'M'n moeder wil dat ik een goed mens word'

Anish Giri (15) is de jongste schaakgrootmeester ter wereld. „Mijn spel kent geen zwakheden”, zegt hij in een dubbelgesprek met zijn vader Sanjay.

Kan een mens hautain en ontwapenend tegelijk zijn? Ja, bewijst de 15-jarige schaker Anish Giri. Wie hem de afgelopen dagen bij het Open Nederlands schaakkampioenschap in Dieren zag spelen, kreeg voer voor een mooie karakterstudie. Zijn lichaamshouding tegenover zijn vaak veel oudere tegenstanders verraadde superioriteitsgevoel: de voeten wijd tegen de poten van de tafel geplaatst, de lippen getuit, de blik voortdurend afdwalend naar belendende borden.

Nadat hij in het eindspel weer eens de genadeklap had toegebracht, liep hij altijd even naar de analyseruimte om aan zijn tegenstander uit te leggen wat die fout had gedaan. Tegenspraak duldt de jongste schaakgrootmeester ter wereld niet – een kwaliteit waarmee hij in Dieren tweede werd en een toegangsbewijs voor het NK in september afdwong.

Samen zitten ze aan tafel, Anish Giri, zijn vader Sanjay en zijn moeder Olga. De Russische Olga spreekt geen Engels en houdt zich wat afzijdig. Haar man – Nepalees van geboorte – voert namens hen het woord. Hij vertelt hoe het gezin in 2007 naar Nederland emigreerde uit Japan, waar zij zes jaar eerder neerstreken vanuit Rusland. Hij kon in Delft een baan krijgen als onderzoeker bij een gerenommeerd technologisch instituut. Zijn zoon gaat in dezelfde stad naar het vwo. Door het vele reizen spreekt Anish zes talen, waaronder Nepalees en Japans.

Vader en zoon zijn het ermee eens dat er in Rusland meer schaaktalent rondloopt dan in Nederland. „Maar in Nederland is de schaakcultuur beter ontwikkeld”, vindt Sanjay. Anish was Russisch kampioen in de leeftijdscategorie tot twaalf jaar. En toch werd hij een beetje aan zijn lot overgelaten. Daar komt bij dat hij vanwege zijn Nepalese uiterlijk continu gevaar liep in zijn geboorteland. „Voor je het weet, heb je als ‘buitenlander’ een mes tussen je ribben”, zegt Giri senior. „Als we hem vroeger in Sint-Petersburg naar de schaakschool brachten, waren we er niet gerust op dat we heelhuids thuis zouden komen.”

Plannen om zijn Nepalese paspoort in te wisselen voor een Nederlands paspoort heeft vader Giri niet. En of zijn zoon die weg inslaat, betwijfelt hij. Maar voor de wereldschaakbond geldt Anish sinds kort als Nederlander. Hij speelt competitie bij HMC Calder in Den Bosch en komt daarnaast ook uit in de Bundesliga.

Volgens je vader verloor je eerder deze week van Roi Miedema omdat je een nieuwe theorie uitprobeerde.

Anish werpt zijn vader een vragende blik toe. „Een nieuwe theorie? Ik weet niet waar je op doelt.”

Sanjay: „Gisteren heb je toch iets anders geprobeerd? We hebben elkaar er niet uitvoerig over gesproken, maar ik hoorde het op het Journaal.”

Anish: „Ik heb tegen Miedema een openingsspel gespeeld dat niet tot mijn repertoire behoort. Als je dat bedoelt...”

Sanjay schuift ietwat ongemakkelijk over zijn stoel, terwijl zijn blik door de schaakzaal gaat.

Begrijpt u welke beslissingen uw zoon tijdens het schaken neemt?

Sanyay: „Om eerlijk te zijn niet. Toen ik hier vandaag in Dieren kwam, ben ik een tijdje achter hem gaan staan. Gewoon om te kijken hoe hij het deed. Ze speelden al vijf uur achtereen. Ik zag dat mijn zoon vijf stukken op het bord had staan en zijn tegenstander vier. ‘Remise’ dacht ik meteen – en ik was niet de enige. Maar Anish wist de partij een uur later toch winnend af te sluiten.”

Anish: „Erg simpel gedacht, pa.”

Sanjay: „Ik weet het.”

Want hoe heb je de – vrij uitzichtloze – partij tegen Babu Lalith na zes uur toch weten te winnen?

Anish: „Ik probeerde mijn tegenstander om de tuin te leiden. Niet door risico’s te nemen, maar door hier en daar iets anders te proberen. Dat pakte gelukkig goed uit.”

Sanjay: „Zijn moeder begrijpt zijn spel beter. Ze volgt wat hij doet en kan aan zijn gedrag zien of hij in een winning mood verkeert of niet.”

Kenners zeggen dat je alle facetten van het spel beheerst.

Anish: „Niet perfect, maar ik beheers ze, ja.”

Bijna perfect.

Anish: „Nee. Redelijk.”

Je spel kent geen zwakheden?

Anish: „Ik kan er niet zo snel een bedenken. Natuurlijk maak ik wel eens verkeerde inschattingen, maar er springt niet echt iets uit.”

Anders dan veel leeftijdgenoten heb je geen vaste trainer. Waarom niet?

Anish: „Zo nu en dan word ik bijgestaan door een trainer van de Nederlandse schaakbond. Maar een vaste trainer heb ik inderdaad niet. Ik zou er moe van worden om dagelijks zo iemand om mij heen te hebben.”

