Cultuuroorlog om West-Jeruzalem

De ultraorthodoxe joden in West-Jeruzalem verzetten zich steeds harder tegen de invloed van seculier Israël. „De joodse staat is rotzooi.”

Israëlische agenten houden ultraorthodoxe bewoners in bedwang die protesteren tegen het plan van de gemeenteraad van Jeruzalem om een parkeergarage te openen op sabbat, de gewijde joodse rustdag. Het protest vond begin juni plaats. Foto AP Israeli police push ultra-Orthodox Jewish protesters during a demonstration in the religious neighborhood of Mea Shearim, Saturday, June 6, 2009. The protesters were angry over the municipality of Jerusalem's plan to open a parking garage at city hall on the Jewish Sabbath. The demonstrators hurled food, glass and stones at police. (AP Photo/Muhammed Muheisen) AP

Yehuda Goodman buigt zich naar voren. „Kijk eens naar die mannen”, zegt hij samenzweerderig, „hier ook al.”

Een paar in het zwart geklede mannen met vilten hoeden op loopt voorbij. De onderzoeker Goodman zit op een bankje in een park van de wijk Rehavia, in West-Jeruzalem. Het is een groene elitewijk, waar kopstukken uit de wereld van de media, politiek en wetenschap wonen. Een typische wijk voor seculiere Israëliërs, waar Goodman zichzelf ook toe rekent. „Maar deze wijk is ook aan het veranderen, zoals zo veel plaatsen in Jeruzalem.”

Het zijn in Rehavia vooral welgestelde ultraorthodoxe uit New York die zich er de laatste jaren vestigen. „Luister maar naar wat ze zeggen. Engels is de voertaal geworden in mijn wijk. Het goede nieuws voor de stad is dat ze kapitaal meebrengen, maar de wijk is sinds een paar jaar onherkenbaar veranderd. Ik ken veel mensen die zeggen: van mij hoeft het niet meer, ik ga ergens anders wonen.”

In Jeruzalem is „een culturele oorlog” gaande tussen het ultraorthodoxe en het seculiere jodendom, zegt Goodman, hoofddocent sociologie aan de lokale Hebreeuwse Universiteit. Hij bracht als onderzoeker veel tijd door in de ultraorthodoxe gemeenschap van Jeruzalem. „Religieus is langzaam aan de winnende hand. Hun bevolking groeit net zo hard als hun invloed, terwijl de seculieren wegtrekken.”

Bij een oorlog horen veldslagen. De rellen na de arrestatie van een geesteszieke vrouw zijn daar het meest recente voorbeeld van. Een ogenschijnlijk kleine affaire – de politie arresteerde een vrouw uit de ultraorthodoxe gemeenschap die haar driejarige zoontje zou hebben verwaarloosd – liep volkomen uit de hand. De haredim, de ‘godvrezenden’, stichtten brand in vuilnisbakken, gooiden met vieze luiers en stenen naar de politie, vernielden verkeerslichten en blokkeerden de toegangswegen naar de stad. Circa twintig agenten raakten gewond. Pas toen de rechtbank de zaak suste door de vrouw vrij te laten en te laten verzorgen door een in de gemeenschap geaccepteerde psychiater, bedaarden de emoties enigszins.

Maar nog altijd gist het in de haredische gemeenschap van Jeruzalem. „We zijn kwaad, wat denk je anders”, zegt Meah Cohen, student aan een van de yeshiva’s (theologische scholen) in Mea Shearim, een volledig ultraorthodoxe wijk in Jeruzalem. Cohen (18) was een van de enkele honderden relschoppers. Hij heeft nog maar nauwelijks baardgroei, is klein van stuk en heeft een bleek gezicht. Hij ziet er jong uit. „Dat heeft me gered, Ik gaf de agenten mijn paspoort niet en verborg mijn mobiele telefoon onder mijn oksel. ‘Ik ben vijftien, laat me vrij’, zei ik.” Na een nacht liet de politie van Jeruzalem hem gaan. Maar niet nadat hij in het gezicht en in zijn rug was geslagen. „Wil je de blauwe plekken zien?”

De mannen – zwarte vilten hoeden, zwarte jassen, pijpenkrullen – lopen op een holletje door de nauwe straatjes in Mea Shearim naar de synagoge, waar weer een dag bidden en lezen op het programma staat. De meeste mensen willen niet praten, bezoekers zijn er niet welkom – grote plakkaten aan de muren weerspiegelen de lichaamstaal van de bewoners.

Meah Cohen wil wel praten. Uit woede. „We worden als tweederangs burgers behandeld. De ontheiliging van Jeruzalem, het vernederen van onze mensen, het blijft maar doorgaan. Daartegen komen we in opstand.”

In de gesloten ultraorthodoxe gemeenschap van Jeruzalem verspreiden geruchten en verhalen zich snel. Zo is het verhaal van de arrestatie van de vrouw uit Mea Shearim hier totaal anders dan het verhaal dat de politie naar buiten bracht. De lont in het kruitvat was de arrestatie van een moeder uit de haredische gemeenschap, die tot hevige rellen leidde. De vrouw was helemaal niet ziek, zeggen de bewoners. Met het kind was niets aan de hand. Het was een complot van de medische wereld, de media en de politiek om voor de zoveelste keer de haredim in een kwaad daglicht te stellen.

