Keiharde misdaad in de softdrugs

Gemeenten, politie en justitie binden de strijd aan tegen kleine wietplantages. De criminele netwerken erachter blijven vaak buiten schot. Wie vermoordde ‘de kleine jongen’ Hans van Geenen?

De vrienden Hans en Olaf rijden in de nacht van 10 september 2008 naar Oss als ze achter zich op de snelweg een donkere BMW zien opdoemen. Ze hebben de hele avond gepokerd in het Holland Casino in Venlo en zijn op weg naar huis.

Plotseling wordt vanuit de BMW met twee machinegeweren op hen geschoten. Olaf remt en gooit het stuur van hun blauwe Ford Escort om. Al spookrijdend probeert hij aan de achtervolgers te ontkomen. Dat lukt niet. Ook de achtervolgers gooien het stuur om. Het schieten gaat door. Hans belt alarmnummer 112. De kogelregen is op de bandopname van het gesprek goed te horen.

Telefoniste: „Alarmcentrale 112. Met wie wilt u spreken?”

Hans: „Eh, we worden beschoten op de A73.”

Telefoniste: „A73?”

Hans: „We worden beschoten!”

Telefoniste:„Bij welke hectometerpaal bent u?”

Hans: „Ford Escort. Eh, Afslag Nijmegen.”

Telefoniste: „Ik verbind u door met de politie, blijf aan de lijn.”

Hans hangt op als zijn vriend Olaf de Ford Escort nogmaals keert, in een ultieme poging aan de BMW te ontkomen. Hij faalt. Als Olaf ziet dat zijn vriend is geraakt, belt hij ook met 112.

Telefoniste: „Alarmcentrale 112.”

Olaf: „We zijn, we zijn beschoten.”

Telefoniste: „In welke stad bent u?”

Olaf: „Op de A73, bij Nijmegen.”

Als de hulpdiensten arriveren, is de 33-jarige Hans van Geenen al dood. De schietpartij op de A73 krijgt veel aandacht in de media. De snelweg bij Wijchen is bijna een dag afgesloten voor forensisch onderzoek. Over een afstand van vele kilometers liggen kogels en hulzen verspreid over de weg. Er is ten minste zeventig keer op de blauwe Ford Escort geschoten.

Na zeven maanden intensief onderzoek arresteerde de politie in april van dit jaar zes verdachten. Vier van hen zitten nog altijd vast. Ze verschijnen komende week voor de rechter. Drie van hen, allen lid van een beruchte kampersfamilie uit Oss, worden verdacht van betrokkenheid bij moord en hennepteelt. De vierde verdachte wordt beschuldigd van grootschalige hennepteelt. Ook de vriendin van Hans, de moeder van zijn dochtertje, behoorde tot de arrestanten. Zij is inmiddels weer op vrije voeten maar wordt nog altijd verdacht van betrokkenheid bij de moord.

Over de achtergronden van de liquidatie van Hans van Geenen willen politie en justitie niets kwijt. Zeker is dat Hans van Geenen zelf betrokken was bij hennepteelt, in een crimineel milieu dat in de greep is van georganiseerde misdaad. Tussen 2000 en 2005 zijn volgens de politie in Brabant, Limburg en Zeeland ten minste 25 mensen vermoord die in de hennep actief waren. „De moord op Hans van Geenen was voor ons een bevestiging van de grote problemen in de hennepteelt”, zegt Herman Klitsie, burgemeester van de gemeente Oss.

Hans van Geenen had ‘hokken’: wietplantages met twee- à driehonderd planten in woningen in de omliggende dorpen Lith, Veghel en Nistelrode. Hans maakte er geen geheim van dat hij en zijn vrienden in de wiethandel zaten, zeggen mensen die hem kenden. Hij maakte er zelfs grappen over tegen de politie. Zeiden agenten iets over zijn dure auto, zei hij: „Kun jij ook hebben als je een paar vierkante meter over hebt.”

De politie pakte Hans lang geleden eens op voor een inbraak in een school. Ook werd hij aangehouden omdat hij zijn vriendin tot prostitutie zou hebben gedwongen. Die beschuldiging werd ingetrokken, de zaak werd geseponeerd. Voor wietteelt is hij niet opgepakt. Zijn hokken heeft de politie nooit gevonden.

