Leven, overleven of de dood

Alles is er kapot, zeggen ze in het vissersdorp Tjeribjerka, waar het altijd koud is door de eeuwige wind van de Barentszzee. Er is geen warm water meer, de vissers varen niet uit, het ziekenhuis is een bouwval en gaat dicht. Wat biedt nog uitkomst?

Veertien bejaarde vrouwen verdringen zich voor de toonbank van het krappe dorpswinkeltje. In de schappen liggen wat groente en fruit, zakjes chips, een stuk zeep. „We wachten op het verse brood”, roept de 70-jarige gepensioneerde lerares Kapitalina Zatsepanjoek boven de kleine menigte uit. „Het kan zo worden bezorgd.”

Dan komt de eigenaar van het winkeltje binnen met twee kartonnen dozen vers brood. De vrouwen storten zich op hem. „Wilt u misschien weggaan”, roept hij tegen de persfotograaf in zijn zaak. „Ik wil niet dat er foto’s worden gemaakt van hoe hier de boel instort.”

Kapitalina biedt haar verontschuldigingen aan. „U moest eens weten hoe mooi dit dorp was toen ik hier in de jaren zeventig kwam werken”, zegt ze. „Alles functioneerde en was goed onderhouden.”

Niet dat vers brood schaars is in Tjeribjerka, een twaalfhonderdveertig zielen tellend vissersdorp aan de woeste Barentszzee, boven de Poolcirkel. Maar het moet van verre komen, uit het 130 kilometer westwaarts liggende Moermansk, de enige grote stad in de omgeving. De weg erheen is slecht en voert urenlang door een ruig toendralandschap met hier en daar een hardnekkig sneeuwveldje. Het is er altijd koud, dankzij de eeuwige zeewind.

Achterin het oude gedeelte van het dorp duwt de zestiger Pjotr een boodschappenkarretje voort met een melkvat erop. Koeien grazen op het weiland voor zijn deur, dat van de verderop liggende kolchoz blijkt te zijn. Als hij bij het deels dichtgetimmerde houten huis aankomt waar hij met zijn vrouw Tatjana twee kamers bewoont, hevelt hij met een soeplepel water uit dat vat over in een emmer. „Ons drinkwater voor de komende dagen”, legt hij uit. „Ik haal het bij de put aan het andere eind van het dorp. Onze eigen put is te vies.” Hij wijst om zich heen naar de verwaarloosde houten en stenen huizen, waarvan de schoorstenen soms wat rook uitspuwen. „Alles is hier kapot! Maar ze zeggen dat het binnenkort beter wordt nu we een nieuwe burgemeester hebben. Wat zegt u? Is het een communist? Nee, dat kan niet. Verenigd Rusland heeft hier toch gewonnen?”

In de baai schuilen twee blauwe vissersschepen uit Moermansk tegen de storm op zee. Aan de kade van de haven liggen opengereten houten scheepswrakken. De huizen er tegenover zijn dichtgetimmerd, hun daken ingestort. Bij de steiger van de visfabriek dobbert een kluitje verroeste kotters.

De vissers van Tjeribjerka hebben het zwaar. Begin dit jaar voerde premier Poetin een nieuwe wet in die bepaalt dat zij hun vangst uit internationale wateren niet meer direct op open zee of in buitenlandse havens mogen verkopen, maar eerst naar Russisch territorium moeten brengen om er belasting over te betalen. Sindsdien varen hun schepen niet meer uit. De voornaamste reden voor het permanent voor anker liggen is dat de vissers hun vis alleen mogen verkopen als ze in dienst zijn van een visserijbedrijf. Alleen die bedrijven krijgen in Rusland vangstquota toebedeeld. „En Tjeribjerka heeft geen visserijbedrijf”, zegt burgemeester Valeri Jarantsev, „Tjeribjerka heeft alleen zelfstandige vissers.” Jarantsev zit in de benedenverdieping van het aftandse flatgebouw waar het gemeentehuis in een paar kamers is gevestigd. „Dus voor onze vissers is het verboden hun vangst aan wal te brengen en die daar te verkopen.”

