Bloemen langs 'ecologische snelweg'

Twee jaar geleden riep pre-sident Sarkozy een ‘ecologi-sche revolutie’ uit in Frank-rijk. „We zitten nog in de fase van experimenten.”

Wat is een ecologische snelweg? Op het dorpsplein van Courtenay in Midden-Frankrijk, vol geparkeerd met auto’s, lopen de antwoorden uiteen. Een autoweg met veel bomen in de berm, zegt een vrouw achter een kinderwagen. Een TGV-lijn, in elk geval een snelweg zonder auto’s, grapt haar man. Er ligt bijzonder asfalt op dat het brandstofverbruik beperkt, veronderstelt een oudere vrouw.

De achtste voorbijganger, een haastige jongeman op weg naar zijn auto, zegt: „De ecologische snelweg? Dat is de A19, hier om de hoek.” Hij grinnikt. „Maar vraag me niet wat ze ermee bedoelen!”

Frankrijk is nu twee jaar bezig met een ‘ecologische revolutie’, uitgeroepen door president Nicolas Sarkozy. Hij startte in 2007 een maatschappelijke discussie, de Grenelle de l’Environnement. Van boerenbond tot milieuclub, van auto-industrie tot gemeente, iedereen schoof aan.

Sindsdien gaat er geen week voorbij of er wordt wel ergens een ecologisch initiatief gelanceerd: een fabriek voor zonnepanelen, een biologisch themadorp. Ook de autoweg die staatssecretaris Dominique Bussereau (Transport) vorige maand in Courtenay opende, heet ecologisch.

De éco-autoroute is „gezelliger, veiliger en meer verantwoord”, meldt wegenbouwer Vinci over de nieuwe weg, op een uur rijden ten zuiden van Parijs. Het ecologische schuilt in 200.000 bomen en veel bloemen langs het traject van 101 kilometer, met een dertigtal oversteekplaatsen voor wild en op elke kilometer een waterton.

Vijftig kilometer verderop heeft Jérôme des Diguères (36), eigenaar van Château de Graville en van 130 hectare bos en 75 hectare landbouwgrond, zijn eigen definitie van ecologie. „Dat is communicatiejargon”, zegt hij op het golfkarretje waarmee over zijn landgoed suist. „Het betekent: wij gaan met de tijd mee.” Cynisch, de kasteelheer? Hij glimlacht.

Nee, Jérôme des Diguères, agronoom en voormalig handelaar in landbouwplastic, koestert „een diep geloof dat we in de overgang zijn naar een nieuw tijdperk”. Van het ‘fossiele’ tijdperk waarin groei samen ging met het uitputten van de aarde naar een ‘respectvolle’ omgang met natuurlijke bronnen.

Diguères is zelf bezig bioboer te worden. Weg graan, welkom honing, jam en cider. Sinds een paar jaar verwarmt hij zijn zeventiende-eeuwse kasteel, dat sinds honderd jaar familiebezit is, door biomassa te verbranden. Bespaart 65 ton stookolie per jaar.

Graville maakt deel uit van een groeiend netwerk van verhuurders van boomhutten, la Cabane en l’air. In vier bomen op het landgoed hangen hutten voor dagjestoeristen. Slapen in de hoogte, zonder water en elektriciteit. Terug naar de natuur. Het slaat aan. Iedereen wil weer even kind zijn, zegt hij.

Diguères was een van de honderden Fransen die meededen aan de ‘Grenelle’. Hij is vicevoorzitter van de Franse bond van grondbezitters, waarbij vier miljoen landeigenaren (gemiddelde zeven hectare) zijn aangesloten.

Het liep uit op een desillusie. ‘Canada Dry’ noemt hij de ‘Grenelle’, naar het drankje dat jarenlang verkocht werd met de leuze: het lijkt op alcohol, maar het is het niet. „We praten over een revolutie, maar in werkelijkheid zitten we in de fase van experimenten.” Voorbeelden? Windmolens. „De opbrengst is marginaal, zeker vergeleken met de schade aan het landschap. We denken niet na: met steun van de staat verspreiden ze zich razendsnel over het land.”

Dergelijke kritiek zet niet de toon in het debat over de ‘groene revolutie’. Toen het parlement vorige week de wet ‘Grenelle I’ aannam, concludeerde Arnaud Gossement van ’s lands grootste natuurorganisatie, France Nature Environnement, dat „milieu nu in het hart van de Franse samenleving staat”. Bedrijven, boeren, partijen van rechts en links zijn niet meer voor of tegen, maar denken mee.

Het voorbeeld is de brandstofbelasting waarover oud-premier Rocard deze week een plan presenteerde dat de regering na de zomer gaat uitwerken. Het principe is ook bij rechts niet omstreden. Het debat gaat over manier waarop de nieuwe belasting moet worden gecompenseerd voor bedrijf en consument. „Frankrijk is aan deze revolutie begonnen zonder schokken”, juichte minister van Staat Jean-Louis Borloo (Ecologie, Energie, Transport). „Ecologie is inzet van economische groei.”

Het golfkarretje van Jérôme des Diguères is aangekomen bij zijn mooiste boomhut. Een houten huisje omklemt op zes meter hoogte een ruim driehonderd jaar oude eik. „Alles wat ik doe, is ongeschikt voor grootschaligheid”, zegt hij. „Vier boomhutten zijn mooi. Maar met twintig wordt het Eurodisney.” Ook biolandbouw blijft marginaal. „Het is interessant door de hogere prijzen: meer verdienen met minder productie. Maar als iedereen bio wordt, kunnen we wereld niet voeden.”

Van een ecologische revolutie wil Diguères pas spreken als er toepassingen zijn die grootschalig werken. Als zonnepanelen net als kernenergie een belangrijke energiebron wordt. „Zover komt het, dat geloof ik echt.”