven inwoners van Altinum via het eiland Torcello uiteindelijk in Venetië zijn terechtgekomen.