Op survival met een luxe badkamer

Zomerkampen zijn een uitkomst voor kinderen met werkende ouders. Maar er zijn grenzen. Opletten of kleuters hun tanden wel goed poetsen is er niet bij. „We zijn geen crèche.”

„Aaargh.” Een oerkreet schalt over het grasveld. Het is maandagochtend, half negen. Vier jongens van een jaar of acht bekogelen elkaar met waterballonnen. „We mogen vandaag vies worden”, zegt er een, terwijl hij zijn T-shirt uitwringt. Ze sluiten zich aan bij de anderen om „mountainbikes te passen”. Met de juiste fiets en gehelmd gaat de groep joelend op weg naar de stormbaan.

Ze zijn op ‘Bengel’, een zomerkamp voor 6- tot 12-jarigen in vakantiehuis Venweide, in de bossen bij Valkenswaard. Snowboarden of skiën op een indoorbaan, waterskiën, kanoën en een nachtbivak. Dat staat de avonturiers nog te wachten. Ze overnachten in twee- tot vierpersoonskamers met een eigen badkamer. Later die week sluiten nieuwe kinderen zich voor een kortere vakantie aan.

Flexibiliteit en luxe zijn een trend, zegt directeur Iddo Schoen van Simbo, het bedrijf dat het kamp organiseert. „Ouders hebben liever niet dat hun kind op een zaal overnacht”, zegt hij. Parttime werkende moeders vinden een kort zomerkamp aantrekkelijk. Dat sluit aan op hun werkweek.

Ouders zien, zegt hij, het kamp als kinderopvang. Bedrijven als KPN en ING geven hun werknemers korting op zijn zomerkampen. Bij kinderopvangorganisatie Kanteel uit Den Bosch zijn de kampen nu een extra service bij de buitenschoolse opvang.

Door de gestegen arbeidsparticipatie van vrouwen is het kampaanbod flink toegenomen. Werkende ouders worstelen met de zes tot zeven weken zomervakantie van hun kinderen.

Cijfers over het aantal (semi-) commerciële aanbieders en het aantal deelnemers zijn er niet, omdat een overkoepelende organisatie ontbreekt. Deze zomer gaan er 14.000 kinderen mee met een grote aanbieder als Simbo. Ter vergelijking: met non-profitorganisatie Scouting Nederland gaan jaarlijks 75.000 tot 80.000 kinderen naar 5.000 zomerkampen.

Wie op internet zoekt naar ‘zomerkamp’ krijgt een groot en divers aanbod vanuit verschillende disciplines. Bijvoorbeeld van de Noord-Brabantse evenementenorganisatie 4-kids, die projecten opzet voor buitenschoolse opvang en bemiddelt in oppas. En twee docenten van de opleiding lichamelijke opvoeding aan de Haagse Hogeschool organiseren op de werkvloer een tenniskamp, waarbij de kinderen wel thuis slapen. En Xapp, een castingbureau voor kinderen, houdt vijf weken lang musicalkampen.

„De noodzaak van opvang en de toename van marktwerking zorgt ervoor dat er allerlei initiatieven ontstaan”, zegt Froukje Hajer, hoofd van de afdeling programma’s van Jantje Beton, de organisatie die zich inzet voor jeugdvoorzieningen. Ze vreest daardoor voor „een wildgroei van initiatieven in de vakantie zonder kwaliteitsgarantie”.

Jantje Beton heeft voor de non-profitsector een keurmerk ontwikkeld, met criteria als een goede opleiding van vrijwilligers, een juiste samenstelling van de groepen en een afwisselend activiteitenprogramma. Elf organisaties kregen het keurmerk. „Het zou ook goed zijn als commerciële organisaties zich zouden verenigen in een netwerk en kwaliteitseisen zouden formuleren”, zegt Hajer. „Voor ouders is het nu vaak moeilijk om te boordelen welke organisatie kwaliteit levert. Dat hoor je vaak via via.”

Het commerciële Vinea organiseert al 55 jaar kampen. Dit jaar heeft het tachtig verschillende zomerkampen waaraan zo’n 9.000 kinderen en jongeren van 7 tot 19 jaar deelnemen. „We maken nauwelijks reclame”, zegt directeur Piet Hein Herfkens. „Het gaat om mond-tot-mondreclame. Wij zijn een vertrouwenspersoon. Je stuurt je kinderen niet zomaar mee, je hoort liever van een kennis of familielid dat het goed is geweest.” Belangrijk voor herhalingsbezoek („60 procent komt terug”) zijn volgens hem de contacten ná een kamp. „Dan groeit een vriendschapsband met MSN en Hyves.”

Kinderen gaan al decennia op kamp, met de scouting, de kerk of de voetbalclub. Ze bouwen hutten, doen bosspellen en zingen op de bonte avond. Dat gebeurt nog steeds, maar ook in deze sector is er segmentering in doelgroepen. Er zijn golf-, game-, dierentuin-, fashion- en tientallen andere kampen. Bij de YMCA, de oecumenische vrijwilligersorganisatie voor de jeugd, komen er volgens coördinator Joost Vlasblom jaarlijks acht tot tien nieuwe kampen bij. Een huttendorp bouwen krijgt dit jaar een eigentijds jasje. Op vier tot twaalf meter hoogte bouwen tieners een eigen boomhut op de Veluwe.

Kinderen lijken steeds jonger op kamp te gaan. De leeftijdsgrens verschilt. Het minimum bij Simbo is vier jaar. „Maar”, zegt directeur Schoen, „we kregen dit jaar verzoeken van ouders of het driejarige broertje of zusje ook mee kon met het oudere kind dat al op kamp ging.” Die peuters gaan volgens Schoen één of hooguit twee dagen mee en krijgen „een laagdrempelig programma, op een half uurtje rijden van huis”.

Vinea-directeur Herfkens zou zijn eigen kind van vier jaar nóóit meesturen op een zomerkamp. „Zeven tot tien jaar is de laagste leeftijdsgroep bij ons”, zegt hij, „We zijn geen crèche.”

Bij YMCA is de minimumleeftijd zes jaar. „Voor kinderen van zes tot negen is een week weg van huis al heel lang”, zegt Vlasblom. „We moeten er op die leeftijd nog op toezien of kinderen hun tanden poetsen. Onder de zes jaar ben je meer een kinderopvang.”

In de Verenigde Staten hoort het zomerkamp bij een kinderleven, maar Nederland is nog lang niet zo ver, zegt Vinea-directeur Herfkens. „In de VS is de noodzaak groter. Ouders hebben maar twee weken vakantie. Bovendien werken daar meer oma’s en opa’s.”

YMCA-coördinator Vlasblom noemt Nederlandse ouders behoudend. „Ze vinden het erg om hun kind over te dragen aan bijna- vreemden. Meestal komt een kind steviger en zelfstandiger terug omdat het zich heeft moeten redden in een groep. Kinderen leren ook nieuwe dingen. Sommigen hebben nooit eerder afgewassen. En het is leuk om stiekem ’s nachts naar de andere slaapzaal te sluipen.”