Water

Hoe zit het met de maakbaarheid van water? Water is een uniek product op onze planeet, het ondergaat al miljoenen jaren een heel eigen, eindeloze cyclus van verdampen, neerslaan, en verdampen. Daar hoef je als mens dus niets aan te doen.

Maar zoals vaker met heel eenvoudige zaken, voordat je het weet zit je opgezadeld met een serie problemen. Dat begint met de definitie van water. Zout water, brak water en zoet water zijn de hoofdgroepen. Drinkwater is een bijzondere kwaliteit zoet water. Water is er voldoende op onze aarde maar met het zoete en vooral het schone, drinkbare water is het behelpen. Dat heeft te maken met de grootte van de wereldbevolking, de menselijke activiteit én met de keuze van de mens om te wonen waar gewoond moet worden.

Zo heeft een nog steeds groeiende stad als Las Vegas een enorme behoefte aan zoet water, het nabij gelegen kunstmatige Lake Mead wordt in een gestaag tempo ‘leeggedronken’. Las Vegas ligt midden in het land, toegang tot ander water dan aangevoerd via rivieren of kunstmatige leidingen is er niet.

Dat is anders als je in een zoetwaterarme plaats dicht bij zee woont of werkt. Zout water is met een beetje krachtsinspanning goed om te toveren tot zoet water. Verdampen is een mogelijkheid, maar dat gaat heel langzaam of kost betrekkelijk veel energie. De meest efficiënte manier om zout water zoet te maken is met de omgekeerde osmosetechniek. De slimheid zit in het omdraaien van een bestaand principe. Osmose is een natuurlijk verschijnsel waarbij water vrij kan stromen door halfdoorlatende celmembranen; zouten en andere opgeloste stoffen kunnen dat niet. Bij omgekeerde osmose wordt zout water onder hoge druk langs een set kunstmatige membranen gestuurd. Het membraan functioneert als filter voor het zout en via een aantal herhaalstappen maak je zoet water. Wereldwijd wint het verdampen het nog in ruime mate van de omgekeerde osmosetechniek. Dat komt doordat de meeste ontziltingsinstallaties in het Midden-Oosten staan en dat is juist de plek op aarde waar de benodigde energie voor het specifieke ‘flash-verdampen’ nog ruimschoots aanwezig is.

Joost Alferink

    • Joost Alferink