Volgens de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Timman kun je niet zonder. Eerder op de dag zei hij: ‘Als Anish zich de komende jaren zo blijft ontwikkelen als hij tot nu toe heeft gedaan, is een toptrainer geen overbodige luxe’.

Voor het eerst in het gesprek valt Anish even stil. Aarzelend: „Zei hij dat? Dan heeft Timman gelijk.”

Sanjay: „Toptrainers zijn duur, dat kunnen wij ons niet veroorloven.”

Anish: „Het gaat nu goed zonder coach. Ik oefen veel op het internet. Een paar uur per dag, meestal tot mijn moeder mij achter de computer vandaan haalt. En ik lees veel boeken over schaak.”

Wanneer dacht u voor het eerst: mijn zoon zou wel eens een schaaktalent kunnen zijn?

Sanjay: „Toen hij op de Russische schaakschool zat, tussen zijn zevende en achtste levensjaar, moest hij na afloop van gewonnen partijen zijn hand opsteken. Zijn moeder merkte al snel op dat hij wel erg vaak zijn hand opstak. En ze kreeg van de trainer te horen dat Anish getalenteerd was. Sterker nog: die man had nog nooit een schaker in zijn klas gehad die binnen korte tijd zo veel vooruitgang behaalde.”

Anish: „Toen ik vier jaar was, heeft mijn moeder mij de regels van het schaken bijgebracht. In het begin wilde het niet erg vlotten, totdat ik op mijn zesde een boek over schaken ben gaan lezen. Binnen een paar maanden versloeg ik mijn moeder.”

In zijn boek ‘How life imitates chess’ schrijft schaaklegende Kasparov dat schakers waarschijnlijk met een speciale gave geboren worden. Zijn jullie het met hem eens?

Anish: „Ik weet niet of ik het met mijn grote voorbeeld eens ben. Aanleg op zichzelf is niet genoeg. Als ik bijvoorbeeld heel lui was geweest, had ik nooit bereikt wat ik nu heb bereikt.”

Sanjay: „Het is meer een manier van denken dan een gave. En die manier van denken kan er ook voor zorgen dat iemand op hele andere terreinen uitblinkt.”

Anish: „Als kind pikte ik dingen snel op. Ik kon al heel vroeg lezen, draaide binnen een mum van tijd een Rubiks kubus in elkaar en was goed in puzzelen.”

Sanjay: „Het is wel zo dat schaken bij ons in de familie zit. Anish’ grootvader van vaders kant speelde schaak aan de universiteit in India. Zijn grootvader van moeders kant speelde in Rusland. Dus helemaal uit de lucht vallen komt zijn schaaktalent niet.”

Over wat voor eigenschappen moet een schaker nog meer beschikken behalve een hoge intelligentie?

Sanjay: „Voor mij is Anish geen slimmerik. Hij speelt gewoon schaak, that’s it. De zoon van mijn vriend behaalde zijn masterstitel in twaalf jaar. Dat is pas uitzonderlijk!”

Anish, lichtelijk verbaasd: „Ik weet niet of intelligentie een vereiste is. Een goede puzzelaar is ook niet per definitie intelligent. En ik ken veel schakers die niet uitblinken op school. Het is, nogmaals, meer een manier van denken.”

Sanjay: „Anish doet het gelukkig goed op school. En zijn IQ is met 110 bovengemiddeld.”

Slechts veertien andere schakers werden schaakmeester voor hun vijftiende. De meesten van hen maakten hun school niet af, omdat dat moeilijk te combineren viel met een schaakcarrière.

Sanjay: „Ik vind dat niet verstandig. Het is moeilijk om met schaken je geld te verdienen, tenzij je tot de absolute top behoort. En of Anish daartoe reikt, moeten we nog afwachten. We hebben afgesproken dat hij na het vwo een universitaire studie gaat volgen.”

Anish: „Ik wil alleen profschaker worden als ik tot de top behoor. Als dat er niet in zit, zoek ik een reguliere baan. Na de universiteit zal ik die knoop waarschijnlijk doorhakken.”

Sanjay: „Er is nog een ander punt. Veel van de topschakers die geen reguliere baan hebben, vertonen vreemd gedrag. Dat strekt niet tot voorbeeld.”

Vreemd gedrag?

Anish: „Mijn vader bedoelt dat sommigen van hen zich dominant opstellen. Dan gaan ze demonstratief met hun handen in hun zakken staan als ze achterstaan in een partij. Of ze pellen tergend langzaam een banaan. Of ze klagen na afloop over de uitslagen.”

Sanjay: „Of ze vragen enorme sommen aan startgeld. Ik wil niet dat mijn zoon zo wordt.”

U doet er alles aan om uw zoon met beide voeten op de grond te houden.

Sanjay: „Zeker.”

Anish: „Mijn moeder wil dat ik een goed mens word en een gezin sticht. Een echte family man.”

Olga Giri knikt instemmend als ze de woorden in het Russisch terughoort. „Da.”

Veel ouders van jonge topsporters onderwerpen hun kinderen aan een strak regime. Huize Giri blijft daar van gevrijwaard?

Sanjay: „Ja. Met hoge verwachtingen leg je een enorme druk op kinderen. Ik weet dat het bestaat in de schaakwereld: ouders die hun kinderen de wind van voren geven als ze een partij verloren hebben. Ons zult u daar nooit op betrappen. Olga en ik zeggen altijd: ga door met schaken zo lang je er plezier in hebt. Zo niet, dan stop je er acuut mee.”