Bonuscultuur lastiger te hervormen

De hoofdpijn van Bank of America over de bonussen van zakenbank Merrill Lynch heeft zich ontwikkeld tot een flinke migraine. Met behulp van een paar eenvoudige cijfers heeft de New Yorkse openbaar aanklager Andrew Cuomo het verschil tussen moeder en dochter pijnlijk duidelijk gemaakt.

Merrill Lynch kende vorig jaar vier maal zoveel miljoenenverdieners als het nieuwe moederconcern. Bovendien heeft een aanzienlijk hoger percentage van het personeel van de zakenbank zulke lucratieve uitkeringen ontvangen.

Het was altijd al zonneklaar dat het verenigen van de bedrijfsculturen van de twee banken niet makkelijk zou zijn. Toen Merrill-baas John Thain erin slaagde de bonuscheques eerder de deur uit te krijgen dan gebruikelijk – net vóór de verkoop aan BofA in januari – werd die taak er nog moeilijker op.

Nu is nog scherper naar voren gekomen dat veel van die betalingen naar de normen van BofA alle perken te buiten gingen.

De top van BofA wil waarschijnlijk zijn traditionele zuinigheid aan de nieuw verworven zakenbank opleggen. Zij hebben de politieke en publieke wind in de rug. En hun reputatie is hen vooruit gesneld, hetgeen het vertrek heeft bevorderd van veel hogere personeelsleden van Merrill, zoals de hoofden van uiteenlopende divisies als die voor de Europese zakenbanken, Frankrijk, Italië, het mondiale telecombankieren en de beleggingsstrategie.

Maar de veteranen van BofA en Merrill kunnen hopen op respectievelijk betere en aanhoudend goede tijden.

Om te beginnen is de toewijding van BofA aan de beursmakelaardij en de effectenhandel niet minder geworden, ook al lijkt BofA soms minder geïnteresseerd in het zakenbankieren. Dat zou de 796 Merrill-miljonairs toch gerust moeten stellen.

In de tweede plaats kan BofA de zakenbankvergoedingen niet in z’n eentje verlagen. De anti-hebzucht-campagne lijkt nog niet te zijn doorgedrongen op alle trading floors en in alle luxueuze kantoren waar de uitkeringen worden vastgesteld. Nieuwkomers als Barclays en Nomura helpen de bonuscultuur in leven te houden.

Tenslotte kent zelfs de krenterigheid van BofA zijn grenzen. Tijdens de bloeitijd van de markten is de bonuspool met 80 procent gegroeid – naar 18 miljard dollar.

Maar toen de winst vorig jaar kelderde, is de pool niet gekrompen. Waar Cuomo reden tot zorg ziet, ontwaart het personeel van BofA en Merrill wellicht juist hoop.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling: Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com