Wietbendes vervolgen: meer belofte dan feit

Bij politie en justitie woog de strijd tegen de hennepteelt tijdenlang niet op tegen het onderzoek naar moordzaken, berovingen, verkrachtingen en harddrugdeals. Pas sinds een aantal jaar wordt het gevaar onderkend van de georganiseerde bendes die de teelt van en de handel in hennep beheersen.

Het huidige kabinet staat een strengere aanpak van hennep voor. CDA’er Wim van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, kreeg opdracht het wietmilieu te onderzoeken. Anderhalve maand geleden presenteerde Van de Donk zijn conclusies: de vervolging van de hennepbendes is nog altijd meer een belofte dan een feit. Tegenover de georganiseerde misdaad, aldus Van de Donk, staat een ongeorganiseerde overheid.

Zo weet niemand precies hoeveel politieonderzoeken er lopen die met hennep te maken hebben. Dat geldt ook voor het geweld dat ermee gepaard gaat, hoeveel mensen in dit circuit zijn vermoord, of hoeveel criminele bendes zich ermee bezighouden.

In Brabant, met een traditie van botersmokkel en illegaal alcohol stoken, komt meer hennepteelt voor dan in andere provincies, zegt Gerrit van der Burg. Hij is hoofdofficier van justitie in Den Bosch en leidt een landelijke taskforce die moet toezien op de aanpak van hennepbendes. Maar ook hem ontbreekt het aan harde gegevens.

Het grootste probleem met wietteelt, zegt Van der Burg, zijn de plantages die criminelen bij mensen thuis inrichten. „Dat is echt georganiseerde misdaad, waarbij mensen met schulden of andere problemen worden geworven”, aldus Van der Burg. „Ze vallen voor het snelle geld. Maar als ze eenmaal in zee zijn gegaan met criminelen, kunnen ze niet meer terug.”

De bendes die zich hiermee bezighouden, kennen een verregaande graad van arbeidsdeling, vertelt Van der Burg. Sommige criminelen houden zich alleen maar bezig met het zoeken van geschikte locaties, anderen richten plantages in of leveren de plantjes. Het onderhouden en oogsten wordt door weer anderen gedaan. De bewoners die een plantage in hun huis laten inrichten, hoeven vaak niets te doen. Maar ze draaien wel op voor de gevolgen als de plantage wordt ontdekt.

Burgemeester Klitsie uit Oss kent de verhalen van slachtoffers uit de eerste hand. „Het zijn vaak heel kwetsbare mensen die onderschatten waaraan ze beginnen”, zegt hij. „Eenmaal onder de invloed van criminelen is er vaak geen weg terug. Mensen worden gechanteerd en bedreigd met geweld. Als een plantage wordt gevonden, verliezen bewoners vaak hun huis en uitkering. Daarbovenop komen naheffingen van de fiscus en het energiebedrijf. Over de criminelen erachter houden de meeste mensen uit angst hun mond.”

In Oss werkt het gemeentebestuur samen met energiebedrijven, woningcorporaties en justitie en politie om de thuisteelt aan te pakken. Dit beleid richt zich niet op de georganiseerde misdaad achter de thuisteelt maar op de onveilige situatie die ontstaat bij hennepkwekerijen in woningen: brandgevaar, wateroverlast, stank. „Ons beleid is gericht op het ontmantelen van die thuisplantages”, zegt Klitsie. „We willen laten zien wat de risico’s zijn.” Maar of daarmee de criminaliteit verdwijnt? „Dat is een zaak van justitie en politie.”

Hans was een levensgenieter

Hans van Geenen had zijn hokken ook in huizen van derden. En hij liet zijn planten door anderen verzorgen en oogsten. Maar hij was in het milieu nog een kleine jongen, iemand die graag groter wilde worden. Soms werd de oogst van een van zijn plantages gestolen. Want wietplantages opzetten is één ding, je moet ook zorgen dat de locaties van jouw hokken geheim blijven. Diefstal van wiet – rippen – is een van de belangrijkste oorzaken van geweld in het hennepmilieu.

