'Margreetje bleef een baby'

Tineke de Graaff (1955) komt uit een gezin met twee gehandicapte kinderen. ‘Voor ons was het allemaal doodnormaal.’

‘Margreetje kwam ter wereld met een stuitbevalling en er waren meteen complicaties: ze brak een armpje en moest later in een corrigerend gipsbed. Mijn ouders tastten in het duister over wat er precies met haar aan de hand was. Ze waren een pas getrouwd stelletje, allebei 25 jaar, gereformeerd. Ze moesten het allemaal zelf uitvogelen. Na zes maanden kwam het ziekenhuis met de diagnose: Margreetje was meervoudig gehandicapt. Ze zou nooit zelf iets kunnen, ze zou nooit iemand herkennen en ze zou niet oud worden.

„In de vier jaar daarop kregen mijn ouders nog drie meisjes. De eerste was ik. Ik heb me altijd de oudste thuis gevoeld. Margreetje lag in haar bedje, met een bal – dat was het enige waarmee ze zo’n beetje kon spelen. Toen ze vijf was, gingen mijn ouders op zoek naar een tehuis voor haar. Ik vermoed dat mijn moeder tegen mijn vader heeft gezegd dat het niet meer te doen was, met vier kinderen. Margreetje bleef een baby. Mijn vader was een rasoptimist, maar hij heeft naar haar geluisterd. Van hun eerste bezoeken aan tehuizen kwam mijn moeder verslagen terug – die waren nog zo groot en anoniem toen, dat wilde ze niet. Huize Gelre was anders: een villa in Laag-Keppel met maar een stuk of tien kinderen, gerund door twee vriendelijke verpleegkundigen. Margreetje kon er als een van de eersten terecht.

„Een keer per maand gingen we op zaterdagmiddag met z’n allen naar Margreetje toe. Dat vonden we leuk, het was een uitje. Onderweg zongen we liedjes in de auto. In de villa hing een ongedwongen, gezellige sfeer. Mijn moeder maakte wandkleden om de kamers mee op te vrolijken. We bleven drie kwartier en dan zaten we rond Margreetjes bed, zoals op deze foto. We praatten tegen haar, we aaiden haar. Voor ons was het allemaal doodnormaal.

„De geboorte van mijn jongste zusje was voor mijn ouders door hun ervaringen met Margreetje een extra grote schok. Corinne heeft het downsyndroom. Ik heb van een tante gehoord dat mijn moeder haar de eerste dagen na de geboorte niet wilde kennen. Toen mijn vader ons vertelde dat de baby ‘niet goed’ was, begonnen mijn zusjes en ik te huilen. Ons verdriet was op slag voorbij toen Corinne na twee weken thuiskwam uit het ziekenhuis: toen zagen we vooral een lieve baby. We raakten allemaal aan haar verknocht. Ik was tien en voelde me vanaf het begin medeverantwoordelijk, als een soort tweede moeder. Nu ben ik Corinnes mentor en financieel bewindvoerder.

„Na Corinne is mijn moeder ondanks haar geloof de pil gaan gebruiken. Ze wilde geen kinderen meer. Het was alsof haar reserves op waren. Ze bleef wel bij de kerk; de dominee was een grote steun.

„Mijn ouders waren verre familie van elkaar. Mijn vader had een stamboom in z’n agenda waarop je precies kon zien op welke manier ze aan elkaar verwant waren. Het was ver genoeg weg om te kunnen trouwen, dat hebben ze voor hun huwelijk nog laten uitzoeken. Maar toch. Wij kinderen hebben het er later wel over gehad of het misschien niet toch een rol gespeeld heeft.

„Margreetje was veel ziek. Haar botten waren broos. Soms lag ze weken in het ziekenhuis. Uiteindelijk is ze overleden aan een longontsteking, na twintig jaar. Ik was net het huis uit en volgde een sociaal-diaconaal jaar in Arnhem. Mijn ouders belden me op toen ze al gestorven was. Ik heb geen ziekbed bezocht. Er was geen paniek. De begrafenis was besloten, met vooral familie. Mijn ouders wilden dat zo. Ik denk dat ze ook opgelucht waren.”

Ze let op vormen, op hoe dingen eruitzien. De groene thee kocht ze wegens het mooie doosje. Ze knipt al jaren koppen en foto’s uit de krant, die ze rangschikt tot collages en ingelijst aan de muur hangt. Ze praat zacht. Iedereen vindt haar altijd zo rustig.

Heeft u een suggestie voor een familiefoto met verhaal?

Mail naar weekblad@nrc.nl