Ook de ruim tweehonderd visserijbedrijven in de provincie Moermansk worden volgens de burgemeester door de nieuwe wet benadeeld. Want was er vroeger één overheidsinstantie met de visserij belast, nu zijn het er meer, die ieder hun geld willen zien en er een eigen ingewikkelde bureaucratie op nahouden waarin steekpenningen royaal rondgaan. Vissers beschouwen de haven van Moermansk als de vijand, omdat ze daar aan vijf verschillende overheidsinstanties moeten betalen, zoals de belastingdienst, de havendienst en de veiligheidsdienst die de inspectie uitvoert. „Alleen echt grote bedrijven kunnen die kosten opbrengen”, zegt hij.

Het grootste drama voor zijn dorp is dat de lokale visfabriek als gevolg van de nieuwe wet praktisch is stilgevallen. Om de eenvoudige reden dat er amper vis wordt binnengebracht om te verwerken. Als er al vis is, dan moet die eerst in Moermansk worden ingeklaard. Pas daarna kunnen de schepen volgens hem doorvaren naar Tjeribjerka of hun vis in buitenlandse havens verkopen. De Associatie voor Kustvisserij mag dan zeggen dat er dankzij de wet meer vis op de Russische markt verkrijgbaar is en er ook meer kan worden geëxporteerd, maar ze kunnen niet ontkennen dat het allemaal ten koste gaat van particuliere vissers, moppert hij.

Jarantsev is lid van de Communistische Partij, die in Tjeribjerka maar zes leden telt. Op 15 maart werd hij met 60 procent van de stemmen gekozen en versloeg hij zijn belangrijkste tegenkandidaat van Verenigd Rusland. „Ze hebben me gekozen omdat ik zeeman en dus een van hen ben”, zegt hij.

Voor zijn verkiezing tot burgemeester was Jarantsev kapitein op een grote visserstrawler. Toen hij in 2005 bij de Spitsbergenarchipel voer, waar Rusland visserijrechten meent te hebben, werd zijn schip door de Noorse kustwacht onder vuur genomen en vier dagen lang achtervolgd totdat het weer in Russische wateren was. Daar kreeg Jarantsev van de stress een hartinfarct. In Rusland werd hij door de rechter van stroperij beschuldigd en veroordeeld tot een boete van 11.000 euro. „Vanaf dat moment was het voor mij oorlog. Ik heb toen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag een zaak tegen Noorwegen aangespannen en een schadevergoeding geëist van 300 miljoen kronen (32 miljoen euro) wegens moreel leed. Door dat incident bij Spitsbergen heb ik de zee verloren.”

De burgemeester voelt zich duidelijk in de steek gelaten door de regering in Moskou. De Britse, Noorse en Nederlandse markt zijn de afgelopen drie jaar voor ons gesloten geweest, zegt hij. „Poetin heeft de Russische vissers tijdens een recent bezoek aan Noorwegen zelfs piraten genoemd, omdat ze Noorse visgronden zouden leeghalen. Terwijl de Noren zelf krab uit de Barentszzee als dure Kamtsjatka-krab op de markt brengen. En dan is ook diesel voor ons 30 procent duurder dan in Noorwegen, zodat we naar Noorse havens moeten varen om te tanken.”

Als Jarantsev zijn rechtszaak bij het Internationaal Gerechtshof wint, wil hij het geld dat hij dan ontvangt besteden aan het opknappen van zijn dorp. „Toen ik hier in de jaren zeventig en tachtig een enkele keer op bezoek was, leefden de inwoners heel gewoon en verkeerde het dorp in goede staat”, zegt hij. „Maar toen ik hier in januari weer kwam, schrok ik. Niets werkte. De visfabriek lag stil, de bus reed niet meer, de gemeentekas was leeg. De afgelopen drie maanden zijn er zestig inwoners overleden, maar niemand maakt zich er druk over. Zo is de situatie in Rusland nu eenmaal. Er wordt alleen gepraat over gas en de Olympische Spelen in Sotsji, maar niet over de echte problemen. Daarom ben ik in de politiek gegaan. Ik wil niet toekijken hoe de belangen van Rusland door onze politici worden verkocht.”