Hans leerde het vak van zijn beste vriend Martien (38): waar hij stekjes, grond en lampen moest kopen voor het telen van wietplanten en wat hij ermee moest doen. Dat was nadat Hans een jaar of vijf de wietplanten van anderen had geoogst – knippen heet dat. „Wat ik voor een ander doe, kan ik beter voor mezelf doen”, was wat Hans erover vertelde. Hij zei ook: iedereen doet het. En: als je maar met je poten van andermans hokken afblijft, kan er niets gebeuren. Hij was met het knippen begonnen toen hij 21 was en van een uitkering leefde. Na de lts werkte hij als schilder bij een meubelbedrijf. Hij kreeg last van zijn rug, maar Hans hield sowieso niet van werken. „Voor Hans was het beste werk vuurwerk”, zegt een goede bekende.

Van het geld dat de wiet opleverde, ging hij met zijn vrienden stappen. Naar de Baja Beach Club in Rotterdam of het casino in Venlo. Hansje, zoals zijn familie en vrienden hem noemen, was een gezellige jongen die van uitgaan hield, vertelt iemand die het strafdossier goed kent. „Hij was een levensgenieter met veel vrienden.” Maar Hans had ook een gokprobleem. En hij had geld nodig voor zijn vele vriendinnen en later ook voor zijn dochter. Hij hield van vissen en bodybuilding. Maar hij ging ook nog vaak met zijn ouders op vakantie in Spanje.

Op zoek naar de moordenaar van Hans van Geenen kwam de politie uit bij een aantal van zijn vrienden: Martien, Toon, en Johan. Het zijn neven, met dezelfde achternaam. Ze groeiden op in woonwagenkampen in Oss, Ooijen, Lith en Berghem. Martien R. is een neef van de in criminele kringen bekende Koos R. – de rechterhand van Johan V., alias de Hakkelaar. Johan V en Koos R. werden in de jaren negentig veroordeeld tot celstraf voor grootschalige hasjhandel in de toentertijd veelbesproken Octopuszaak.

Van auto’s slopen naar hennepteelt

Rechercheur Stephan van Nimwegen van het korps Midden- en West-Brabant deed onderzoek naar de hennepteelt in Brabant. „Het zijn vooral woonwagenbewoners, Turken en Marokkanen die zich bezighouden met hennepteelt”, zegt hij.

De betrokkenheid van kampers bij de hennepkweek gaat terug naar de jaren negentig, vertelt een advocaat van een van de zes verdachten in de moordzaak. Toen werden de regels voor autosloperijen aangescherpt, en stapten sommige woonwagenbewoners over op hennep.

In het begin, zegt de advocaat, was de politie al lang blij „dat de kampers geld verdienden met kleine hennepplantages en niet meer met een dikke auto achteruit de etalage inreden voor een ramkraak”. Er was rust. Begin jaren 2000, toen de politie de plantages ging aanpakken, verplaatste de teelt zich. Eerst naar woningen en nu naar grote bedrijfsruimtes en kassen.

Wat begon op het kamp, met nog geen honderd wietplanten, groeide via de zolderkamers uit tot een industrie met duizenden planten. In het noordoosten van Brabant werden de afgelopen jaren vele tientallen grote en middelgrote wietplantages ontruimd. Intussen groeide ook de gewelddadigheid – al leidt dit niet meer tot de golf van liquidaties zoals in de jaren 2000 tot 2005. Dat komt volgens de advocaat doordat de echte grote jongens alweer een of twee stappen verder zijn. „Geweld is een teken van amateurisme.”

Hij krijgt bijval van advocaat Jan Boone, die ook veel ervaring heeft met wietzaken maar niet bij de zaak-Van Geenen betrokken is. „Politie, justitie en gemeentebesturen lopen met de aanpak van de thuiskweek achter de feiten aan”, zegt hij. „Thuiskweek is misschien wel een maatschappelijk probleem door de overlast, maar de aanpak daarvan raakt de echt grote jongens niet. Voor hen wegen de kosten en risico’s van de thuiskwekerij niet meer op tegen de baten. Zij zijn allang overgestapt naar grote plantages, in Nederland of in het buitenland.”

Ogenschijnlijk pakt de politie de hennepteelt stevig aan, aldus rechercheur Stephan van Nimwegen. Het aantal hennepkwekerijen dat werd ontruimd, steeg van ongeveer duizend omstreeks het jaar 2000 naar zesduizend in 2006. Inmiddels zijn het er vast nog meer, vermoedt Van Nimwegen. Maar aan de georganiseerde criminaliteit áchter de hennepteelt komt de politie niet toe, zegt hij.