„Er zijn experimenten op de vrouw uitgevoerd”, zegt David Ramon, een gezette man met een enorme baard. „En in de kranten zijn foto’s van een ander kind afgedrukt.”

Onderzoeker Yehuda Goodman: „De kwestie met de geesteszieke vrouw is uiteindelijk slechts een symbolische kwestie. Gaat het niet over haar, dan gaat het wel over gescheiden zitplaatsen voor mannen en vrouwen in de bus, het aanbod van de supermarkten of de opening van een parkeergarage op sabbat.”

Sinds eind vorig jaar wordt Jeruzalem weer bestuurd door een rechts-seculiere burgemeester, Nir Barkat. Jarenlang was de burgemeester ultraorthodox. Barkat verenigde het sterk verdeelde seculiere deel van de joodse stadsbevolking. Een stem op Barkat was dan ook voor veel kiezers een stem tegen de oprukkende orthodoxie in de stad.

Barkat beloofde de groeiende invloed van de orthodoxie in Jeruzalem te stuiten. Dat moest ook wel, zei hij, want de stad holt economisch achteruit. Hoogopgeleide en rijkere joden trekken weg naar overwegend seculiere steden als Tel Aviv. De haredim zijn over het algemeen slecht opgeleid, hebben geen werk buiten de eigen gemeenschap en studeren tot hun veertigste. De armoede in de gemeenschap is groot, en de leefomstandigheden van de meestal grote gezinnen in overbevolkte wijken als Mea Shearim zijn bar en boos. Kinderbijslag en liefdadigheid zijn meestal de enige bron van inkomen.

Bovendien: de orthodoxe leefregels van de haredim rukken op in de openbare ruimte. Terwijl inwoners van Tel Aviv op zaterdag op een terras zitten of op het strand liggen, daalt over de joodse wijken van Jeruzalem een doodse stilte neer. Winkels zijn gesloten, bussen rijden niet of nauwelijks, en gemeenteambtenaren worden regelmatig belaagd.

Sinds het aantreden van Barkat als burgemeester zijn er keer op keer confrontaties. De opening van een parkeergarage die ook op zaterdag open is, leidt al weken tot demonstraties en relletjes in de stad. „Natuurlijk zijn we kwaad”, zegt student Meah Cohen. „De bezoekers van de stad komen hier om naar een disco te gaan, om alcohol te drinken. Dat past niet in deze heilige stad.”

Het is een klassieke botsing van belangen: vooruitgang tegenover behoud. De haredim noemen het een ontwijding van de sabbat, terwijl Barkat de stad aantrekkelijker wil maken voor toeristen. „Voor Barkat én de haredim is dit een principieel punt”, zegt onderzoeker Yehuda Goodman. „En hoewel de orthodoxie een lange adem heeft, denk ik dat de burgemeester dit gaat winnen. Desnoods met hard ingrijpen van de politie.”

Achter de recente confrontaties gaat een diep wantrouwen schuil van de ultraorthodoxe gemeenschap tegen de staat Israël en alle overheidsinstanties. Van oudsher accepteren de haredim het bestaan van de joodse staat niet, omdat het zionisme volgens hen een seculier streven is. De joodse staat kan pas verrijzen als de in de Torah beloofde verlosser, de messias, zich op aarde meldt. Om die reden zijn ultraorthodoxe joden vrijgesteld van militaire dienst. „Het optreden van de politie tegen ons is het zoveelste bewijs dat de joodse staat een hoop afval is, rotzooi”, zegt David Ramon woedend. „Joden die andere joden slaan, hoe bestaat het?”

Steun uit onverwachte hoek kregen de orthodoxe joden deze week in de seculiere, links-liberale krant Ha’aretz. Ze worden door ons, seculiere Israëliërs „als parasieten” gezien omdat ze niet in militaire dienst gaan, schreef columnist Gideo Levy. En dat terwijl de kolonisten in bezet gebied juist als helden worden beschouwd. „Als je drie jaar een controlepost hebt bemand en oude mensen hebt tegengehouden, ben je een held. Als je de Torah studeert, ben je een parasiet.”

In Mea Shearim gonst het de hele dag van de verhalen over wat de overheid de gemeenschap aandoet. Een 22-jarige in België geboren inwoner zegt dat hij bewust geen vergunning van de gemeente krijgt om zijn huis uit te breiden, terwijl hij binnenkort een derde kind krijgt.

David Ramon heeft ook een verhaal. Twintig jaar geleden werd zijn zoon bij hem weggenomen door de kinderbescherming. Hij zou hem verwaarlozen en mishandelen. Daar was niks van waar, zegt hij, „en mijn zoon is later weer thuisgebracht. Het is allemaal bedoeld om ons, de ware gelovigen, in de hoek te drijven. Maar ieder rijk dat de strijd aangaat met religies zal uiteindelijk falen, dat heeft de geschiedenis bewezen.”