Jarantsevs dorp heeft ook problemen die niets met de visserij te maken hebben. Zo heeft Tjeribjerka sinds 1992 geen warm water meer, omdat het toenmalige dorpsbestuur dat te chique voor zijn burgers vond. „Niemand durft ertegen te protesteren”, zegt de burgemeester. En dan is er ook nog de dure elektriciteit. De stroom van de twee elektriciteitscentrales wordt voor negentig kopeken verkocht aan Noorwegen, terwijl de Russen er vierendertig kopeken méér voor betalen. En straks wil men ten behoeve van het reusachtige Sjtokman-gasproject in de Barentszzee ook tijdelijke woningen in zijn dorp neerzetten voor 12.000 man personeel, een nieuwe haven aanleggen en een pijpleiding bouwen die aansluit op de Nordstream. Maar om die plannen te verwezenlijken moet eerst het oude dorp worden afgebroken, zegt hij. „Daarom wachten ze tot onze bevolking is overleden, voordat ze hun gang kunnen gaan. Begrijpt u nu hoe Rusland wordt verkocht?”

En dan is er nog het ziekenhuis, in het oude deel van het dorp. Ook al oogt het op het eerste gezicht als een bouwval, het functioneert wel. Toch wil de regionale overheid het dit jaar sluiten. „En als er dan iets ernstigs is met een van onze inwoners en de dokter niets kan doen, dan moet de zieke die hele honderddertig kilometer naar het ziekenhuis in Moermansk afleggen, zomer of winter”, zegt de burgemeester met een stem die walging én verbazing uitdrukt. „Veel van onze inwoners hebben tegen het besluit geprotesteerd, maar wat helpt protest in dit land. Het zijn niet wij, maar onze leiders die genezing nodig hebben.”

In een kamertje verderop huist Marina Dvinina, specialist voor sociale zaken in de Kola-regio. Zij probeert de bevolking zoveel mogelijk bij te staan. „Van de 1.240 inwoners van Tjeribjerka zijn er 409 gepensioneerd, 120 werkloos en 57 invalide”, somt ze op. „De werklozen krijgen een maandelijkse uitkering van duizendacht roebel (22 euro). De overigen hebben een baan op de kolchoz, bij de wegenbouw of bij de elektriciteitsfabriek. Slechts enkelen werken op de visfabriek. En dan telt onze school nog 98 kinderen.”

Aan het eind van de gang bevindt zich de enorme dorpsbibliotheek, die de bevolking vooral helpt de donkere dagen van december en januari door te komen, als de zon niet opkomt. In de schappen staan zo’n dertigduizend boeken in alle genres: Russische klassieken, vertaalde wereldliteratuur, detectives, liefdesromannetjes. „Er wordt hier heel veel gelezen”, zegt directeur Irina Falimonova. „Want een club heeft Tjeribjerka niet en verder is er niet veel te doen. Het enige andere vertier heeft plaats in het Huis van Cultuur, in het oude deel van het dorp. Daar kun je in een koor zingen, ons jeugdorkest repeteert er en we hebben er ook een kleine Poesjkin-tentoonstelling ingericht.”

Bij visfabriek Seafood Rusk lummelen wat mannen rond. De 59-jarige Lidia Lemzakova bewaakt rillend van de kou de poort. „De fabriek werkt amper”, bevestigt zij. „Maar nog veel erger is dat het warme water is afgesloten en we geen centrale verwarming meer hebben.” Ze vlucht het wachthuisje in en warmt haar handen bij een elektrisch kacheltje. In een hal, waar zo’n tien kratten met schoongemaakte vis staan, afkomstig van de twee blauwe kotters in de baai, ontkent bedrijfsleider Ivan Vasiljevitsj dat er iets met de fabriek aan de hand is. „Er werken hier zestig man”, zegt hij. „Ze fileren vis voor visserijbedrijven uit Moskou en Sint-Petersburg. Inderdaad is het zo dat we niets voor de plaatselijke vissers van Tjeribjerka doen. Maar zo is de werkelijkheid nu eenmaal. Mijn bazen komen niet uit dit dorp. Ze hebben de fabriek twee maanden geleden gekocht.”

Lidia Lemzakova verdient er als gepensioneerd huisschilder 66 euro per maand bij met het bewaken van de poort. Het is net genoeg om haar elektriciteitsrekening en watergeld van te kunnen betalen. Van haar pensioen van 110 euro moet zij het zien te redden, maar alle producten in de dorpswinkel zijn vreselijk duur. „En binnenkort gaan ze ook nog ons ziekenhuis sluiten. Zo leven we in het noorden hè, of beter gezegd, overleven we”, zegt zij. „Daarom hebben we de nieuwe burgemeester gekozen, omdat we hopen dat hij veel zal gaan veranderen.”