Dragos' vrouw laat haar borsten zien

Arnon Grunberg werkt als masseur in het Roemeense kuuroord Baile Herculane.

Elfde deel en slot van een serie.

„Mag ik je vrouw masseren?” vraag ik aan Dragos, de masseur die mij moet opleiden. Er zijn te weinig cliënten en ik moet mijn vak leren. De paar cliënten die Dragos heeft, wil hij niet delen.

Het is acht uur ’s ochtends. „Ga zitten”, zegt Dragos tegen mij.

Ik ga zitten. Op een houten bureau ligt een kasboek waarin de gegevens van patiënten staan. Naast het kasboek: een stethoscoop. Computers zijn hier niet.

Ik had begrepen dat masseurs voor het masseren hun handen wassen. Dragos wast nooit zijn handen.

Dokter Teleman komt binnen. Ze neemt me mee naar een hok dat ze ‘salon’ noemt, waar ze een sigaret begint te roken. Duits spreekt ze amper, maar een andere gemeenschappelijke taal hebben we niet. „Papa Dragos, professor, econoom. Geniaal. Kaputt. Mama Dragos, moeilijk, ook professor”, zegt ze. „Dragos, enig kind. Kaputt.”

Geen woord heb ik zo vaak gehoord in Baile Herculane als ‘Kaputt’.

Die middag mag ik in pension Lorabella de vrouw van Dragos masseren. Ik had verwacht dat hij een jonge vrouw zou hebben, maar de echtgenote van Dragos is zo oud als hij, midden vijftig, ze heeft kortgeknipt grijs haar. Haar ogen zijn mooier dan haar tanden. Marianna heet ze.

Ze laat me haar borsten zien.

Ik maak de olie in mijn handen warm, zoals ik heb geleerd. Nooit het contact met het lichaam verliezen, altijd één hand op het lichaam van de cliënt laten.

Marianna vertelt dat ze receptioniste is in een groot hotel in Baile Herculane. „Dragos masseert me nooit”, zegt ze. „Dit is heerlijk.”

Meer vraag ik niet: een tevreden cliënt.

De vrouw van Dragos snort als een jong katje.

Die avond eten we in een visrestaurant aan de Donau. Aan de overkant is Servië. Ten tijde van het communisme probeerden Roemenen naar Servië te zwemmen en die werden doodgeschoten. Ten tijde van de sancties tegen Servië werd er hier gesmokkeld.

Dragos vertelt over Saoedi-Arabië, waar hij drie maanden als masseur heeft gewerkt. Toen hield hij het niet meer uit. „Vergeleken met Saoedi-Arabië was het communisme parfum”, zegt hij.

Hij legt een hand op mijn schouder. „Ik hoop dat je werk vindt als masseur in Nederland. Ik ben revalidatietherapeut. Wat ik nu doe, dat masseren, dat is kitsch.”

In mij woont de ambitie om een Jezus te zijn voor deze tijd. Al masserend maak ik mijn ambitie, voet voor voet, schouder voor schouder, waar.

Dit is het slot van deze serie.