Ontslagen in bouw zijn onvermijdelijk

Ondanks de miljardensteun van het kabinet, de provincies en de gemeenten is grootschalig banenverlies in de bouw onvermijdelijk. Dat zeggen kenners van de sector.

In april becijferde het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) dat de bouwproductie de komende twee jaar met 15 procent daalt, de grootste terugval sinds de Tweede Wereldoorlog. Deze neergang zou tot verlies van 50.000 voltijdbanen leiden.

In reactie op de dreigende ontslaggolf presenteerde het kabinet vorige maand de crisis- en herstelwet die procedures bij enkele grote infrastructuurprojecten verkort. Ook trok het 320 miljoen euro uit voor het isoleren van oude woningen en 395 miljoen euro om projecten van gemeenten, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties te steunen. Gemeenten en provincies hebben ook honderden miljoen gereserveerd voor de bouw.

Volgens Hugo Priemus, emeritus hoogleraar volkshuisvesting, „vloeit er bloed in de bouwsector”. Hij is kritisch over de crisis- en herstelwet die volgens hem „hooguit werk zal opleveren voor wegen- en spoorbouwers, terwijl in de woningbouw de meeste banen op de tocht staan”.

Elco Brinkman, voorzitter van werkgeversvereniging Bouwend Nederland, zegt dat de overheid niet alle pijn kan wegnemen. „Er zullen veel ontslagen vallen, dat is onvermijdelijk.”

Bouw: pagina 15