Van Nimwegen vroeg collega’s van alle andere afdelingen zware criminaliteit in het land hoe vaak ze specifieke hennepzaken nu echt goed hadden uitgezocht. Daarop kreeg hij geen duidelijk antwoord. Nog steeds, concludeert Van Nimwegen, krijgen andere delicten meer prioriteit. Ook al zegt de politie dat de aanpak van hennepteelt een heel belangrijk onderwerp is.

De Bossche hoofdofficier van justitie Van der Burg schat dat in zijn arrondissement tien criminele organisaties in meerdere of mindere mate betrokken zijn bij de kweek van en de handel in hennep. „We hebben capaciteit om jaarlijks maximaal drie onderzoeken te doen naar dit soort grote organisaties”, aldus Van der Burg. „Het zijn ingewikkelde zaken die veel tijd kosten. Daarom werken we samen met het lokale bestuur en andere organisaties.” Door de nadruk op onderzoek naar de grote organisaties kunnen kleine jongens, zoals Hans van Geenen, gemakkelijk groter worden, bevestigt rechercheur Van Nimwegen. „Zolang er niet meer capaciteit beschikbaar is voor onderzoek naar hennep is het ruimen van plantages symptoombestrijding”, aldus Van Nimwegen. „Het echte probleem is de verwevenheid tussen bovenwereld en onderwereld. We moeten meer onderzoek doen naar het geld dat met hennep verdiend wordt. Wie investeert dat? En waarin?”

Een zender onder de auto geplakt

Sinds de moord op Hans van Geenen gonst het in Oss van de geruchten over het waarom van de moord. Ging het om gokschulden? Sliep Hans met het verkeerde meisje? Of ging het toch om drugs?

De belangrijkste aanwijzing in het moordonderzoek zat onder de blauwe Ford Escort waarin Hans die avond werd vermoord. Daar vond de politie een tracer: een zender. De ontvanger – een mobiele telefoon met een prepaid simkaart – was in handen van zijn achtervolger in de BMW. En zo kwam de politie uit bij Martien en Toon. Er zijn camerabeelden waarop te zien is dat de twee op de dag voor de moord met een koffer een spyshop in Amsterdam verlieten. De eigenaar van deze winkel, gespecialiseerd in de verkoop van afluisterapparatuur, zat ook enkele dagen vast in verband met de moordzaak. In het huis van Toon werd een koffer met zender van net een ander type gevonden.

Om een tracer te activeren, moet de eigenaar – net als bij andere prepaid mobieltjes – een algemeen nummer draaien van het telecombedrijf en zijn code doorgeven. De tracer werd geactiveerd in Oss, dat staat vast. Waar het apparaat onder de auto is geplakt, is niet duidelijk: in Oss, of op de parkeerplaats bij het Holland Casino in Venlo.

Volgens de advocaten van de verdachten bewijst de vondst van de tracers niets. Dergelijke zenders, zegt een advocaat van een van de verdachten, worden ook gebruikt om wiettransporten te volgen. En als zijn vrienden hem hadden willen vermoorden, hadden ze volgens de advocaat dan niet voor een minder omslachtige manier gekozen? Gewoon, de zoveelste moord in een hennepkwekerij. De verdachten ontkennen iedere betrokkenheid bij de moord op Hans van Geenen.

Bij het graf van Hans

Het is warm en de zon schijnt als moeder Gerrie van Geenen met haar dochter Dorothé op vrijdagmiddag de Eikenboomgaard oplopen. Het kerkhof ligt in het centrum van Oss. Nadat ze de bloemen bij een van de vele familiegraven hebben bekeken, lopen ze met een gevulde witte gieter naar het graf van Hans.

Er staan roze geraniums. En op de grafsteen liggen bloemstukken met witte plastic bloemen. Moeder en dochter geven de plantjes water. Ze halen wat vuilnis weg voordat ze op een granieten bankje naast het graf gaan zitten. In stilte roken ze een sigaret. Al bijna een jaar geleden werd Hans hier begraven en nog altijd weten ze niet waarom hij zo’n gewelddadige dood is gestorven, vertellen ze bij deze toevallige ontmoeting. Meer willen ze er niet over zeggen. „We mogen niks vertellen van de politie”, zegt de moeder van Hans. Djamilla, staat er getatoeëerd op haar linker bovenarm. Het is de naam van haar kleinkind, het dochtertje van haar vermoorde zoon.